Koss als pleister op de wonde voor Noren

LILLEHAMMER, 28 FEBR. De Noorse televisie herhaalde gisteren meteen na de ontknoping op de 50 kilometer langlaufen en de slalom de olympische zegereeks van Koss. Nog één keer klonk de dolenthousiaste stem van de chauvinistische commentator in de miljoenen huiskamers. Nog één keer reed de schaatsheld zijn wereldrecords. Die opkikker konden de Noren op dat moment blijkbaar wel gebruiken.

Ze hadden op de laatste dag een knallende ontknoping in petto gehad. Op de 50 kilometer zou het organiserende land goud winnen en mogelijk nog wel meer. Misschien zelfs wel goud én zilver én brons. Noorwegen had vier sterke troeven, de winnaar van Albertville, Dählie, Ulvang, Sivertsen en de uit Lillehammer zelf afkomstige Erling Jevne. Laatstgenoemde was nog fit. Hij had aan geen ander onderdeel meegedaan. En hij kende het parcours natuurlijk als geen ander. Dus hij was de grote outsider.

Jevne kwam uiteindelijk niet verder dan de vijfde, Dählie niet dan verder dan de vierde plaats. Ulvang werd slechts tiende. Sture Sivertsen kwam als enige Noor op het erepodium terecht. Hij won het brons. Het betekende slechts een troostprijs.

Ze waren nog één keer met z'n allen komen opdagen om het Noorse slotfeest te vieren. Er zaten en stonden ongeveer 150.000 zeer luidruchtige mensen langs het parcours. Naar schatting 20.000 van hen hadden de nacht voor de race in de omliggende bossen doorgebracht. Ze werden niet beloond voor hun doorzettingsvermogen. Toen hun grootste hoop, Björn Dählie, in een teleurstellende tijd over de finish was gekomen en even teleurgesteld op de grond bleef liggen was het muisstil op de berg. Alleen de stem van de speaker galmde door het Birkebeinerstadion.

De Noorse langlaufers deden zelf later laconiek over hun nederlaag. Björn Dählie, al winnaar van twee keer goud in Lillehammer, maakte na afloop vooral grappen over het feit dat hij duizend kronen op een zege van teamgenoot Jevne had gezet. “Ik zal hem daar straks eens even over aanspreken.”

Dählie lag lang op de tweede plaats. Pas in de laatste tien kilometer zakte hij naar achteren. Hij noemde de race van gisteren toch zijn beste wedstrijd van vijftig kilometer die hij gezien de omstandigheden ooit skiede. Hij was nog moe van de estafette van afgelopen woensdag geweest en had bovendien last van een lichte griep. Al snel in de wedstrijd was Dählie de twee minuten voor hem gestarte Ulvang tegengekomen. Pogingen om elkaar op sleeptouw te nemen mislukten.

Vegard Ulvang, na het drie keer goud van Albertville nu zonder prijs, dacht niet dat zijn landgenoten in het stadion en thuis erg teleurgesteld zouden zijn. “De mensen hier houden van langlaufen in het algemeen. Ze waarderen ook prestaties van anderen. Wij waren helemaal niet zo gefixeerd op het goud.” En, voegde hij eraan toe, men is blij dat Smirnov uit Kazachstan heeft gewonnen. De Noorse bondscoach Inge Vider Braten noemde het een positieve ontwikkeling voor het langlaufen dat ook deelnemers uit andere landen succesvol zijn geweest. “Dat zorgt voor meer aandacht.” Hij zei voor de Olympische Spelen op één gouden medaille te hebben gerekend. Dat lijkt wel een beetje weinig gezien de vijf eerste plaatsen van twee jaar geleden in Albertville. In Lillehammer wonnen de Noorse langlaufers uiteindelijk drie gouden, twee zilveren en een bronzen medaille. “Niet slecht toch?”, vroeg Braten.

Waren de Noren echt niet teleurgesteld over de laatste nederlaag? Of deden ze maar alsof? “Ach, het zou”, sprak Dählie zijn vriend Ulvang naar de uitgang duwend, “leuk geweest zijn om goud te winnen. Maar je kan niet altijd nummer één zijn.”

Ook zonder het goud van de 50 kilometer behaalde Noorwegen in Lillehammer en Hamar van alle landen de meeste medailles, 26. De Russen hadden er drie minder, maar wonnen wel één gouden medaille meer dan het thuisland, elf om tien. Het record staat op naam van de voormalige Sovjet-Unie dat in '76 in Innsbruck dertien keer goud won. Noorwegen haalde met name in de beginfase van de Winterspelen zes keer eerder de meeste prijzen binnen. Het wintersportland kende ook grote dieptepunten. Zes jaar geleden in Calgary behaalde de Noorse equipe niet één gouden medaille. Des te opmerkelijker kan de topscore van deze Winterspelen worden genoemd. In Albertville reikten de Noren al tot twintig medailles.

Door de successen in de eerste week leek de Noorse goudoogst in Lillehammer zelfs naar ongekende hoogte op te gaan lopen. Daarna stokte de produktie. Met name de nederlaag op de 4 x 10 kilometer langlaufen kwam hard aan. Vrijdag was er ineens nog even een geweldige opleving met de glorieuze drievoudige zege in de combinatie alpineskiën en het goud en zilver op de 90-meterschans.

De voorzitter van het organisatiecomité, Gerhard Heiberg, noemde de macht van zijn landgenoten in de eerste dagen van de Olympische Spelen lachend “een beetje onbeleefd”. Maar hij had, zo zei hij gisteren tijdens zijn openbare slotwoord, het echter geen bezwaar gevonden indien er nog meer medailles zouden zijn gewonnen. “Ik voel me meer Noor dan een goed organisator”, aldus Heiberg. “Maar”, voegde hij eraan toe, “het is fijn dat het goud op de 50 kilometer naar Kazachstan is gegaan.”