Amsterdamse kerk aan Vondelpark werd in 1911 al gebouwd met interieur als theater; Parkkerk wordt het Parktheater voor kleine opera

AMSTERDAM, 21 FEBR. Amsterdam krijgt er volgend jaar een nieuw theater bij voor kleine en middelgrote opera- en muziektheatervoorstellingen. De Parkkerk aan het Vondelpark, die binnenkort door de Hervormde gemeente zal worden verlaten, wordt ingericht tot een Parktheater voor maximaal 800 toeschouwers. De verbouwing zal binnen enkele maanden beginnen en moet in de loop van volgend jaar zijn voltooid. Voor het eerst heeft Amsterdam dan een zaal die uitsluitend bestemd is voor opera: naast de Nederlandse Opera treedt immers ook het Nationale Ballet op in het Muziektheater aan de Amstel.

De verbouwing van Parkkerk tot Parktheater is het initiatief van Floris Guntenaar, ontwerper en akoesticus. Guntenaar ontwierp destijds de decors van Peter Schats opera's Houdini en Aap verslaat de Knekelgeest, net als voor Symposion, de nieuwe opera van Peter Schat en Gerrit Komrij, die 29 april bij de Nederlandse Opera in het Amsterdamse Muziektheater in première gaat.

Guntenaar is ook de ontwerper van een mobiele opera op wielen, die echter nooit werd gerealiseerd, al krijgt hij als er ergens een theater is afgebrand, nogal eens het verzoek de tekeningen op te sturen. Ook ontwierp Guntenaar voor het Amsterdams Elektrisch Circus de inmiddels legendarische zes reuzen-bromtollen waarmee in de vroege jaren '70 To You van Peter Schat werd uitgevoerd, na het succes in Carré tijdens het Holland Festival ook buiten in het Vondelpark.

“Dat deden we hier, vlakbij de Parkkerk, die ik toen niet eens heb opgemerkt”, zegt Guntenaar, terwijl we bijna twintig jaar later door het Vondelpark lopen. Toen, in 1974, was het dan ook zomer en stonden de bomen dik in het blad. Nu in de vrieskou is alles kaal en staat de Parkkerk daar goed zichtbaar op de hoek van de Brandtstraat, die naar de Overtoom leidt.

De fors bemeten bakstenen kerk dateert uit de jaren 1911-'13 en is gebouwd door architect Roest. Het exterieur loopt met de versieringen in het metselwerk al vooruit op de Amsterdamse School, het interieur bestaat deels uit een vroege toepassing van betonnen steunbalken. Maar het trappenhuis lijkt weer erg middeleeuws en geïnspireerd op Berlage.

Binnen blijkt de kerk met zijn balkons aan drie kanten in feite al een theater. De Parkkerk is daarmee een late voortzetting van een typisch Amsterdamse kerkbouwtraditie. Ook in allerlei andere Amsterdamse kerken zijn balkons, zoals in de Westerkerk, de Rode Hoed en Paradiso: de voormalige Vrije Gemeente. In de Lutherse Kerk aan het Spui zijn er zelfs twee boven elkaar.

Typisch Amsterdamse school is ook de houten preekstoel, die in een nis staat. Daarboven staat een orgel, dat er zonder enige opsmuk akelig nuchter uitziet, de pijpen zijn in verschillende tinten grijs geschilderd. Over alles heen welft zich een fraai vormgegeven hoge ruimte: een spitse koepel met allerlei facetten, geaccentueerd door drie merkwaardige lampen. Beneden is de kerk vrijwel leeg. Vroeger had de kerk capaciteit voor 1400 mensen. Voor de schaarse gelovigen die hier nu nog kerken, zijn enkele tientallen losse stoelen al ruim voldoende.

Op een van de trappen die naar het balkon leiden, liggen To You-bromtollen tijdelijk opgeslagen. De balkons zijn geheel bezet met houten banken, deels nogal in verval. Onder de voetensteunen liggen verwarmingsbuizen. Guntenaar hoopt van de zitbanken zoveel mogelijk te redden. De banken moeten er eerst uit om de hellingshoek wat op te krikken, zodat men vanaf het balkon een beter zicht heeft op de speelvloer beneden.

Een voorlopig nog onbetaalbare droom van Guntenaar is een hydraulische installatie die de speelvloer kan opheffen tot het niveau van het balkon. Onder de kerk is een enorm souterrain, waar installaties, kleedkamers en kantoren kunnen worden gevestigd. Daar is ook voorzien in een café/foyer met uitzicht op het Vondelpark.

