Van der Valk

Vlak voor de sluiting van de Leidse Universiteit door de Duitse bezetter kon ik met mijn jaarclub niet meer in Minerva terecht.

Na veel gezoek vond ik een uitwijkmogelijkheid bij de mij toen onbekende Gouden Leeuw van de familie Van der Valk in Voorschoten, de enige gelegenheid die ik in die kwalijke tijd bereid en in staat vond om voor een alleszins acceptabele prijs een alleszins acceptabel diner ter tafel te brengen. Zodoende maakte ik vijftig jaar geleden kennis met genoemde familie, de ouders en de kinderen die hielpen, waarbij ik sterk getroffen werd door hun werklust en wellevendheid. Het is dan ook onbegrijpelijk dat een aantal overheidsdienaren thans op zulk een hondse wijze tegen de familie Van der Valk is opgetreden.

Iedereen weet dat het in dit land eigenlijk niet mogelijk is om enerzijds aan alle door de overheid op de horecabedrijven van toepassing verklaarde voorschriften te voldoen en anderzijds tegen voor de massa betaalbare prijzen goede maaltijden en behoorlijke onderkomens te verschaffen, zoals de Van der Valks beter dan wie ook blijken te kunnen doen. Wat mag dan wel de reden zijn geweest voor dat beschamende optreden? Dat laat zich gemakkelijk raden. Het kan niet ontkend worden dat diverse leden van de familie zich in het verleden nogal denigrerend hebben uitgelaten over functionarissen van de overheid en de vakbond, waarbij zij lieten merken dat zij, allen echte doeners, zich niet veel gelegen zouden laten liggen aan hun papieren geregel en tijd- en dus geldverslindend getreuzel.