Limburgse Falstaff in carnavalssfeer is toch ook luchtige komedie

Voorstelling: Falstaff van G. Verdi door Opera Zuid, Limburgs Symphonie Orkest en Zuidelijk Theaterkoor o.l.v. Lucas Vis m.m.v. o.a. John Rawnsley, Valerie Masterson, Bruno Balmelli, Claire Daniels, James Doing, Ans van Dam en Caren van Oijen. Decor en kostuums: Herbert Murauer; regie: Christof Loy. Gezien:26/2 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Herhalingen: 1/3 Tilburg; 3/3 Rotterdam; 5/3 Venlo; 8/3 Eindhoven; 10/3 Utrecht; 12/3 Heerlen; 15/3 Breda; 17/3 Den Bosch; 19/3 Sittard.

Falstaff, Verdi's opera over Shakespeares falende Engelse Don Giovanni, levert in de nieuwe produktie van Opera Zuid een aardig, amusant en vooral luchtig schouwspel op. Het ouderwetse gegeven van de bolle onbehouwen vetzak met zijn boertige vrijersmanieren kan bij een uitvoering van deze opera nu eenmaal niet geheel worden genegeerd. Maar regisseur Christof Loy heeft de handeling verplaatst van de ruige middeleeuwen waarin Shakespeare's titelheld en de Merry wives of Windsor leefden, naar de wat geciviliseerder tijd waarin Verdi zijn laatste meesterwerk schreef: de late negentiende eeuw, met als lokaties een hotel, een salon en een oranjerie.

Die vijf eeuwen verschil hebben het menselijke verlangen naar liefde, de lust van het overspel en drang naar vermaak volstrekt ongemoeid gelaten, die zijn van alle tijden. Maar de oubollige sfeer waarin de geile Sir John Falstaff meestal te grazen wordt genomen, is hier wat lichter. Er is in deze nadagen van de regering van Queen Victoria helemaal niets te ontdekken van de legendarische Victoriaanse preutsheid. Die bestond volgens Loy in de praktijk niet, zeker niet in de betere kringen. Ook onder Queen Elizabeth II en premier Major is het daarmee al niet anders gesteld dan ten tijde van Henry IV (1399-1413).

Falstaff lijkt in deze Maastrichtse produktie soms een Franse komedie in de frivole stijl van Feydeau, al wordt die later toch weer kluchtig en in de tweede acte zelfs zuidelijk carnavalesk. Af en toe is er zeker nog wel iets behoorlijk plats te ontdekken - dat lijkt helaas onvermijdelijk - maar het geheel is toch niet overmatig plomp. Een échte Limburger sprak er na afloop wel schande van dat het carnaval hier zó werd misbruikt.

Al wordt de wasmand waarin Falstaff zich heeft verstopt leeggekieperd boven de modderige oever van de Theems, de besmeurde titelheld behoudt zijn waardigheid, hoe ingebeeld die ook is. Een voor mij onverklaarbaar detail is dat de aanwezigheid van die modder al eerder wordt uitgemeten, als de jonggelieven Fenton en Nanetta daarin een akelig vies voetbad nemen.

In de orkestbak laat dirigent Lucas Vis het Limburgs Symphonie Orkest Verdi's muziek met die talloze citaten van zijn eigen stijl geanimeerd spelen met een opvallend lichte toets en soms verleidelijke lyriek. Dat zijn ook de kenmerken van de vocale kwaliteiten van Falstaff-vertolker John Rawnsley, die daarmee een genuanceerde invulling geeft aan zijn rol.

De vrouwenrollen zijn goed bezet, met onder andere een uitstekende Valerie Masterson als Alice Ford en Ans van Dam als de doortrapte Mrs. Quickly, een rol die erg past bij haar gevarieerde vocale mogelijkheden. James Doing zingt een niet meer dan aardige Fenton, Claire Daniels is met haar doordringende hoge noten een erg opvallende Nanetta.