Machteloze burgemeester

De wijk Oosterwei in Gouda heeft 5100 inwoners, van wie ongeveer een kwart van Marokkaanse afkomst. In een paar straten is de verhouding 20 procent Nederlanders en 80 procent Marokkanen. Middenin die wijk liggen de winkels van de De Rijkestraat, waaronder tot voor kort Peters broodboetiek. Vorige maand schreef de Goudsche Courant: “Nadat in de Oudejaarsnacht voor de zoveelste keer zijn ruiten werden ingegooid was het voor Peter genoeg. Hij sloot zijn deuren.” Vorig jaar was er in één maand tijd al vier keer bij Peter ingebroken.

Voor ƒ 1.50 is nu heerlijk brood te koop bij de Marokkaanse bakker. Dat op zichzelf is prima, maar de terreuracties tegen Peter en sommige collega-winkeliers zijn een ernstige aantasting van de rechtsstaat. Van mevrouw Brinkman (62), werkzaam bij de wijkapotheek, hoorde ik het zo: “Omdat er doorlopend ruiten werden ingegooid en tegen de gevels werd geplast zijn de Nederlandse winkeliers, de kapper, de vishandelaar en de bakker vertrokken. Alles is nu in handen van Marokkanen.” En: “Tasjesroof is heel erg. Oudere mensen durven 's avonds niet meer over straat.” Voor Peters broodboetiek en voor de Hollandse visboer bestond de rechtsstaat even niet, en is het nu te laat. Maar de tasjesroof duurt voort en ook de intimidatie van andere burgers en winkeliers. Daarom heeft de gemeenteraad van Gouda gevraagd om een extra politiepost aan de De Rijkestraat. De normvergoeding voor één politieman is 85.000 gulden per jaar. Een politiepost met continu twee agenten kost in een vijfploegendienst dus tien keer 85.000 dat is 850.000 gulden per jaar. Als iedere inwoner van Gouda één gulden per maand voor dit goede doel opzij zet is de financiering rond.

De politieke partijen zijn ervóór, burgemeester Boone noemt het in de krant een prima idee, en hoewel niemand naïef genoeg is om te menen dat een politiepost in de wijk de werkloosheid zal oplossen, heeft de burgemeester zeker gelijk als hij de politiepost aanbeveelt als middel tegen criminaliteit. Bij zo'n grote consensus lijkt één gulden per inwoner per maand geen groot probleem, maar zo werkt het kennelijk niet. De gemeente Gouda vormt samen met Reeuwijk en Bodegraven het district 'Waag en Wiericke', dat weer onderdeel is van de politieregio 'Holland's midden'. Burgemeester Boone vertelt: “Indien het districtscollege akkoord gaat met het voorstel om in de wijk een politiebureau te openen, dan moet het voorstel verder ter besluitvorming worden aangeboden. Uiteindelijk zal het regionaal college het laatste woord hebben om het voorstel goed te keuren en de uitvoering ervan mogelijk te maken.”

Boven Gouda, toch een gemeente met 70.000 inwoners, staan dus nog twee hogere lagen, overal inclusief beleidsmedewerkers en dienstcommissies waarin de vakbonden actief zijn. Er is formeel overleg tussen vakbond en politiemanagement, informeel overleg en tegenwoordig ook al 'informeel informeel overleg' ter voorbereiding op het informeel overleg. Al die vergaderingen worden dan ook nog gehouden op drie niveaus, in Gouda, in het district en in de regio. Je zou er dol van worden. Of werkloos, zoals die drie winkeliers. Van het hoogste college in de regio is de burgemeester van Leiden voorzitter, maar iedere burgervader uit Hollands midden heeft daar één stem, zodat burgemeester Boone mij vertelt dat hij nu de halve week bezig is met begrip wekken voor Gouda's stijgende criminaliteit bij zijn collega's van Rijnsburg tot Schoonhoven. Onlangs beschreef Willem Velema in Intermediair een soortgelijk probleem van Nieuwegein, dat eerst bij Lopik en Houten en later bij Utrecht moest aankloppen. Daar verklaarde de korpschef kort maar krachtig: “Niemand in onze regio is tevreden. Maar we hebben afgesproken dat we geen oorlog in de tent willen.” Dus: veel koffiedrinken, niets besluiten. In de regio Haaglanden is al overeengekomen dat men op zijn vroegst in 1996 weer kijkt naar de verdeling van de politie over de gemeenten.

Kortom, de burgers zijn bang, de burgemeester wil een extra politiepost, de kosten zijn gering, maar de besluitvorming bij de politie geeft weinig hoop. Het rampzalige regioplan met al die extra bureaucratische lagen is een verantwoordelijkheid van het ministerie van binnenlandse zaken. Secretaris-generaal Van Aartsen schreef naar aanleiding van mijn eerdere columns over de politie-bureaucratie: “Op mijn Ministerie zijn geen mensen te vinden die van mening zijn dat de rechtspositie van de politiemensen niet moet worden aangepast aan de eisen van een moderne, flexibele organisatie. In dat licht gezien is met de politiebonden overeengekomen dat thans alle rechtspositievoorschriften worden nagelopen op decentralisatiemogelijkheden. Onze inzet is een sterke deregulering en ruimte geven aan maatwerk in de korpsen.” Van Aartsen was zo vriendelijk om het 'Akkoord arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid' voor de sector politie bij te voegen. In dat akkoord lees ik wel dat de politievakbonden ieder jaar een miljoen gulden belastinggeld ontvangen voor hun vakbondsapparaat en voor extra vergaderkosten (worden dan niet alle vergaderingen in diensttijd gehouden?). Zo blijft de vakbond sterk, zeker wanneer die ook nog inspraak houdt in het promotiebeleid bij de politie. Verder bevat het politieakkoord wel een paragraaf over “te openen dossiers” maar daar lees ik niets over decentralisatie en ook niets over de lastige dienstroosters die bijvoorbeeld inhouden dat sommige politiekorpsen werken met een achtploegenrooster, hoewel in het bedrijfsleven DSM zich moet redden met een vijfploegendienst. Gelukkig gaan Binnenlandse Zaken en de vakbonden wel studeren over de vergoedingen en toeslagen bij de politie en over de vraag of de vakbonden enige flexibiliteit toestaan bij de inzet van personeel in een andere gemeente van de regio.

Voor Peter de bakker en zijn ex-collega's in de De Rijkestraat is het allemaal mosterd na de maaltijd, maar niet alleen in Gouda is de rechtsbescherming in gevaar. Daarom zou het zo belangrijk zijn wanneer de (volgende?) minister van binnenlandse zaken dit afsprak met secretaris-generaal Van Aartsen en directeur-generaal Pont: het overleg sleept zich niet voort totdat iedereen het met iedereen eens is, maar totdat de minister genoeg heeft gehoord om te besluiten wat hij wil.

Om zo het feitelijk veto van de bonden te doorbreken zou de minister van binnenlandse zaken het voorbeeld van Nieuw Zeeland moeten volgen en Van Aartsen en Pont een contract laten tekenen. Daarin beschrijven de top-ambtenaren ten behoeve van de politiek verantwoordelijke minister wat zij de eerstvolgende twee jaar willen veranderen om de politie efficiënter te maken. Iedere zes maanden rapporteren zij aan de minister over de uitvoering van hun managementcontract. Wanneer dan de uitkomst tegenvalt en de politie veel te bureaucratisch blijft, dan komen er in het Nieuwzeelandse voorbeeld twee nieuwe werklozen. En deze keer geen winkeliers in Gouda, maar de heren Van Aartsen en Pont.