Tik

Niets zo verwarrend als PTT-tarieven. Per 1 april maakt PTT Telecom lokaal telefoneren duurder: voor 15 cent kan nog maar tweeënhalve minuut worden gebeld in plaats van vier. 's Avonds en in het weekeinde kan voor dat bedrag in het 'basisgebied' (eigen netnummer en aangrenzende zones) straks vijf minuten worden gebeld, waar nu nog acht minuten spreektijd is gegund.

De tariefwijziging zal op de meeste lokale gesprekken geen invloed hebben, suste Telecom gisteren op voorhand de gemoederen: driekwart van de telefonades duurt korter dan één telefoontik. Bij onveranderd telefoongebruik valt de gemiddelde nota 3,1 procent hoger uit. Daarmee blijft Telecom nog 0,8 procentpunt onder de (op de inflatie gebaseerde) verhoging die het van de toeziende overheid had mogen toepassen. En nog een meevaller, aldus Telecom: door het verkeerstarief te verhogen en niet de abonnementsprijs heeft de klant zelf invloed op de hoogte van zijn telefoonrekening.

De kosten kunnen dus zelfs omlaag - u hoeft immers niet te bellen! Dat de abonnementskosten sinds april 1992 bijna 17 procent zijn gestegen, laat Telecom in zijn persbericht gemakshalve onvermeld. Wel deelt het bedrijf trots mee ook na de jongste tariefwijziging bijna het goedkoopste telefoniebedrijf in Europa te blijven. Alleen Zweedse particulieren zijn goedkoper uit. Niets aan de hand dus, eigenlijk.

De Consumentenbond denkt daar anders over. Wie straks drie minuten met de overburen belt, betaalt tweemaal zoveel als nu; wie zeven minuten en 31 seconden belt, is driemaal duurder uit. Kassa voor PTT Telecom, dat vorig jaar ruim 1,3 miljard gulden aan zijn diensten overhield.

De bond ergert zich er bovendien aan dat Telecom tegelijkertijd wel in staat is tarieven met 13, 14 procent te verlagen voor telefoneren met het omringende buitenland en Noord-Amerika. Daarvan profiteert vooral het internationaal opererende bedrijfsleven. Ergo: de man in de straat subsidieert het grootkapitaal.

Die conclusie is misplaatst. Ook de Consumentenbond weet heel goed dat in feite al jarenlang het omgekeerde het geval is. Kuilen graven en kabels leggen tot aan het huis van elke Nederlander, hoe perifeer ook, is een grote kostenpost voor PTT Telecom. De bestaande infrastructuur, en modernisering ervan, moet worden terugverdiend via de telefoontik. Of een telefoonsignaal vervolgens van Appelscha naar Makkinga of Sidney gaat, bepaalt slechts voor een beperkt deel het tarief. Bundeling van het telefoonverkeer over lange afstand maakt een efficiënter en dus relatief goedkoper gebruik van het daarvoor aangelegde net mogelijk dan het minder gefrequenteerde kabeltje in Zuid-Oost Friesland.

PTT Telecom heeft verschillende redenen om die realiteit in zijn tarieven te weerspiegelen. Sinds 1989 werkt het voormalige Staatsbedrijf der PTT op afstand van de overheid, en het merendeel van de aandelen van Telecom-moeder KPN zal straks in particuliere handen zijn. Hoezeer telefonie ook als nutsvoorziening kan worden gezien, de wetten van de markt en rendementseisen van aandeelhouders zijn dan niet te veronachtzamen. Een tweede reden is dat Telecom in de internationale telecommunicatie moet opboksen tegen grote en sterke concurrenten. Een scherpe prijsstelling is daarbij een van de wapens; de hoge tarieven uit het verleden zijn niet te handhaven. Dat betekent tegelijkertijd dat de 'overwinsten' afnemen en subsidiëring van lokale telefonie moeilijker wordt. Een derde reden om de prijzen aan te passen, vloeit voort uit Europese regelgeving: tarieven moeten in overeenstemming zijn met werkelijke kosten.

Volgens Telecom is die situatie nu bijna bereikt; het verwacht althans nationale telefoontarieven tot 1996 niet meer te hoeven verhogen. Dat jaar zal de PTT BTW in rekening gaan brengen. Telefoneren is een luxe, heeft Financiën inmiddels vastgesteld, dus wordt het hoge tarief van 17,5 procent geheven. Omdat de PTT zelf ook BTW kan gaan verrekenen, zal de prijsstijging voor consumenten per saldo maximaal neerkomen op een procent of tien.

Wat Telecom daarna doet met zijn tarieven, zal deels afhangen van interne kostenbesparing. Voor al te grote prijsverhogingen van nationale telefonie hoeft de Consumentenbond niet bang te zijn. In 1998 verliest Telecom immers zijn exclusieve recht op het 'spraakverkeer' en dient concurrentie de tariefmarges binnen de perken te houden.