Interesse van België voor natuurgebied bij Maas

ROOSTEREN, 25 FEB. Het plan de Grensmaas van Maastricht tot Roosteren te ontwikkelen tot een natuurgebied met ooibossen en eilandjes, krijgt steeds meer serieuze belangstelling van Belgische zijde.

Om dit natuurgebied mogelijk te maken is een andere manier van grindwinning nodig. Het provinciebestuur van Belgisch Limburg stond hier aanvankelijk zeer sceptisch tegenover, maar is nu bereid met de grindproducenten te gaan praten over een wijze van grindwinning die niet alleen economische maar ook ecologische winst oplevert.

Die belofte deed de Belgisch-Limburgse milieugedeputeerde S. Stevaert gisteren bij de presentatie van de startnotitie voor de milieu-effectrapportage voor het Grensmaasproject. Stevaert waarschuwde dat het moeilijk zal zijn opnieuw het recente Grinddecreet, dat aan Vlaamse zijde de afbouw van de grindwinning langs de Maas regelt, met de grindproducenten te bespreken. “Wij hebben aan onze zijde gekozen voor diepe uitgravingen. Die nemen weinig ruimte in beslag, maar hebben wel ecologische nadelen: in die diepe gaten kan zich nauwelijks leven ontwikkelen. Laten we nu de positieve punten in de Nederlandse aanpak bekijken en voor onze winning desnood andere plaatsen zoeken.”

Het voornemen een natuurgebied te realiseren langs het deel van de Maas dat over een lengte van vijftig kilometer de grens vormt tussen Nederlands en Belgisch Limburg, is tot nu toe praktisch een eenzijdige Nederlandse aangelegenheid geweest. Wel zijn volgens de Limburgse milieugedeputeerde drs. J. Tindemans de diverse overheden aan Belgische zijde steeds uitvoerig geïnformeerd over de Nederlandse plannen. Deze week hebben hij en de Vlaamse milieuminister Kelchtermans zelfs besloten het overleg een geregeld karakter te geven door op korte termijn een internationale coördinatiecommissie Grensmaas samen te stellen.

Bij de presentatie van de startnotitie voor de milieu-effectrapportage werd gisteren ook veel nadruk gelegd op de gevolgen van het plan voor de afvoercapaciteit van de Maas. Het risico van overstromingen in dorpen als Borgharen, Itteren, Meers en Geulle zou aanzienlijk beperkt kunnen worden als de Maas een bredere bedding krijgt in plaats van zich door een smalle diepe geul te moeten wringen. Daar staat wel tegenover dat de stroomgeul op sommige plaatsen moet worden opgehoogd om uitdroging van andere plaatsen te voorkomen. Hoe groot uiteindelijk het effect is op de waterstand in tijden van een hoge waterafvoer, is volgens de opstellers van het plan afhankelijk van de uitvoering. Bij een beperkte begroeiing van de oevers zou het effect kunnen variëren van enkele decimeters op de ene plaats tot een meter op de andere. Voor plaatsen die benedenstrooms Roosteren liggen, zal het project geen vermindering van het risico op overstromingen met zich mee brengen. Bij de verdere uitwerking van het plan zal overigens nauw contact worden onderhouden met de Commissie-Boertien 2, die studeert op maatregelen ter voorkoming van wateroverlast langs de volledige loop van de Maas.

Het hoofddoel van het plan is de laatste 35 miljoen ton grind, die langs de Maas in Limburg nog mag worden gewonnen, zodanig op te graven dat een uitgestrekt nieuw natuurgebied ontstaat. De milieu-effectrapportage moet eind volgend jaar klaar zijn. Daarna volgt het opstellen van een natuur-ontwikkelingsplan. Als dat is vastgesteld, kan de uitvoering van het project, dat het motto 'Groen voor Grind, een goede ruil' heeft meegekregen, in 1997 beginnen.