Kapelaan klaar voor nazorg in organisatie van Spelen

PAG.9: HOOFDARTIKEL

LILLEHAMMER, 28 FEBR. Kapelaan Vidar Bergsland zal nog tot augustus in Lillehammer blijven. Hij staat ter beschikking van de 850 betaalde krachten van het plaatselijke organisatiecomité, LOOC, van de Winterspelen. Hij zal ze de komende weken allemaal proberen te bereiken en naar hun toestand informeren. Het hoort bij de uitgebreide nazorg. Dat is een onbekend, maar belangrijk onderdeel van de olympische activiteiten.

In Lillehammer wil men voorkomen dat net zoals in Calgary ('88) en Albertville ('92) olympische ex-werknemers in geestelijke problemen zullen geraken. Uit Canada zijn zelfs verhalen over zelfmoorden bekend. “Het is mogelijk dat mensen problemen krijgen om aan hun oude leven te wennen”, stelt Bergsland. “Ik ben er dan om naar ze te luisteren.” Hij kan in bepaalde gevallen besluiten om een psychiater in te schakelen. Die maakt ook deel uit van een uitgebreid netwerk van deskundigen.

Voor de organisatie zijn de zeventiende Olympische Winterspelen gisteravond nog zeker niet afgesloten. Er is nog veel werk te doen. Het grootste deel van de werknemers zal zijn olympische activiteiten over anderhalve week, op 11 maart, beëindigen. Een behoorlijk aantal mensen zet de werkzaamheden echter voorlopig nog voort. De laatste groep, van ongeveer zestig man, gaat zelfs door tot naar verwachting medio augustus. Sommigen zijn dan viereneenhalf jaar met Lillehammer '94 bezig geweest.

Voor naar schatting 150 olympische werkers is inmiddels een nieuwe werkkring gevonden. Een ander deel kan straks terug naar zijn oude baas of gaat studeren. Ongeveer driehonderd olympiërs hebben nog geen baan gevonden. “Het is niet eenvoudig de mensen onder te brengen”, vertelt Ellen Gjerde van de afdeling humanitaire hulpverlening van LOOC. Ze stelt dat de olympiërs “perfecte” werknemers voor bedrijven zullen zijn. “Ze zijn gewend onder druk te werken en zich met verschillende zaken bezig te houden. Dat is toch uniek?”

In de afgelopen maanden is bij LOOC al geprobeerd de mensen voor te bereiden op de periode na de Winterspelen. Er werden cursussen gegeven waarin onder meer werd geleerd hoe er moest worden geselecteerd. Ook wat betreft de mentale kant van de post-olympische periode hebben deskundigen gesprekken gevoerd. Ellen Gjerde is zelf ook niet gerust op de post-olympische periode. “Er zal zeker sprake zijn van een bepaalde leegte. En ik weet niet hoe ik daar mee om zal gaan.”

Pag.11: Trots gevoel na zien van springschans

Gjerde maakt sinds 1 juli '90 deel uit van de organisatie. Ze werkte voor een bank en werd gevraagd om voor LOOC te komen werken. Of ze straks bij haar werknemer kan terugkeren, weet ze niet. Daar heeft ze zich bewust niet mee beziggehouden. “Ik zal volgende maand eens bellen.”

Gjerde behoort tot de laatste groep die in augustus de gebouwen van het organisatiecomité in het centrum van Lillehammer zal verlaten.

De gezamenlijke kerken in Lillehammer hebben een actieve rol bij de Olympische Spelen gespeeld. Ze hadden met de financiële hulp van de overheid een uitgebreid programma samengesteld met dagelijkse kerkdiensten en concerten. Regelmatig was men behulpzaam bij het vinden van slaapplaatsen. Kapelaan Vidar Bergsland werkt bij het 'Kirkens OL-kontor', de olympische religieuze service. De priester van de baptistenkerk in het hoge noorden gelegen Oppdal is al sinds tweeëneenhalf jaar in Lillehammer gestationeerd. “Ik ben geen grote sportliefhebber. Ik blijf niet thuis voor een belangrijke wedstrijd. Maar dat is ook niet nodig in deze functie.”

Hij begeleidde voor de Winterspelen al de arbeiders die de stadions en andere olympische accommodaties bouwden. Bergsland ging “vaak met een cake onder mijn arm” bij ze op bezoek en bood zijn hulp aan. Soms bleek dat goed van pas te komen. De hulpverlener maakte onder andere cassettebandjes voor de bouwvakkers met interviews, nieuws en muziek erop. Op die manier probeerde hij een band te creëren tussen de mensen die ver van elkaar aan verschillende accommodaties werkten. De cassette was voor Bergsland meteen een binnenkomer. “Ik kwam niet met lege handen bij de mensen aan. Had iets aan te bieden.” Hij blikt met tevredenheid terug op de bouwperiode. Eén arbeider overleed, maar dat was ten gevolge van een auto-ongeluk. Bij de werkzaamheden zelf deden zich geen dodelijke ongelukken voor. Terwijl bij een bouwprojekt van dergelijke omvang statistisch gezien 1,3 tot 1,7 van de betrokkenen komt te overlijden. Wel kwam een aantal arbeiders met verwondingen in het ziekenhuis terecht. Inmiddels is iedereen hersteld.

Ook het contact tussen de locale bevolking en de bouwvakkers verliep goed. De inwoners van Lillehammer stonden, aldus Bergsland, in het begin sceptisch tegenover de invasie van de olympische arbeiders. Ze waren bang voor problemen in het nachtleven en voor het beeld van hun stad. Die angst bleek ongegrond. “Daarom werd de kritiek op de Olympische Spelen steeds minder. De mensen merkten dat alles er juist beter ging uitzien, zagen hoog boven de stad de springschans herrijzen. Toen werden ze trots, wilden ineens deel uitmaken van deze speciale gebeurtenis.”

Bergsland, zelfs ooit twaalf jaar werkzaam in een kerk in Lillehammer, heeft ook tijdens de Spelen alleen maar positieve geluiden van de locale bevolking gehoord. Hij denkt ook dat de stad bijna unaniem zal instemmen met een mogelijke volgende kandidatuur van de Noorse gemeente voor het jaar 2010. “In deze streek woont een speciaal type mens. Hij komt in eerste instantie wat stug en afstandelijk over, maar als hij je vertrouwt opent hij zijn hart en huis voor je. Ik denk dat de bezoekers dat de afgelopen twee weken wel hebben gemerkt.”

Bergsland noemt de Noor over het algemeen een nuchter mens en verwacht daarom ook niet al te veel problemen in de post-olympische periode. “Maar je weet nooit. En als er toch iets aan de hand blijkt te zijn dan zullen wij er zijn. Het oplossen van dat soort moeilijkheden is minstens net zo belangrijk als de Olympische Spelen zelf.”