VHP strijdt om te overleven

HOUTEN, 28 FEBR. Voldoening en teleurstelling strijden bij drs. E. Nypels om voorrang bij zijn vertrek vandaag als voorzitter van de Vakorganisatie voor middelbaar en hoger personeel (VHP). Voldaan is hij over de verbetering van de dienstverlening door de bond tijdens zijn drieënhalf jarig bewind. Maar het stemt hem droef dat het (ook) hem niet gelukt is de eenheid binnen de eigen gelederen te versterken.

In zijn afscheidsinterview het VHP journaal kraakte Nypels enkele harde noten over het reilen en zeilen binnen de 28.500 leden tellende vakorganisatie. Deelbelangen zouden in discussies prevaleren boven VHP-belangen en sommige vertegenwoordigers in de Verenigingsraad, het hoogste VHP-orgaan, zouden het contact met de achterban hebben verloren. Citaat: “Als je merkt dat bijvoorbeeld essentiële besluiten met betrekking tot de dienstverlening, de financiën of het lidmaatschap van de VHP genomen worden op een vergadering waar nauwelijks meer dan tien leden aanwezig zijn, dan vraag ik mij af of deze besluiten wel gedragen worden en of er geen sprake is van individuele opvattingen van bestuursleden, die in sommige gevallen zelfs in meerderheid niet meer actief zijn in het arbeidsproces.”

Dat kwam hard aan binnen de VHP, die traditioneel niet uitblinkt in zelfkritiek en die de autonomie van de aangesloten verenigingen hoog in het vaandel heeft staan. Zó hard, dat Nypels geen behoefte meer heeft aan een toelichting op zijn hartekreet. Wel ontkent hij een verband met zijn vertrek als voorzitter. In deeltijd blijft hij voor de VHP actief als adviseur arbeidsvoorwaarden. Een opvolger krijgt hij voorlopig niet. Eerst moet de rust zijn teruggekeerd en uitzicht bestaan op eensgezindheid over de toekomstige structuur.

Eigenlijk is de VHP een vereniging van verenigingen. Sommige doppen hun eigen boontjes, andere zijn in meer of mindere mate afhankelijk van 'Houten', waar het hoofdkantoor is gevestigd. Als bij een gewone vakbond een lid boos wegloopt, is dat vervelend doch overkomelijk. Maar als bij de VHP een 'lid' afhaakt, kan het al gauw om een paar duizend leden gaan. Zoals vorig jaar, toen de VHP Banken en Verzekeringen (2.700 leden) uittrad, omdat de baten van de 'koepel' niet meer zouden opwegen tegen de contributie. Gevolg was dat de hele VHP slagzij maakte en aan het eind van het jaar zeven ton tekortkwam.

Die klap is de VHP nog niet te boven. Ook andere aangesloten verenigingen beraden zich op hun lidmaatschap of hebben dat inmiddels opgezegd. Zo heeft de VHP Akzo (1.500 leden) laten weten na dit jaar geen prijs meer te stellen aansluiting bij 'Houten'. “Wij vinden de VHP-koepel te duur in verhouding tot wat we er voor terugkrijgen”, zegt voorzitter R. Zetstra van VHP Akzo.

De VHP wortelt in de jaren vijftig. Toen ontstonden drie landelijke verenigingen van hoger personeel (naar goed Nederlands gebruik een algemene, een katholieke en een protestantse). Bij verschillende grote bedrijven werden zelfstandige verenigingen van hoger personeel opgericht, zoals bij Philips, Ketjen (later Akzo), KLM, Van den Bergh en Jurgens (later Unilever) en Hoogovens. Samen vormden al deze clubs vanaf 1966 de VHP, die toen zo'n 5.000 leden had. In 1974 volgde aansluiting bij de vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel (MHP).

Een doorbraak kwam in de jaren zeventig, toen de industriebonden zich sterk maakten voor 'centen in plaats van procenten' en de VHP achter vele bomen het 'nivelleringsspook' ontwaarde. Dit gevaar acht de VHP nog steeds hoogst actueel, getuige allerlei kabinetsmaatregelen, maar zij profiteert er nauwelijks meer van. Want terwijl het aantal kaderfuncties almaar uitdijt, schommelt het ledental van de VHP al zo'n jaar of tien rond de 30.000.

Bij zijn aantreden, eind 1990, mikte Nypels, die toen ruim twintig jaar lid van de Tweede Kamer (D66) was geweest, op een flinke groei. In zekere zin lukte dat ook. De VHP kreeg er de afgelopen jaren 11.000 nieuwe leden bij. Maar omdat er ook ongeveer evenveel vertrokken, schoot men per saldo niet veel op.

De stagnatie in de groei heeft voor een deel te maken met de afbrokkeling van de werkgelegenheid in de industrie, waar de meeste VHP-verenigingen zitten. Anderzijds kreeg de VHP er uitgerekend in een sector waar op een flinke groei werd gerekend - de commerciële dienstverlening - een stevige concurrent bij door het uittreden van de VHP Banken en Verzekeringen.

De VHP afficheert zich graag als trendsetter op vakbondsgebied. Pleidooien voor meer maatwerk in CAO's, voor meer keuzemogelijkheden door uitruil van arbeidsvoorwaarden, voor flexibele pensionering en voor individuele uittredingsregelingen zijn inmiddels gemeengoed in alle bondsprogramma's, maar de VHP kwam er wel als eerste mee op de proppen. Deze voortrekkersrol in het overleg over arbeidsvoorwaarden wil de VHP blijven spelen, maar de interne sores eisen vrijwel alle aandacht op. Binnenkort belegt het bestuur met de voorzitters van de aangesloten verenigingen een sessie in een bosrijke omgeving om een overlevingsstrategie uit te stippelen. Van de uitkomst van dit beraad laat onder andere de VHP Metalektro (3.000 leden) afhangen of zij onder de paraplu van Houten blijft, zegt voorzitter H.H. Nijland.

Om hun positie in het CAO-overleg veilig te stellen zouden de afvallige VHP-clubs het liefst rechtstreeks aansluiting zoeken bij de vakcentrale MHP, dus zonder 'tussenkomst' van de VHP-koepel. Maar dat stuit op een veto van de VHP. Tot voor kort hadden ze geen keus, maar nu de Algemene Vakcentrale (AVC) in de Sociaal-Economische Raad komt en daarmee officiële erkenning heeft bedongen, is er een kaper op de kust. “De VHP is haar monopoliepositie kwijt”, zegt Zetstra van VHP Akzo. De AVC staat op het punt de VHP Banken en Verzekeringen, inmiddels omgedoopt tot Beroepsorganisatie Bank en Verzekering, in te lijven. En ook Nijland van VHP Metalektro zegt: “Mocht de bosdag verkeert uitvallen, dan hebben we een alternatief”.