Vrede Ulster nu ook bemoeilijkt door houding Unionisten

DUBLIN, 28 FEBR. De weg naar vrede in Noord-Ierland is opnieuw opgebroken, nu de grootste partij in de provincie, de gematigde Ulster Unionists, heeft besloten om niet langer deel te nemen aan de besprekingen die de Britse minister voor Noord-Ierland in gang wilde zetten. Dit weekeinde kwam er, zoals verwacht, evenmin een “ja” van Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, tegen het Brits-Ierse voorstel tot deelneming aan het politiek proces in ruil voor een eind aan geweld.

De republikeinen hielden echter de deur op een kier door te hinten dat ze bereid zouden zijn over de drempel te stappen, indien de Britse regering erkent dat ook haar wettelijk vastgelegde verantwoordelijkheid voor Noord-Ierland in de onderhandelingen ter tafel kan komen.

Het opnieuw aandringen van Sinn Fein op het opheffen van het “Unionistische veto” op de toekomstige bestemming van Noord-Ierland, is nu ook de partij van James Molyneaux in het verkeerde keelgat geschoten. Hij wil premier Major duidelijk maken dat Sinn Fein alleen treuzelt om zo meer concessies los te krijgen. De Britse regering laat zich “in gijzeling” houden door het initiatief tot voortgang aan Sinn Fein te laten, een tactiek waarin Londen zich vooral door Dublin heeft laten sturen. Uit een opiniepeiling van de Ierse Sunday Independent en de BBC bleek gisteren dat 79 procent van de kiezers in Ierland, aan weerszijden van de grens, gekant is tegen het opleggen van een verenigd Ierland zonder toestemming van de meerderheid van de bevolking in Noord-Ierland zelf, de Unionisten. Het is precies dit “Unionistische veto”, vastgelegd in het Brits-Ierse vredesplan van december vorig jaar, waartegen Sinn Fein ageert.

De partij vindt dat de Britten moeten optreden als “overreders” van de Unionistische meerderheid in het noorden om hen duidelijk te maken dat de enige toekomst voor hen in een verenigd Ierland ligt. De Unionisten, in de woorden van Adams, zijn alleen maar zo halsstarrig omdat ze zich op grond van de Downing Street Declaration veilig wanen in hun eigen bastion en niet hoeven na te denken over verandering en aanpassing aan de nationalistische verlangens.

Adams leek er in zijn toespraak op uit een soort pan-nationalistisch front tegen Londen te creëren. Hij prees uitvoerig de Ierse premier Reynolds en de gematigde SDLP-leider John Hume voor hun inspanningen, maar schetste de Britse regering als boosdoener: weggelopen uit geheime onderhandelingen met de IRA, ontkennend dat ze daarin terugtrekking uit Ulster in het vooruitzicht had gesteld en zo bang om de Unionisten voor het hoofd te stoten en haar meerderheid in het Lagerhuis te verliezen, dat ze nu weigerde verdere opheldering te geven over de implicaties van het Brits-Ierse voorstel voor de nationalistische gemeenschap. Maar de Sinn Fein-leider bleef bereid, zei hij, een boodschap met de gewenste inhoud over te brengen aan de leiding van de IRA die “bereid is aanzienlijke risico's te nemen bij haar zoeken naar een blijvende oplossing”.