'Besturen is niks voor angsthazen'; Burgemeester G. Brokx ergert zich aan de provincie

'Brokx speelt de baas' is de verkiezingsleuze van de Socialistische Partij in Tilburg. Maar die beschuldiging kan de burgemeester niets schelen. Want dat hij de baas wl zijn, kan hij niet ontkennen. “Ik ben zoals ik ben.”

TILBURG, 28 FEBR. “Zal ik u nu eens zeggen wat het aardige van besturen is? Prioriteiten stellen. Omdat je wel alles zou willen, maar niet alles kan hebben. Want het Walhalla bestaat niet. Besturen is geen vak voor angsthazen”. Aan zes uur slaap heeft de 60-jarige burgemeester van Tilburg mr. Gerrit Brokx genoeg. En de rest van de dag zwaait hij met zijn strijdbijl tegen mensen die zijns inziens hun werk niet goed doen. Brokx: “Dat mijn ageren soms wel eens op inhakken lijkt, vind ik niet zo erg, want het gaat me daarbij altijd om de zaak, om de belangen van deze stad en van Midden-Brabant. Daar ben ik voor ingehuurd, daar vecht ik me kapot voor.”

Vorige week nog stelde Brokx 'orde op zaken' in het Samenwerkingsverband Midden-Brabant. Hij stelde zijn voorzitterschap ter discussie omdat sommige gemeenten niet wilden doen wat hij wil. En nu weer trekt hij onomwonden van leer tegen het provinciaal bestuur van Noord-Brabant omdat het “zijn” Tilburg bij de gemeentelijke herindeling te weinig nieuw grondgebied toebedeelt.

Brokx windt zich vooral op over de “brokkelige” wijze waarop het college van Gedeputeerde Staten in Den Bosch de gemeentelijke herindeling in de provincie ter hand neemt. “Partje voor partje met lange procedures in plaats van in einem Guss. Had men de hele provincie ineens genomen in plaats van in zes etappes dan was er maar één wetsvoorstel nodig geweest. Dan was er ook sprake geweest van een consistente aanpak”.

De burgemeester haalt er een grote kaart van Noord-Brabant bij met daarop de nieuwe door GS beoogde herindeling rond de steden. “Dit grote stuk gaat naar Breda, dit andere grote stuk naar Eindhoven, respectievelijk Helmond, dit naar Den Bosch en dit kleine stukje gaat naar Tilburg. En dat zit me behoorlijk dwars. Het is toch inconsistent dat aan Breda wél en aan Tilburg geen kleine kernen worden toegevoegd.”

Als wordt geopperd dat hij dus graag burgemeester wil zijn van een zo groot mogelijke stad, wordt hij zowaar boos. “Om me van zoiets te verdenken is ordinair, ronduit ordinair. Dit is geen hobby van Gerrit Brokx, maar van de hele gemeenteraad van deze stad, die het haast unaniem óók zo vindt. Aan de orde zijn de bestuurskracht en de gelijke kansen van de tweede stad van deze provincie. Door deze voorgestelde herindeling kan Tilburg zijn funkties onvoldoende waarmaken.”

Wat men ook van hem kan zeggen, luiheid kan Brokx, sinds 1988 burgemeester van Tilburg, moeilijk worden verweten. Negentig uur is voor hem een “normale” werkweek. Vakanties worden slechts spaarzaam genoten. Ontspanning is er, behalve het baantje trekken in het zwembad voordat de werkdag begint, niet veel bij. Als hem naar het besteden van zijn tijd wordt gevraagd laat hij er - als ware hij bezig met het opstellen van de (sluitende) gemeentelijke begroting van Tilburg - een rekensommetje op los: “Een week heeft 168 uur, daarvan werk ik er 90, slaap ik er 42 en dan blijven er dus nog 36 over om andere dingen te doen.”

Al is het 's nachts twee uur als hij van elders komt, hij gaat altijd even in zijn werkkamer in het stadhuis kijken of er nog wat ter lezing of tekening wacht. Waarmee ook maar gezegd wil zijn dat Tilburg, zoals zijn vijanden wel eens opperen, niks te lijden heeft onder zijn achttien nevenfunkties. Of zoals hij het in typisch Brokxiaans zegt: “Ik maak voor deze stad op grond van mijn rechtpositionele regeling de vereiste uren waarvoor ik betaald krijg. Ik ben gewoon bezig met mijn werk op mijn manier: helder en krachtdadig, en ik zal dat blijven doen tot ik op 1 juli 1998 de rit heb afgemaakt, op voorwaarde natuurlijk dat ik deze zomer wordt herbenoemd.”

