Semiprof: Hockeyer Maurits Crucq

Ik ging rechten studeren in Leiden, maar was eigenlijk helemaal niet gemotiveerd. Je ging gewoon studeren omdat je vriendjes het ook deden. Na twee jaar ben ik ermee gekapt. Opeens wist ik het: ik word piloot. Een paar dagen na het WK in Lahore zat ik op de luchtvaartschool in Maastricht. Dat is precies vier jaar geleden nu.

“Na school heb ik met een vriendje een eigen bedrijf opgericht om zakenmensen rond te vliegen. Ik schrok van al het papierwerk, daar ging echt heel veel tijd inzitten. We huurden een vliegtuigje, maar in het contract zaten allerlei hiaten. Na een jaar zijn we ermee gestopt. Toen ben ik gaan solliciteren en kwam ik bij Cityhopper, een dochtermaatschappij van de KLM. Voordat je echt op de lijn vliegt, ben je al een jaar verder. Je wordt eerst getest op een 'simulator', een vluchtnabootser. Dan raak je gewend aan een type dat je helemaal niet kent. En je wordt psychologisch getest natuurlijk.

“Het leuke bij een klein bedrijf als Cityhopper is dat iedereen elkaar kent. Ik heb vorig jaar 250 landingen gemaakt, dat is heel intensief. De langste vlucht duurt een uur en vijftig minuten, naar Malmö. Eindhoven noemen we 'de moeder der vluchten'. Dat is ironisch bedoeld.

“Ik vlieg nu anderhalf jaar en heb er geen moment spijt van. Ik ben blij dat ik geen ambtenaar ben. Het is fantastisch. Je moet er een zekere tic voor hebben. Je ziet elke dag wat anders. Als je door de wolken prikt, is dat echt genieten. In wezen zit je elke dag in de zon. Dan gaat de radio wat zachter, de zonnebril op. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet altijd. De mensen zouden eens mee moeten gaan, om te kunnen oordelen.

“Daarom zijn de roosters ook heel strikt. De langste dag die wij maken is tien en een half uur. Dan heb je sowieso elf uur rust. Je moet gewoon heel goed uitrusten.

“Ik heb destijds bewust een keuze gemaakt voor m'n maatschappelijke carrière. M'n naam wordt inderdaad genoemd in verband met het Nederlands elftal, maar daar heb ik echt geen tijd meer voor. Met Klein Zwitserland trainen we nog maar twee keer per week. Ik ben niet de enige met een baan. Toch moet ik vaak een training missen. Aan het begin van dit seizoen heb ik het duidelijk gesteld: als er een meerderheid is die het niet trekt, dan is het mooi geweest en ga ik lekker in een lager elftal hockeyen.