Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Hoe de Rus Schilp weer Nederlander werd

Hij zit er wat verloren bij, schuchter, een melancholieke blik. Alsof hij nog moet wennen aan zijn nieuwe status. Want sinds kort is Jan Schilp weer Nederlander, na 54 jaar. Ongevraagd was hij als tweejarige gerussificeerd, omdat zijn vader IJs in 1940 Sovjet-staatsburger werd.

IJsbrand Simon Schilp was in 1936 naar de Sovjet-Unie gegaan, omdat hem - zo vertelt Jan - een proces boven het hoofd hing. Hij zou als redacteur van De Waarheid de Nederlandse regering hebben beticht van een pro-fascistisch beleid. Toen ik Jan twee jaar geleden in Moskou ontmoette kon hij mij weinig van het Nederlandse leven van zijn vader vertellen. Daar kreeg ik pas meer informatie over toen ik enige tijd later het archief van de Komintern mocht inzien.

Tussen de stapels 'karakteristieken' - 'curricula vitae' die ieder partijlid om de haverklap moest schrijven - trof ik er ook enkele van zijn hand aan, voor het grootste deel onder zijn schuilnaam Kees van Zanen. Ik las dat IJs Schilp in 1914 lid was geworden van de vakbond van chocoladearbeiders en van de jeugdbond van geheelonthouders, dat hij als dienstweigeraar tien maanden gevangen had gezeten, in 1922 lid van de Communistische Partij Holland was geworden en die vervolgens weer had verlaten. “Door schulden en een slecht familieleven was ik zo gedeprimeerd dat ik de strijd en het lidmaatschap opgaf”, rechtvaardigde hij zich tegenover de Russische partij. Als muzikaal duo trok hij in Volendammer kostuum met een vriend door Europa en na de nodige omzwervingen meldde hij zich in 1929 weer aan bij de CPH en werd redacteur van het Volksdagblad, zoals De Waarheid toen nog heette.

Drie jaar later werd hij door de partij naar de Internationale Leninschool in Moskou gestuurd. Met de hakken over de sloot, met negen tegen zeven stemmen, rondde hij de opleiding af. “Incidentele verkeerde opvattingen bijvoorbeeld met betrekking tot de zelfkritiek en het karakter van de politieke discussie”, zoals in zijn eindrapport stond, hadden hem blijkbaar parten gespeeld. Schilp keerde weer terug naar Nederland om twee jaar later voorgoed te vertrekken. “Hij is abkommandiert naar Moskou, om naast andere opdrachten ook als redacteur van de radiocentrale op te treden”, schreef Anton Struik, de Nederlandse CPH-vertegenwoordiger bij de Komintern, aan de Russische Partij. Hij was nog niet in Moskou of hij moest zich al verantwoorden. De Stalin-terreur woedde in volle omvang. Aan een Duitse communist had hij een mondharmonica cadeau gegeven en dat was verdacht, want de man was als “vijand van het volk” gearresteerd. Schilp kon zich eruit redden door te melden dat hij die mondharmonica in opdracht van “een Nederlandse partijtrouwe kameraad, genaamd Roest”, aan de Duitse communist had gegeven.

Niet bekend

Niet bekend

Schilp was de jaren van repressie ongeschonden doorgekomen. Waar hij dat aan te danken had is duister. Was hij domweg over het hoofd gezien? Was het zijn Nederlandse paspoort dat hem bescherming bood? Maar dan rijst de vraag waarom hij niet, zoals de meeste andere Nederlanders, gedwongen werd zijn loyaliteit aan het Sovjet-regime te tonen door Sovjet-staatsburger te worden. In 1940, toen de arrestatiegolf was geluwd, werd Schilp dan toch Sovjet-burger, op advies van Schalker, de Nederlandse vertegenwoordiger van de Komintern. Waarom toen wel? In datzelfde jaar nog werden de Nederlandstalige uitzendingen van Radio Moskou hervat. IJs Schilp nam de draad weer op en zou tot zijn dood in 1967 voor de propagandazender werken.

