Tomba grijpt weer naast het ski-goud maar steelt de show

LILLEHAMMER, 28 FEBR. Thomas Stangassinger won gisteren de olympische slalom, maar Alberto Tomba stal de show op de Hafjell bij Lillehammer. Na zijn rampzalig verlopen eerste run gaven kenners geen stuiver meer voor de kansen van de fameuze Italiaan. Veertiende stond hij op bijna twéé tellen, voor ski-begrippen een straatlengte achterstand. In de tweede manche herstelde Tomba zich wonderbaarlijk, zoals alléén hij dat kan. Aangemoedigd door het handgeklap, gejuich en gestamp van met vlaggen zwaaiende tifosi stortte de Italiaan zich tussen de poortjes door naar beneden. Vijftienhonderdste seconde kwam hij tenslotte tekort voor het goud.

Lillehammer vormt het olympische afscheid van Tomba. De supporters en de echte ski-liefhebbers zullen hem zéér missen. Hij is een kleurrijke sportman met een grote mond en gewaagde voorspellingen, maar het siert hem dat hij die uitlatingen doorgaans ook waar maakt. De 27-jarige atleet is daarnaast ook stressbestendig. Dat toonde hij ook al bij de Winterspelen van 1992. Als een koele kikker zette hij in Val d'Isère - op de reuzeslalom - een hopeloos lijkende achterstand op Marc Girardelli om in een voorsprong, die hem goud bezorgde. In 1988 haalde hij in Calgary twee maal een olympische hoofdprijs. Wat olympische medailles betreft is zijn totaalscore op vijf gekomen, want twee jaar geleden veroverde hij ook al “zilver” op de slalom.

Op zo'n mooie klassering had Tomba in Noorwegen eigenlijk niet meer gerekend. Vooraf niet, omdat hij na zijn geheel mislukte reuzeslalom van zes dagen geleden geestelijk in de put zat en last had van slepende hoofdpijn. Direct na zijn (tweede) race evenmin, omdat er na hem nog enkele grootheden de berg af moesten, die er op papier heel wat beter voor stonden. Na zijn finish liep Tomba bij het finishdoek te ijsberen. “Ik wond me flink op, er spookte van alles door mijn kop. Welbeschouwd was ik natuurlijk kansloos”, meldde hij later, “maar je weet het nóóit. Zeker niet op deze piste, die heel agressief was door de ijsvorming. Ik gebruikte in de laatste run stroevere ski's dan in de eerste en nòg ging ik bij de start bijna op mijn bek. Het was denkbaar dat de concurrenten iets dergelijks zou overkomen.” Terwijl de televisie-camera's zich al uitgebreid op de media-ster richtten, gebeurde dat laatste. Thomas Sykora, in de eerste run sneller dan Tomba, verloor een ski, de eveneens goed geplaatste Peter Roth struikelde over zijn eigen benen en Kjetil André Aamodt kwam al bij het tweede poortje tot stilstand. Vloekend op zichzelf en met tranen in de ogen.

De Noorse held, net vóór de latere winnaar Stangassinger gestart, omschreef zijn laatste olympische ski-discipline later als “een drama”. Op de slotdag had de allrounder o zo graag toe willen slaan, had hij eindelijk willen halen waar hij jaren naar uit had gekeken: goud. Eerder in het toernooi was de grote favoriet twee keer tweede geworden, op de afdaling en de combinatie, en éénmaal derde, op de Super G. Het waren klasseringen die voor hem weinig waarde hadden. Alléén het hoogste telde in zijn ogen. De Noorse sportwereld had de uitblinker in World Cup en WK de laatste maanden gebombardeerd tot degene die in februari de “koning van Lillehammer” moest worden. Ondanks de hulp van de beste Oostenrijkse coaches en tal van trainingskampen met de nationale ploeg - de kosten bedroegen deze competitie 3,5 miljoen gulden - was Aamodt op het moment suprême echter niet in de vereiste bloedvorm.

“Misschien heb ik het te licht opgenomen, heb ik niet genoeg getraind”, meende hij op de Hafjell. “Het kan ook zijn dat onze ski-selectie te veel is bezig geweest met het testen van nieuwe materialen.” De ware reden was vermoedelijk een andere. Aamodt was niet opgewassen tegen de enorme druk die op zijn schouders was gelegd. Wellicht ook is hij te zachtaardig, mist hij de killersmentaliteit van een kampioen. Zoals die van de gisteren toekijkende schaatser Johann-Olav Koss (Hamar is inmiddels omgedoopt tot Koss-City) of van Tomba 'la Bomba', de vechtjas wiens jaarsalaris van naar schatting negen miljoen gulden door het zilver vast nog kan stijgen.

Het goud op de olympische slalom zal Stangassinger lang niet zo veel opleveren. Enerzijds niet omdat Oostenrijk geen sportland is als Italië, waar het volk decennia na een topprestatie nog warm loopt voor zijn schitterende atleten. Anderzijds niet omdat Stangassinger bij lange na niet de uitstraling heeft van Tomba. Een zilveren en een bronzen medaille had hij al van een WK, vertelde hij na afloop. Achtentwintig jaar was hij, hij was getrouwd met Marlies. En hij had in 1985 een knie-operatie ondergaan, waarvan hij “drie jaar lang de naweeën had gevoeld.” En hij zat onlangs in “een dip” door het dodelijke ongeluk van Ulrike Maier. De teksten waren weinig opwindend en de saaie Stangassinger kreeg van de opdringende verzamelde pers dan ook veel minder vragen voorgelegd dan de gevierde campionissimo Tomba. Het leek wel of de Italiaan de gouden medaille had gewonnen.