Chemici veroveren gedragswetenschappen op psychiaters

Sex en Wetenschap. Ned 3, 21.04 - 22.00u. 3 maart deel twee over de vraag: in hoeverre is seksualiteit een psychologisch proces? Ned 3, 23.20-0.06u.

Tussen biochemici en psychologen heerst op het ogenblik een interessante strijd. Het gaat erom wie het eerst het menselijk gevoelsleven ontrafelt en verklaart.

Psychologen en psychiaters beschrijven depressie, opgewektheid, manie, verdriet, opwinding, agitatie, angst, woede en liefde in termen van persoonlijkheidskenmerken, opvoeding, cultuur en doorgemaakte trauma's.

Biochemici en biologische psychiaters vinden steeds meer moleculen in de hersenen die stemmingen beïnvloeden. Chemici zijn daarover niet verbaasd. Zij hebben met de paplepel ingegoten gekregen dat alle materie onder aardse temperatuur en druk uit atomen en moleculen bestaat. Tussen een atoomkern en de elektronen die eromheen cirkelen zit heel veel ruimte, maar die is leeg.

Nu chemici niet alleen plastic maar langzamerhand ook gedrag moleculair leren verklaren zien gedragswetenschappers hun discipline tot hun schrik in het moleculair verklaringsdomein schuiven. De chemici veroveren de gedragswetenschappen op de psychiaters zoals Galileï rond 1600 het heelal op de kerk veroverde. De gedragswetenschappers zoeken voorlopig acceptabele tussenvormen. Bijvoorbeeld: bij dieren gaat het zeer moleculair toe, maar bij mensen bestaat ook nog iets buiten de moleculen om.

Wie erop let hoort en ziet vanavond in de documentaire Sex en Wetenschap vertegenwoordigers van beide uitersten. De documentairemakers bezoeken Nederlanders die seksuele opwinding onderzoeken. Volgens persbericht en TV-gids zoeken ze antwoord op de vraag of liefdesprocessen biochemisch van aard zijn, maar in het programma blijkt daar weinig van.

Biochemicus dr. F. Rommerts vertegenwoordigt het extreem moleculaire standpunt. Voor hem spreekt vanzelf dat iedere gedachte en iedere beweging bestaat uit chemische reacties. Hij trekt de parallel met bioscoopbezoek: bij de emoties die een film oproept bedenk je niet meer dat ze door voor een lamp langsflitsend celluloid worden opgewekt. In de liefde zijn de emoties echt, maar toch doen de moleculen het werk.

We vinden Rommerts terug in een varkensstal op de rug van een tochtige zeug die zojuist met berelucht uit een spuitbus in de paarstand is gezet.

Psycholoog en geuronderzoeker prof.dr. E.P. Köster: “Geur speelt een belangrijke rol, maar bij mensen minder dan bij dieren. Bij dieren is het veel dwingender.” Is Köster een man die voor het extra van de mens een on-moleculaire psyche reserveert? Of denkt hij toch dat er een multi-moleculaire analoge logica bestaat? De documentairemakers confronteren helaas geen standpunten. Seksuoloog dr. R. van Lunsen mag zelfs samenvatten dat moleculen weliswaar een rol spelen, maar dat liefde uiteindelijk een samenspel is tussen chemische, psychologische, sociale en maatschappelijke factoren. De beginvraag was in hoeverre al die processen biochemisch van aard waren. De makers werden, getuige de uitgebreide beelden, waarschijnlijk wat van hun kernvraag afgeleid door de universitaire peeskamertjes die ze tegen kwamen, waar voor mannen rekstrookjes en vibratieapparaatjes voor penissen klaarliggen, en voor vrouwelijke proefpersonen speciaal ontworpen slips met klitteband voor vibratorbevestiging, met opklipbare schaamlipthermometers en plexiglazen tampons met lampjes en lichtgevoelige cellen. Het gluurt aangenaam.