d'Ancona wil meer allochtonen in adviesorganen kunst

DEN HAAG, 24 FEBR. In de adviesorganen van de Raad voor de Kunst moeten meer allochtonen worden opgenomen. Ook moet de Westerse benadering van de kwaliteit van kunst op de helling. Dat pleidooi hield minister d'Ancona van WVC woensdag tijdens een discussiemiddag over de positie van allochtone kunstenaars.

De bijeenkomst, met sprekers als Meral Taygun (directeur van de Toneelschool in Amsterdam), architect Ashok Bhalotra, Norman de Palm (directeur van Cosmic Illusion), Otto Romijn (directeur van het Soeterijn in Amsterdam) en filmer/dichter Abrahim Selman, was georganiseerd door de Raad voor de Kunst. In de Cultuurnota van de minister neemt het begrip kwaliteit een centrale plaats in. Bij de beoordeling daarvan bestaat uiteraard geen aparte meetlat voor allochtonen want, zo luidt de stelling, kwaliteit is kwaliteit, ongeacht de huidskleur of afkomst van een kunstenaar. Onder degenen die die kwaliteit beoordelen, zijn echter nauwelijks allochtonen te vinden. Bij de Raad voor de Kunst zijn drie van de zestig kroonleden afkomstig uit een minderheidsgroep. Dat aantal is gering omdat het volgens de Raad moeilijk is geschikte mensen te vinden. De minister wil inventariseren hoe verschillende kunstinstellingen omgaan met allochtonen. In de binnenkort te verschijnen nota Investeren Is Integreren, zal zij de instellingen daar gericht naar vragen. Zo wil zij bij voorbeeld weten hoeveel allochtonen bij de instelling werken, hoe groot de publieksdeelname onder allochtonen is of hoeveel allochtone bestuursleden er zijn. Doel van zo'n inventarisatie is zicht te krijgen op “het fenomeen allochtonen”. Het is zeker niet bedoeld als voorportaal voor de invoering van een quotumregeling voor allochtonen. (ANP)