Hilversum krijgt nog een laatste kans; HET TELEVISIEBESTEL de komende tien jaar

Terwijl nieuwe commerciële televisiestations in razend tempo kijkers en adverteerders weglokten van de publieke zenders, gingen de omroepen de concurrentieslag in de eerste plaats met elkaar aan. De nieuwe Mediawet, die op steun van de Tweede Kamer kan rekenen, moet daaraan een eind maken. De wet moet het bestel het komend decennium op de been houden. Maar het is de vraag of deze wet daartoe het geëigende middel is. Stations die zijn toegesneden op een smal kijkerssegment hebben de toekomst, menen de mannen van NBC Super Channel.

Het omroepbladenbestel wordt voor tien jaar vastgelegd. Ledentallen blijven onder de nieuwe Mediawet van doorslaggevend belang bij de concurrentie tussen de omroepen. Wel moeten de drie netten zich sterker profileren. Het is de vraag of deze reddingsactie voor het bestel kans van slagen heeft. “Wát de publieke omroepen ook doen” zegt Ruud Hendriks, over twee weken managing director van het Amerikaanse commerciële televisiestation NBC Super Channel, “ze zullen er rekening mee moeten houden dat hun marktaandeel naar beneden gaat. Het is nog maar de vraag of ze in die tien jaar de creatieve mensen kunnen vasthouden die ze zo nodig hebben.”

De nieuwe Mediawet, waarover de Tweede Kamer vorige week instemmend heeft gesproken, laat veel intact, maar brengt wel enkele in het oog springende veranderingen met zich mee. Beter dan tot nog toe zullen programma's worden verdeeld over de drie netten. Dat betekent bijvoorbeeld dat niet op alle netten tegelijk een spelletjesshow de ether in gaat. Genres zullen worden gedoseerd en de formule daarbij is 'breed, breed, smal', wat inhoudt dat wanneer op twee netten voor een breed publiek wordt geprogrammeerd, het derde zich op een klein publiek moet toeleggen.

De formule geeft in een notedop weer waarom het allemaal draait in de nieuwe opzet voor het publieke bestel: meer samenwerking, meer samenhang, meer als één blok naar buiten treden tegen de commerciële concurrentie. Dat was ook wat minister d'Ancona van WVC wilde toen ze vier jaar geleden aantrad en haar afschuw uitsprak over de enorme interne concurrentie in het bestel, die de toen snel opkomende commerciële concurrentie in de kaart speelde.

Om die samenwerking af te dwingen, wierp d'Ancona, die de veelkleurigheid in het bestel “een lief ding waard” was, het idee op van een concessie: een garantie op zendtijd voor een bepaalde periode. Die garantie zou de omroepen verlossen van ledenjacht en het bestel voor langere tijd zeker te stellen. In Hilversum werd het plan met gejuich begroet. Maar d'Ancona was niet bereid die garantie zonder meer te geven.

De samenwerking mag niet langer vrijblijvend zijn. De omroepen krijgen de concessie voor tien jaar alleen wanneer ze schriftelijk hebben aangetoond tot samenwerking te komen. Zoniet, dan wordt de concessie voor slechts vijf jaar verleend. De samenwerking moet per net gestalte krijgen, van de aankoop van programma's tot en met huisvesting. Waar mogelijk zullen ook programma's gezamenlijk moeten worden gemaakt, maar geen enkele omroep wil zich daarop vastleggen. Dat werd ook niet geëist - juist in de programma's zouden de omroepen hun afzonderlijke identiteiten kunnen blijven tonen, zo stelde d'Ancona de omroepen keer op keer gerust. Wel vindt zij dat de identiteit van het net vorm moet krijgen. Aan het hoofd van elk net komt daarom een netbestuur, dat regelt wie welk programma wanneer uitzendt.

De omroepvoorzitters raken in dit nieuwe bestel hun centrale machtspositie kwijt. Zij komen in een algemeen bestuur, omringd door vertegenwoordigers van onder andere de kerken en kroonleden. De meerderheid van stemmen zijn de omroepvoorzitters kwijt. Het algemeen bestuur kan niet beslissen over de verdeling van zendtijd en omroepen over de netten. Dat doet de minister, die daarmee het Commissariaat voor de Media een belangrijke taak heeft afgenomen. d'Ancona sloot bij het debat in de Tweede Kamer over de Mediawet niet uit dat het commissariaat tezijnertijd deze bevoegdheid terugkrijgt. De macht over de programmering komt in handen een dagelijks bestuur, bestaande uit de voorzitter van de NOS en vertegenwoordigers van de netbesturen.

De wet vergt een heleboel tegelijkertijd van de omroepen en het is nog zoeken naar een 'modus operandi'. Ze moeten per net samenwerken om geld voor programma's te genereren en sterk te staan tegenover de concurrentie; ze moeten gezamenlijk de programmering bepalen om het 'net' een eigen gezicht geven; maar tegelijkertijd moeten ze een sterke eigen identiteit houden en een 'maatschappelijk draagvlak'. Die eigen identiteit en dat maatschappelijk draagvlak is noodzakelijk om een publiek bestel met drie netten Europeesrechtelijk te kunnen verantwoorden.

