'Mensen willen geleidelijkheid'; Elco Brinkman verdedigt accenten in CDA-program

Het Centraal Planbureau heeft de politieke verkiezingsprogramma's doorgerekend. Met de computeruitdraai slaan de lijsttrekkers elkaar om de oren. CDA-leider Brinkman: “Wij willen geen valse verwachtingen wekken.”

DEN HAAG, 26 FEBR. Het politieke debat ging de afgelopen week vooral over cijfers. Hoeveel gaan de AOW'ers er bij het CDA op achteruit? En hoeveel bij PvdA, VVD, D66 en GroenLinks? De lijsttrekker van het CDA, fractievoorzitter Elco Brinkman, is geen cijferfetisjist. Zijn werkkamer in het statige oude ministerie van justitie straalt dat ook uit. Anders dan bij zijn voorganger Bert de Vries ontbreken de stapels papier met berekeningen. Brinkman spiekt slechts af en toe op een bescheiden computerprint. “Ik heb hier inderdaad hetzelfde cijfer als u.”

Brinkman zet het CDA neer als “een sterke, ervaren, realistische partij, die weet wat bestuur is”. Hij zegt een hekel te hebben aan de verbale steekpartijen waarmee de verkiezingsstrijd gepaard gaat. “Het zijn nooit de sterkste programma's van partijen die op andere mensen gaan schieten. Ik heb dat nu van de PvdA en de VVD gezien. Ik blijf daar rustig onder. Bij de PvdA en de VVD halen ze kennelijk onvoldoende praatstof uit hun eigen programma's. En dan moet je kennelijk op de mensen gaan mikken. Dat vind ik onverstandige politiek.” Als hem wordt voorgehouden dat het VVD-programma tot een betere verhouding tussen het aantal werkenden en niet-werkenden leidt, schakelt Brinkman eveneens over op confrontatiepolitiek.

“Een werknemer die in de WW belandt,” zegt Brinkman, “duikelt bij de VVD 34 procent in koopkracht achteruit. Dat vind ik een te hoge sociale prijs. Er is een maximum aan wat sociaal aanvaardbaar is.”

Bolkestein vindt de VVD niet a-sociaal.

“Dat zeg ik ook niet. Ik zeg alleen: de sociale prijs van het VVD-programma is mij te hoog. Ik verdedig de CDA-visie dat er over de hele linie, inclusief uitkeringen en pensioenen, voorlopig eens even een nullijn moet zijn. Een pas op de plaats. De VVD schiet in de maatvoering te ver door.”

Het CDA-programma werkt relatief gunstig uit voor de middeninkomens. Is dat een bewuste keuze?

“Correct. Wij hebben steeds gezegd: je moet het werken in Nederland stimuleren. Bij de PvdA zijn de mensen met de middeninkomens van elke extra verdiende gulden tweederde kwijt aan belastingen en premies. Dat stimuleert mensen absoluut niet om hun best te doen. De premie- en belastingvoorstellen van de PvdA werken relatief goed uit voor de mensen met de laagste lonen, maar werknemers met een inkomen tussen de 43.000 en 55.000 gulden zijn bij de PvdA zwaar de klos.”

De PvdA wil de uitkeringen de komende kabinetsperiode voor een flink deel laten meestijgen met de lonen in de bedrijven.

“De PvdA legt een verkeerd accent. Ze scheppen voortdurend de verwachting dat er gekoppeld kan worden. En ieder jaar weer moeten ze uitleggen waarom het bij nader inzien toch weer niet kan. Beloften inslikken is niet leuk voor een politicus. Wij nemen vooraf een duidelijke en naar mijn mening eerlijke positie in: niet koppelen. Mocht de economische groei bij nader inzien meevallen, dan kunnen we altijd nog overgaan tot verhoging van de uitkeringen. We willen geen valse verwachtingen scheppen.”

Kok heeft de afgelopen kabinetsperiode weinig geleerd?

“Ik waardeer dat Kok een heldere keuze maakt en zegt 'wij staan voor uitkeringsgerechtigden en dat is ons een hoge prijs waard'. Maar hij moet er wel bij zeggen dat het niet de meest optimale methode is om banen te creëren.”

Laat Kok een solide overheidsboekhouding achter?

“Dat kan ik pas beoordelen op het moment dat ik zijn eindafrekening bij de formateur zie. Er is, ook in deze afgelopen jaren, weer een verdere daling van het financieringstekort geweest. Maar helaas niet in de mate die bij de aanvang van de kabinetsperiode werd voorzien. Dat is een punt van zorg.”