Gul lachen doet hij spaarzaam. Als er wordt gelachen is het zuinigjes, met altijd iets van spot. 'Onderkoeldheid' is zijn handelsmerk, met zo nu en dan een zuur ondertoontje wat sommigen van zijn opposanten voor 'azijnpisserig' houden. Maar wat men van hem zegt, vindt hij niet belangrijk. “Daar sta ik boven. Er zijn er die zich ergeren aan de ogen van Brinkman of aan de stem van Bolkestein” Voor hem zijn wel kwalificaties te beluisteren als “bonkig en hoekig”. Hij zou medebestuurders wel eens schofferen. “Ik ben zoals ik ben. Hoe ik dan ben en of ik daar wel eens over nadenk? Zeker wel, maar dat houd ik binnen mezelf”. Emoties heeft hij ook. “Er zijn heus wel dingen die me in de ziel raken”, maar omdat dit onderwerp niks met de 'zaak' te maken heeft, komen ze niet aan bod.

Wie dezer dagen door Tilburg loopt ziet allerwege affiches van de Socialistische Partij met de tekst: “Brokx speelt de baas”. Dat hindert hem op geen enkele wijze, temeer daar het, zegt hij, komt van een partij die slechts twee zetels van de 39 in de raad heeft en “die ik nog nooit heb kunnen betrappen op opbouwende medewerking. Ik krijg de indruk dat ze eerst welbewust een slecht beeld van me hebben geschetst (over een “duur” zitje in zijn werkkamer, een “dure” aangepaste zetel in zijn auto, zwemmen in het zwambad voordat dat voor publiek opengaat, red.) op basis waarvan ze nu die affiches hebben laten drukken”.

“Beeldbeschadiging” kan hem niet schelen. Brokx ergert zich vooral aan de provincie. “Je kunt niet altijd, zoals ze in Den Bosch doen, zeggen dat de politieke haalbaarheid bepalend is voor het nemen van maatregelen. Je bent mooi klaar met zo'n bestuur dat maar zit af te wachten. Als je als bestuur de politieke haalbaarheid en niet de zakelijke en inhoudelijke elementen als uitgangspunt neemt ben je verkeerd bezig. Commissaris van de koningin Houben had dat bij het debat over de gemeentelijke herindeling best eens zo in Provinciale Staten mogen stellen. Daarmee had hij een doorbraak in dit politieke gedoe kunnen bereiken. Een gebrek aan moed dat hij het niet heeft gedaan? Laten we zeggen een gebrek aan bestuurlijke kracht, maar dat is in feite precies hetzelfde”.

Brokx kondigt aan dat hij nog wel eens in Den Haag te vinden zal zijn om tegen de provinciale plannen te 'ageren'. “Zoals bij de herindeling in Brabant Noord-Oost, het gebied tussen Oss en Cuyk, zal de Kamer ook op deze plannen weer ingrijpende amanderingen aanbrengen. Pas als de zaak door de Eerste Kamer komt, zullen we zien wie er gelijk krijgt.”

En dan de werkloosheid, daar doet de provincie ook al te weinig aan. Zijn rechter hand komt met des te meer kracht op het bureau neer. “We zitten in Tilburg met de werkloosheid boven het landelijk gemiddelde. Beseft men wel wat het teweegbrengt in een mens die wel wl, maar die niet kán werken? Dat leidt tot ellende. Wat dat betreft spreekt het verkiezingsprogramma van mijn partij, het CDA, me ook zo aan omdat daarin prioriteit wordt gegeven aan werkgelegenheid. Daar zijn we ook in deze stad mee bezig en daarom maak ik me ook zo kwaad op de provincie. Die verspilt haar tijd met discussies en getouwtrek over welke dorp hier of daar bij moet worden gevoegd. Die energie is beter te besteden. In ieder geval geeft de provincie ons geen optimale kans. Dat is ergerlijk, zelfs verwerpelijk. Ook in deze stad is er een groot woningtekort, dus er moet worden gebouwd. Dat is niet alleen goed voor de bouwvakkers maar ook voor de mensen die in die nieuwe huizen gaan wonen”. Tilburg moet vooruit, ondanks regels en gevoeligheden. “Als Van Agt als commissaris van de koningin destijds precies had gedaan zoals het in de wet- en regelgeving met de daarin opgenomen termijnen wordt voorgeschreven dan weet ik één ding zeker; dat Fuji (1.300 werknemers, red.) zich nooit in Tilburg had gevestigd.”