Het Amsterdams Monumenten Fonds, dat onder andere ten doel heeft nieuwe gebruiksmogelijkheden voor monumentale gebouwen te vinden, steekt 2.5 tot 3 miljoen gulden in aankoop en verbouwing van de Parkkerk. Hoe alle plannen voor verbouwing en verdere exploitatie van het Parktheater gefinancierd moeten worden is echter nog niet helemaal duidelijk. Guntenaar hoopt op een structurele subsidie in het volgende Kunstenplan van WVC. Er zijn gesprekken gaande met het ministerie van WVC, de gemeente Amsterdam en sponsors, zoals aannemers. Over de afloop maakt Guntenaar zich niet al te veel zorgen: “Ik heb er geen verstand van, maar mensen die in dat soort geldstromen zitten gelukkig wel.”

Wie Guntenaar ook in de Parkkerk rondleidt, altijd ontstaat spontaan enthousiasme voor de mogelijkheden die deze ruimte biedt. Sommigen vinden decor zelfs nauwelijks nodig: de ruimte met deze bijzondere architectuur is vanzelf al mooi genoeg. Het Nieuw Ensemble, de Ebony Band, het Nederlands Concertkoor, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Anima Eterna: allemaal willen ze hier optreden en daarvoor plannen maken. Bij de verbouwing wordt ook rekening gehouden met wensen en adviezen van NOS, NOB en het platenlabel Decca, zodat hier ook tv-en geluidsopnamen kunnen worden gemaakt.

Guntenaar: “Dit theater gaat in Amsterdam de plaats innemen van de Kleine Zaal van het Muziektheater, die destijds door bezuinigingen niet is gebouwd. Het voordeel van het Parktheater is dat hier een echte werkplaats wordt, waar een paar weken achter elkaar gerepeteerd kan worden. In een gewoon theater kan dat niet, daar moet iedere avond een voorstelling worden gegeven. Hier kan je echt iets opbouwen.”

Los van de nieuwe mogelijkheden in het Parktheater heeft Floris Guntenaar voor de komende tijd al tal van eigen plannen voor kleinere en middelgrote opera- en muziektheatervoorstellingen. Het Amsterdamse Elektrisch Circus van de jaren '70 is voortgezet door Opera Mundi, waarvan Guntenaar nu artistiek directeur is. Hij komt met een bijna onstuitbare nieuwe stroom projecten. In juni komt de première van Gloria Transita, een Nederlandse stomme film uit 1913, waarbij o.a. Jan Derksen en Lieuwe Visser delen uit Verdi's Rigoletto gaan zingen. Ook komt Opera Mundi met Les contes d'Hoffmann van Offenbach.

Opera Mundi ('Opera van de Wereld') maakt zijn naam ook waar door samen te werken met gezelschappen en instellingen uit andere landen, zoals Archa uit Praag. Met een gezelschap uit de Roemeense plaats Timisoara, waar destijds de revolutie tegen Ceaucescu begon, gaat regisseur Ernst Boreel een voorstelling geven van Donizetti's L'Elisir d'amore. De oorspronkelijke Roemeense voorstelling (“met een vreselijke, operette-achtige regie”) wordt door Boreel geheel opnieuw in scène gezet en geactualiseerd, door de situatie naar Joegoslavië te verplaatsen. Zo wordt Belcore een sergeant en gaat hij naar het front: de brug bij Mostar. Dokter Dulcamara wordt een westerse charlatan, die zich voordoet als een weldoener maar ondertussen zijn eigen zakken vult.

Het project, dat in veertien Nederlandse theaters te zien zal zijn, kwam tot stand in overleg met de stichting Raamwerk van de gezamenlijke Nederlandse schouwburgen en betekent ook culturele ontwikkelingssamenwerking, die wordt gesteund door het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken.

In samenwerking met Benefit Foundation of Russian Actors gaat Opera Mundi ook een voorstelling van Glucks Orfeo ed Euridice geven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een uit 1911 daterend ontwerp voor het decor dat Golovin maakte voor een voorstelling in het Mariinski Theater in St. Petersburg, waarvoor hij ook het beroemde voordoek ontwierp. Samen met Strawinsky's Persephone zal deze voorstelling - begeleid door de Moscow Soloists o.l.v. Joeri Basjmet - in november 1995 worden vertoond in Theater Carré, dat optreedt als co-producent.