Toen ik zijn zoon Jan twee jaar geleden in Moskou bezocht vertelde hij mij over zijn jeugd. Over CPN-kopstukken als Paul de Groot, Henk Hoekstra, Jan van Wieringen, Joop en Jaap Wolff, Theun de Vries en Gerard Pothoven die zijn vader bezochten in hun woonhuis aan Gogolski Boulevard om te worden geïnformeerd over hun moederpartij. Over het geluk van zijn vader, die volgens hem nooit gearresteerd werd omdat hij “de stem van Radio Moskou” was. Maar op veel vragen moest hij het antwoord schuldig blijven. Zijn vader sprak nooit over zijn werk of over politiek met hem, zei hij. Eén ding wist hij zeker, zijn vader kon niet liegen, maar ook geen compromissen sluiten, waardoor hij op zijn werk veel ruzie zou hebben gehad.

Zelf was Jan ooit secretaris van de Komsomol, de communistische jeugdbeweging. “Ik geloofde in het communisme, wat moest ik anders, het was me op school bijgebracht.” Maar toen hij een jaar of vijfentwintig was kreeg hij twijfels. Hij zag dat de Komsomol en de Communistische partij voor menigeen louter een springplank waren voor een maatschappelijke carrière, niet meer en niet minder. En toen hij voor het eerst van zijn leven in 1973 in Nederland kwam was het voorgoed voorbij met zijn idealen. Hij moest constateren dat men in Nederland niet omkwam van de honger zoals de Sovjet-propaganda beweerde. Hij was toen op bezoek bij zijn zuster Sonja, die zich twee jaar eerder in Nederland had gevestigd. Eigenlijk had ze met haar vader willen komen en IJs Schilp had dat zelf ook graag gewild, hoewel hij enige aarzeling had. Dat bleek toen zijn Nederlandse zoon Simon hem in 1957, na een scheiding van ruim twintig jaar, in Moskou mocht bezoeken. Simon had zich al die tijd tevreden moeten stellen met de stem van zijn vader op Radio Moskou. Uitgebreid spraken ze toen over een mogelijke terugkeer van zijn vader, die vooralsnog bang was dat hij in Nederland zou worden aangesproken op zijn overhaaste vertrek in 1936, waarbij hij zijn eerste vrouw - de moeder van Simon - in de steek had gelaten zonder te scheiden en met een Duitse vrouw naar Moskou was gegaan. Simon verzekerde hem dat niemand hem lastig zou vallen. Maar zijn plan om terug te keren kon hij niet uitvoeren, in 1967 stierf hij aan een hartaanval.

Zijn zoon Jan had mij twee jaar geleden al verteld dat hij de Sovjet-Unie zou verlaten, als hij de kans kreeg. Zijn enige aarzeling was of hij als vijftiger nog kans zou maken op werk. Maar de omstandigheden in de voormalige Sovjet-Unie werden alleen maar slechter. Hij vroeg het Nederlands staatsburgerschap aan en tot zijn verrassing lukte dat. Omdat hij in 1938, twee jaar voordat zijn vader Sovjet-burger werd, als Nederlander was geboren.

Onlangs belde Jan mij op; trots dat hij bij zijn zuster Sonja woonde. We spraken af. Hij rookte nog steeds zijn onafscheidelijke, on-Russische pijp, maar erg gelukkig zag hij er niet uit. Hij was er nog niet in geslaagd om een eigen woning te krijgen. Als dat zou lukken zou hij met zijn Lada naar Moskou rijden om zijn vrouw, zijn achttienjarige dochter en wat meubeltjes op te halen. Op werk in zijn beroep als werktuigbouwkundig ingenieur rekende hij al niet meer. “Maar ik kan alles”, zegt hij. “Ik ben handig. Ik kan ook als metaalbewerker of als timmerman werken, of desnoods als bordenwasser.”

Ondanks zijn geslaagde landing in Nederland is hij toch enigszins weemoedig. Zijn dertigjarige zoon wil liever in Moskou blijven. En zijn vier jaar jongere Russische broer Rudolf mag zich hier niet vestigen. Hij deed tevergeefs een gooi naar een Nederlands paspoort. Zijn vader was in 1940 vrijwillig Sovjet-burger geworden en Rudolf was dus nooit Nederlander geweest, was de redenering van het ministerie van buitenlandse zaken.

“Toen mijn vader naar Rusland ging”, zegt hij somber, “kon hij niet weten dat onze familie een halve eeuw later nog steeds van elkaar gescheiden zou moeten leven.”