“De balans die gevonden moet worden tussen samenwerken en identiteit is een interessante”, zegt A.J. Heerma van Voss, voorzitter van de VPRO, droogjes. “Ze zijn niet echt strijdig met elkaar, maar ze moeten wel in evenwicht blijven.” Vorige week donderdag draaide de VPRO bij een vergadering een bandje af met een interview met het PvdA-Kamerlid J. van Nieuwenhoven, om te weten te komen wat zij nou precies bedoelde met de 'rechtspersoon' waarin volgens een aangenomen amendement van haar hand de omroepen hun samenwerking moeten vastleggen om een tienjarige concessie in de wacht te slepen. Zonder 'rechtspersoon' blijft een concessie beperkt tot vijf jaar. “Ons is niet duidelijk geworden welke bevoegdheden zij die rechtspersoon toedicht”, zegt Heerma van Voss. “We zullen dus de wettekst moeten afwachten.”

Ook NCRV-voorzitter T. Herstel ziet 'spanning' in de samenwerking per net en het noodzakelijke behoud van identiteit. Volgens Herstel wordt bijvoorbeeld het begrip 'programmering', waarin de omroepen gezamenlijk moeten optrekken om het net een 'gezicht' te geven, steeds verward met 'programma's'. “Onder programmering verstaan wij het onderling uitmaken wanneer sommige programma's het beste kunnen worden uitgezonden. Noem het maar de opmaak van een net, of de vormgeving. De inhoud blijft ieder voor zich bepalen.”

Het ledenaantal wordt een van de belangrijkste criteria voor een concessie. Leden werven en het onderhouden van een 'relatie' zullen paradoxaal genoeg - d'Ancona wilde immers juist af van 'ledenjacht' - tot de dagelijkse activiteiten blijven behoren van de omroepen. De NCRV heeft daarvoor onder meer zeshonderd 'correspondenten' in het land, die leden bezoeken en klachten noteren. “Ze zijn voor ons een belangrijk instrument”, zegt Herstel, “niet zozeer om leden te werven maar wel om ze te behouden.”

De omroepen zullen voor hun geld moeten knokken. De omroepbijdrage wordt niet verhoogd. Voor de reclameguldens moet het bestel in de slag met RTL4 en RTL5. En het laten sponsoren van programma's, waarnaar de omroepen een paar jaar geleden massaal grepen om de ergste financiële nood te lenigen, wordt binnenkort in aparte regeling door WVC aan banden gelegd. De verenigingen zullen worden 'getrimd en gesnoeid', overtollig personeel zal naar ander werk moeten uitzien. En over tien jaar? Hoe ziet 'Hilversum' er dan uit? “Over tien jaar zien we wel verder”, zegt voorzitter A. van der Veer van de EO. “Wij zullen er in elk geval bij zijn, juist vanwege onze sterke identiteit”.

“Die tienjarige concessie voor de publieke omroepen is vreemd”, zegt Ruud Hendriks van NBC Super Channel. “De publieke omroepen hebben het voordeel dat ze bijna een miljard gulden belastinggeld zo maar krijgen, maar om tien jaar stil te blijven zitten en te wachten.....dat is merkwaardig. Het haalt elke stimulans jezelf te veranderen en te verbeteren weg.”

NBC Super Channel zal zich richten op de hoog opgeleide kijker in Europa, met name de jonge zakelijke 'professional', in het (hoge) welvaartssegment A/B. Het wil gebruik maken van de trend bij grote Europese bedrijven om centraal reclamemateriaal te maken en ook centraal 'zendtijd' in te kopen. Tien tot vijftien procent van die enorme Europese reclamemarkt is voor NBC Super Channel voldoende om financieel een succes te worden.

Het station zendt nu nog voornamelijk Amerikaanse programma's uit, maar Europese componenten zullen weldra worden toegevoegd. Nieuws zal een van de belangrijkste programma-elementen zijn. Het station heeft contracten met de Financial Times en met ITN, een internationaal nieuwsagentschap, en wil ook met andere grote Europese kranten gaan samenwerken. De programma's zullen worden ondertiteld in onder meer het Nederlands.

Het station wordt daarmee een directe concurrent van het publieke bestel, dat zich er op kan beroepen als een van de weinige de hoger opgeleide kijker te bedienen. De poging van RTL5 de hoger opgeleiden naar zich toe te trekken is vooralsnog niet gelukt. Hendriks en Patrick Cox, managing director van NBC Europe, hebben er vertrouwen in wel te zullen slagen.

“Er zullen in Europa nog heel veel tv-stations bij komen”, zegt Cox. “Niet zoveel als in Amerika, maar toch heel veel. De meeste daarvan zullen pay per view-stations zijn: betaal per keer dat je iets bekijkt. Zien wanneer je iets wilt en er niet op hoeven te wachten, dat is pas echte vrijheid. De techniek komt beschikbaar dat NBC hetzelfde programma op 20 kanalen kan uitzetten, met alleen een andere volgorde, zodat iemand het business news kan zien op het moment waarop dat het beste uitkomt. Er komt techniek beschikbaar voor automatisch ondertitelen en voor tal van andere diensten.”

“Het vraagstuk tussen publieke en particuliere televisie”, zegt Cox, “is de het steeds verder uiteenlopen van die twee. De verschillen worden steeds groter. Er hangt een groot cultureel belang aan de publieke omroepen in Europa en het zou zonde zijn als dat zou verdwijnen. Het is aan de Europeanen uit te maken of ze daarvoor een omroepbijdrage over hebben. Want alleen daarmee zal een publieke omroep kunnen overleven.”