Wat vindt u van de lastenverlichting van 5 miljard gulden per jaar waartoe het kabinet vorige week besloot?

“Ik wist dat er in die orde van grootte iets aan zat te komen. Niet op een paar honderd miljoen nauwkeurig, omdat er in de laatste week nog een hoop is gecijferd, maar ik was wel tijdig op de hoogte gebracht. De foto's in de krant waarop ik tijdens een partijbijeenkomst in Amersfoort op 17 februari met Lubbers aan tafel zat te praten, zijn het bewijs. Ik heb toen een aantal voorwaarden gesteld. Ik heb er bijvoorbeeld op aangedrongen dat de invulling van de lastenverlichting voor 1995 en latere jaren voorwaardelijk is. Ook al omdat het huidige kabinet nog voor een bedrag van 5 miljard gulden aan voorgenomen bezuinigingen moet invullen en er dit voorjaar nog overleg met de sociale partners is. Maar de lastenverlichting kon wat mij betreft alvast in de steigers gezet worden.”

Bent u het eens met Bolkestein dat er gras voor de voeten van het volgende kabinet is weggemaaid?

“Nee. De conditie dat er bij de formatie een definitieve beslissing moet worden genomen is door Lubbers en Kok overgenomen. Het ligt er dan maar aan welke partijen bij die formatie betrokken worden wat er zal gebeuren. Sommige partijen zullen meer lastenverlichting willen reserveren voor het herstel van de koopkracht. Ikzelf zal, als het CDA bij de formatie wordt betrokken, liever kiezen voor lastenverlichting ten behoeve van meer werkgelegenheid.”

Had de 5 miljard niet moeten worden benut voor beperking van het financieringstekort?

“De grote afweging bij de formatie wordt die tussen lastendruk en financieringstekort. Het gaat er om of je je als kabinet in staat acht door middel van lastenverlaging aan het begin van de kabinetsperiode een versnelling van de economische groei teweeg te brengen. Wanneer je ervan overtuigd bent als kabinet dat lagere lasten tot grotere investeringsbereidheid van werkgevers leiden, dan heb je een argument om het in het begin van de kabinetsperiode wat rustiger aan te doen met verdere reductie van het financieringstekort. Meer groei leidt immers vanzelf tot een lager tekort.”

Het CDA verlaagt de loonbelasting in 1995 en 1996, terwijl de ombuigingen die voor de financiering daarvan nodig zijn veel geleidelijker plaatsvinden. Het financieringstekort is bij het CDA dus het kind van de rekening.

“Ja, maar wacht even, wij hebben in ons programma staan dat we in ieder geval naar een financieringstekort van 2,5 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) toewillen, met verdere doorgroei naar beneden. Dat laatste hangt echter af van de boedel die dit kabinet achterlaat, van het financieringstekort dat we bij de formatie aantreffen.”

Volgens berekeningen van het Planbureau leidt het CDA-programma tot een financieringstekort van 3 procent van het bbp in 1998. Dat houdt dus in: nog meer bezuinigen dan de 18,4 miljard gulden die nu in uw programma zitten.

“Naarmate de groei toeneemt, komt er meer ruimte voor verlaging van het financieringstekort. Wij vinden het in de eerste plaats van belang om de werkgelegenheid te stimuleren, een groei-impuls te geven.”

De boedel had er beter uitgezien als de structurele meevaller van 5 miljard in verdere reductie van het financieringstekort was gestoken.

“Daar is ook discussie over geweest, over de vraag of niet de suggestie van de president Duisenberg van De Nederlandsche Bank gevolgd had moeten worden om meer nadruk te leggen op verdere reductie van het financieringstekort. Maar ook al zouden we de variant van Duisenberg hebben genomen, dan zouden we over drie maanden weer voor dezelfde vraag hebben gestaan: moeten we die almaar oplopende werkloosheid blijven aanzien, of kunnen we beter een groei-impuls aan de economie geven? Lastenverlichting is dan ook mijn prioriteit.”

De programma's van VVD en GroenLinks zijn vlammender dan dat van het CDA. Het CDA lijkt zich te richten op handhaving van de status quo.

“Een partij die boogt op zo'n lange bestuurlijke traditie als het CDA weet dat je de dingen maar geleidelijk kunt veranderen. Ik hou niet van die uitdrukking: het roer moet om. Mensen willen geleidelijkheid.”