Misdaad

In zijn informatieve bespreking van Lawrence Friedman's boek over misdaad en straf in de Amerikaanse geschiedenis (boekenbijlage 12 februari) vat M. van Rossem de periode van drooglegging tussen 1920 en 1933 in twee zinnen samen waarvan de eerste feitelijk onjuist is en de tweede onvolledig.

De eerste zin luidt dat het in de Verenigde Staten verboden was 'alcohol te produceren of te gebruiken' en de tweede dat deze maatregel werd opgelegd 'zonder dat er een eind kwam aan het alcoholgebruik.' De parallel met de mislukking van de drooglegging wordt door voorstanders van legalisering van drugs graag gebruikt om hun gelijk te bewijzen. In feite was het Amerikaanse verbod niet gericht op de consumptie van alcohol of het in huis hebben ervan, maar alleen op de verkoop en het fabriceren. De overeenkomst met het Nederlandse drugsbeleid lijkt daardoor zelfs sterker dan Van Rossem stelt: de combinatie van het legaliseren van een koopkrachtige markt (door het gedogen van het gebruik) met het verbod op het verkopen van drugs, levert de ideale voedingsbodem op voor misdaadorganisaties. Het is verder juist dat de Amerikaanse wet geen einde heeft gemaakt aan het gebruik van alcohol, maar daar behoort aan te worden toegevoegd dat de consumptie in de grote steden tot minder dan de helft van het volume van daarvoor was gedaald en voorts dat de effecten ook na afschaffing nog zo lang hebben doorgewerkt dat het alcoholgebruik per hoofd pas in de jaren zeventig weer op het niveau was aangeland van 1915. Op de volksgezondheid heeft het in die periode een heilzaam effect gehad en ook op de arbeidsproduktiviteit van de werkende bevolking. Om het grote historische voorbeeld nog meer op losse schroeven te zetten: onder specialisten is zelfs een debat gaande over de vraag of het verbod op de verkoop van alcohol werkelijk tot een vergroting van de criminaliteit heeft geleid zoals allerwege wordt aangenomen. De georganiseerde misdaad bestond al ruim vóór 1920, was na 1933 ook niet verdwenen en het is maar de vraag of deze nieuwe mogelijkheid van het leveren van illegale goederen in die periode werkelijk tot meer criminaliteit heeft geleid.

Van Rossem is te veel historicus om de parallel zo ver door te voeren als de discussianten in het debat rond de legalisering van drugs doorgaans doen (al zegt hij op een andere plaats in zijn stuk dat het geringe effect van het opsluiten van delinquenten in de gevangenis in Amerika voor Nederlanders die een soortgelijke criminele politiek bepleiten 'een nuttige les' is). Stel je voor dat het met het vrijgeven van drugs net zo zou gaan als met alcohol: de ware zegetocht is in de jaren zeventig begonnen en heeft voor de volksgezondheid een probleem geschapen van veel grotere orde dan dat van de drugs thans. De vergelijking van de strijd tegen de drugs nu en de Amerikaanse drooglegging van zeventig jaar geleden is niet zonder problemen.