KNGB vindt bestuur zonder verleden

BEEKBERGEN, 28 FEBR. Nog voor de vergadering is afgelopen, beent hij weg. Weg van het enthousiasme. Even een sigaret opsteken op de gang. Toch is het niet het rookverbod dat hem naar buiten drijft. Binnen hebben de leden van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB) zojuist met overgrote meerderheid besloten dat de sectie wedstrijdsport dit jaar honderduizend gulden extra moet bezuinigen.

Die uitslag verbaast Gert-Jan Nieuwstad niet. Daarvoor is de bondscoach bij de dames inmiddels te bekend met de communis opinio in het gymnastiekwereldje. Maar moedeloos wordt hij soms wel: “Iemand die hier maar korte tijd had gewerkt, zei me eens: 'Het lijkt wel of ze je wegkijken als je serieus met topsport bezig bent.' Dat was goed gezien. Als een Nederlandse turner leuk presteert, staat iedereen vooraan om met hem te pronken. Maar wanneer je geld vraagt voor zijn opleiding, dan vinden ze dat allemaal niet zo nodig.”

Het was zaterdag een belangrijke dag voor de KNGB. De bond, die in 1993 125 jaar bestond, kent grote problemen. De financiële situatie is weinig rooskleurig, het imago van het bondsapparaat log en traag en sinds 27 november jongstleden was de club zonder leiding. Op die datum werden tijdens een lange en roerige bondsvergadering de elf bestuursleden weggestemd. De afgevaardigden uit de regio's gingen niet akkoord, toen het voorstel voor een contributieverhoging van één gulden aan de orde was. Maar vóór het zover was, werd de vergadering al een keer geschorst tijdens het debat over de begroting. Termen als 'manipulatie' en 'een falende communicatie' toonden aan dat nog maar weinig vertrouwen bestond in het bestuur, dat bovendien verweten werd de wedstrijdsporters te veel de hand boven het hoofd te houden. Toch moesten die volgens de begroting bijna anderhalve ton inleveren. “Bij de sectie wedstrijdsport is steeds geld over”, stelde de vertegenwoordigster uit Overijssel vast. En 'Rotterdam' eiste “een uitdrukkelijke toezegging” over “een nadere lastenverlaging” in de betreffende afdeling.

Nieuwstad: “Het bestuur was te topsport-minded. Daarom kreeg het problemen. Bij bezuinigingen wordt altijd geroepen dat topsporters het wel erg getroffen hebben. Als het jaar daarop nog steeds geld nodig is, is het weer: 'Hé, die kunnen wel met minder toe.' Ik ben niet anders gewend.” Besparingen op de wedstrijdturners waren recentelijk oorzaak van het sluiten van het turninternaat op Papendal. Daardoor is Nieuwstad, onder wiens hoede het talentje Elvira Becks bij de Olympische Spelen in 1992 tot de mondiale subtop reikte, ongeveer twintig uur per week kwijt om zijn pupillen in den lande te bereizen. “Officieel ben ik voor negentien uur aangesteld als coach. Voor hetzelfde aantal uren ben ik coördinator op het bondsbureau. Ik moet wel werkweken van zestig uur maken, want anders kom ik aan het trainen van de turnsters niet eens toe.”

Enkele regio-afgevaardigden vormden na het wegstemmen van het bestuur een 'commissie van goede diensten'. Zaterdag traden ze tijdens een buitengewone ledenvergadering naar buiten met de vrucht van hun arbeid. Alvorens de herziene begroting aan bod kwam, werden de kandidaten voor het nieuwe bestuur voorgedragen. Op twee man na zijn ze allemaal ook 'echt' nieuw, “want het is niet de bedoeling dat ze al oppositie met zich meebrengen bij hun aantreden”, meldt commissielid T.C. Daey Ouwens aan de welwillende zaal. Het wordt vervolgens een bliksemzitting. Sommige van de beoogde bestuurders zijn volslagen onbekend met de gymnastiekbond, maar zonder uitzondering worden ze bij acclamatie benoemd. Het zijn er slechts acht (of eigenlijk zeven: voor de portefeuille wedstrijdsport wordt nog iemand gezocht), want 'korte lijnen' is het parool.

Voorzitter wordt F.J. Koffrie, burgemeester van Hasselt en als wethouder ooit met sport belast. “Kortom, een goede voorzitter”, meent Daey Ouwens. Koffrie belooft dat het bestuur hard zal werken, maar vraagt geduld. “De meeste bestuursleden hebben elkaar tenslotte nog maar éénmaal ontmoet.”

Ad-interim is H.A. Wille. De oud-voorzitter van de schaakbond gaat zich inspannen de relatie tussen het bondsbureau en het -bestuur te herstellen. Een lastige opgave, want onlangs stapte de directeur van het bondsbureau op. “Hij was ook nogal pro-topsport en voelde zich erg verbonden met het oude bestuur”, weet Nieuwstad. Een regiobestuurder is verbaasd over het besluit van de kantonrechter, die akkoord ging met de verklaring van de bondsdirecteur dat hij in een onwerkbare situatie was terecht gekomen. “Hij heeft zelf ontslag genomen. Waarom krijgt die man dan WW?”

De behandeling van de begroting kost daarna weinig tijd. Even nog wordt stilgestaan bij een brief van het NOC*NSF, die waarschuwt dat bezuinigingen op de wedstrijdsport de subsidie in gevaar kunnen brengen. Het bestuur belooft de vinger aan de pols te houden (“Bezuinigen kun je op veel verschillende manieren”), maar houdt zich verder op de vlakte. Of de positie van de bondscoach - die een contract heeft tot 1996 - in het geding is, wordt evenmin bevestigd of ontkend. Nieuwstad zelf: “Het zwaard blijft hangen.” En dan opgewekt: “Als ze me ontslaan als coördinator, krijg ik een stuk meer tijd voor het bondscoachschap.”