Mislukte fusie ondergraaft euforie 'electronic highway'

ROTTERDAM, 25 FEBR. Geen middel zo probaat tegen overspannen verwachtingen als een onverwachte mislukking. Het nieuws dat de Amerikaaanse telecommunicatie-giganten Bell Atlantic (telefonie) en TCI (kabel) op het laatste nippertje afzien van een fusie ondergraaft de euforie rond de veelbesproken digitale toekomst die telefoonmaatschappijen, tv-producenten, computerleveranciers en chipfabrikanten nu al een jaar in haar greep heeft. Koortsachtig jagen honderden ondernemingen de droom achterna van de electronic superhighway, de elektronische super-snelweg. De mislukte fusie, die tot de grootste transacties uit de Amerikaanse geschiedenis zou hebben behoord, laat zien dat het grote ideaal veel moeizamer tot stand zal komen dan tot nu toe werd aangenomen.

De drijvende kracht achter het visioen van de elektronische snelweg wordt gevormd door nieuwe, digitale technologie die het mogelijk maakt om telefoongesprekken, tv-beelden, tekst en fotomateriaal te reduceren tot een aaneenschakeling van identieke elektronische impulsen. De uniformiteit maakt het in principe mogelijk om over dezelfde kabel zowel telefoongesprekken te versturen als tv-uitzendingen en pagina's uit een encyclopedie. Daarmee doemen aan de horizon mogelijkheden voor nieuwe produkten op, zoals interactieve televisie.

Ondernemingen uit traditioneel gescheiden sectoren, zoals telefoonmaatschappijen, kabelexploitanten en tv-producenten worden door de nieuwe mogelijkheden in elkaars armen gedreven. In het afgelopen jaar werden alleen al in de Verenigde Staten daarom 500 samenwerkingsverbanden gesloten tussen bedrijven die van oudsher slechts in één industrietak actief zijn en plotseling behoefte hebben aan toegang tot wezensvreemde sectoren. Niemand wil per slot van rekening te laat komen voor de media-revolutie en de bijbehorende inkomsten.

Een deel van de huwelijken voltrok zich tussen telefoonmaatschappijen en kabelexploitanten. De kabelmaatschappijen willen hun kostbare netwerken niet langer uitsluitend benutten voor het transport van tv- en radio-uitzendingen maar ook voor het vervoer van spraak en data. Al vrij snel kwamen de kabelgiganten tot de ontdekking dat ze beter konden samenwerken met de telefoonbedrijven dan deze bestrijden: zonder kennis van telefonie en omvangrijke investeringen in technologie konden ze de felbegeerde nieuwe omzet wel vergeten. De telefoonmaatschappijen beschikken behalve over de noodzakelijke technologie vaak eveneens over een aanzienlijke kas. Samenwerking lag daarom voor de hand. US West (telefonie) investeerde 2,5 miljard in Time Warner (onder andere kabel). Southwestern Bell (telefonie) kocht voor 650 miljoen dollar twee kabelmaatschappijen in Washington DC en nam voor 1,6 miljard een belang van 40 procent in de kabel-activiteiten van Cox Enterprises.

De op het laatste moment afgeblazen fusie tussen Bell Atlantic, de op twee na grootste Amerikaanse lokale telefoonmaatschappij, en TCI, de snel groeiende onderneming van John Malone die ongeveer één vijfde van de Amerikaanse kabelabbonnees aan zich wist te binden, paste ook in dat rijtje. De omvang van de transactie - Bell Atlantic zou 33 miljard dollar betalen voor TCI - onderstreepte in ieders ogen nogmaals het belang van de aanstaande revolutie en verhoogde de goudkoorts.

TCI en Bell konden, aldus de officiële verklaring, niet tot een vergelijk komen mede omdat de Federal Communications Commission (FCC), de overheidsinstelling die de Amerikaanse media-wereld reguleert, dicteerde dat de tarieven voor kabelabbonnementen met 7 procent omlaag moesten. Daarmee dalen de inkomsten van TCI dramatisch en werd het bedrijf voor Bell Atlantic veel minder aantrekkelijk. Bovendien daalde het aandeel Bell met 11 dollar tot 54,50 dollar sinds de bedrijven een principe-overeenkomst sloten. Omdat Bell Atlantic in eigen aandelen wilde betalen, konden de bedrijven niet meer tot een vergelijk komen.

Het mislukte huwelijk Bell Atlantic/TCI laat de motieven voor samenwerking tussen telefoon- en kabelbedrijven weliswaar onverlet maar geeft wel aan dat de versmelting van de twee sectoren eerder een kwestie zal zijn van veel bescheiden stapjes dan van enkele snelle, hemelbestormende mega-deals.