Bellen, schapen en duiven

Zeventien februari, dus tijd voor aanvullingen en correcties. Op 2 december werd vastgesteld dat de gemiddelde zandloper, waarin tegenwoordig overigens geen zandkorrels maar glasparels stromen, bijna altijd de ene kant op harder loopt dan de andere (door asymmetrie in de compartimenten) en dat glaslopers harder lopen naarmate ze verder gekoeld worden. Een loper loopt in het vriesvak (-17 graden) 2 à 3 procent harder en in kokend water 1 tot 4 procent langzamer dan bij kamertemperatuur. Wie de dodelijk vervelende experimenten wil herhalen kan dat tegen minimale kosten: de lopers die V&D voor een gulden of zes verkoopt heeft de Hema voor de helft van de prijs.

Een sluitende verklaring voor het temperatuureffect is nog niet gevonden, vooral niet omdat nog steeds onbekend is of de zandlopers luchtledig zijn of niet. Een lezer in Noordwijk rekent voor dat het niet uitsluitend de met de temperatuur toenemende viscositeit (stroperigheid) van de lucht - en het naar rato afnemende luchtdebiet in de capillair - kan zijn die het verschijnsel verklaart, dan zou het effect veel sterker zijn.

Op 16/12 werd de juist met de temperatuur toenemende stijgsnelheid van gasbelletjes in bier toegeschreven aan de lage viscositeit van warm bier, een veronderstelling die een lezer in Capelle aan den IJssel met een eenvoudig Stokes-model voor de weerstand van gasbellen in vloeistoffen kwantitatieve steun gaf. De gevonden stijgsnelheden waren redelijk met de geschatte beldiameter in overeenstemming. Verwarrend is nu dat een lezer in Munstergeleen, dezelfde formule van Stokes achterstevoren gebruikend, tot de conclusie komt dat de gevonden stijgsnelheden juist een lagere beldiameter waarschijnlijk maken: niet bijna een millimeter, maar hooguit 0,3 millimeter. (Achter de typemachine is het rekenwerk niet eenvoudig te verifiëren, uitkomst van de gehanteerde formules hangt af van de gekozen eenheden). Mierenneuken heeft hier weinig zin, de snelheidsmetingen in gewone bierglazen waren zeer ruw. Gebruik van extreem hoge glazen zou uitkomst bieden.

Munstergeleen wijst erop dat alkohol de oppervlaktespanning van water sterk aantast. Hoe lager die spanning hoe kleiner de gasbellen in de vloeistof en hoe langzamer die omhoog komen. Twee jaar geleden is dat hier ook al eens besproken: mineraalwater heeft erg grote bellen. Het zou aardig zijn ook eens bel-grootte en stijgsnelheid in alkoholvrij bier en in (Belgisch) bier met extra alkohol te meten, al zijn natuurlijk ook andere verbindingen van invloed op de oppervlaktespanning.

Op 20 januari kon hier gemeld worden dat het lukt zeepbellen binnenshuis omhoog te doen gaan als ze met voldoende hete lucht worden volgeblazen. Berekening had aangetoond dat dat mogelijk moest zijn. 'De bel is in praktijk te vergelijken met een heteluchtballon'', stond er. Een lezer, werkzaam op het NIAS in Wassenaar, stuurde een artikel over de gebroeders Montgolfier waaruit is af te leiden dat deze zich bij de ontwikkeling van hun heteluchtballon in 1782 misschien hebben laten inspireren door Tibère Cavallo die in 1781 experimenteerde met zeepbellen die hij met waterstof vulde. Wie Tibère Cavallo was weet niemand.

Het zeepbelstukje was een reactie op een bezoek aan het Amsterdamse technologiemuseum NINT waar elke bezoeker naar hartelust reuzezeepbellen kan maken. Ervaring heeft het NINT geleerd dat geen zeep zó geschikt is voor het bellenblazen als het Amerikaanse afwasmiddel 'Dawn' dat hier niet te koop is. Jammer daarom dat producent Procter & Gamble geheimzinig doet over de samenstelling en dat men het uitsluitend in kleinverbruikersverpakking levert. Het moet nu in eindeloze aantallen flesjes van 12 fl.oz. (355 ml) uit de VS worden ingevlogen.

Menselijk speeksel bevat een zetmeelafbrekend enzym bleek uit het teruglopen van Nutrix-pap van 'puur rijstebloem' waardoor wat babykwijl of mannespuug was geroerd (27/1). Dat zetmeelhoudende pappen, vla's en sauzen gevoelig zijn voor speeksel is geen nieuw inzicht. Een lezeres in Grijpskerk hoorde het al in 1937 van haar kooklerares. 'Snoepen van de puddingen heeft geen zin, ik merk het altijd.'' Vooral maïzena bleek snel enzymatisch aangetast. Naast de aanvulling ook een correctie uit Grijpskerk: lammetjespap is geen bloemkoolsaus-met-suiker want er zit geen boter in. Ook, of juist daarom, is het veel moeilijker glad te krijgen.

Zo komen we bij het verwentelde schaap. Zo'n schaap op zijn rug is ten dode opgeschreven, werd op 3 februari betoogd, en gesuggereerd werd dat 'Hollandse' schapen eerder verwentelen dan buitenlandse omdat ze een bredere rug hebben èn minder atletisch zijn. Een lezer in Vorden, onmiskenbaar een fan van het Wiltshire Horn schaap, vond het maar een hoop onzin op een rij. Er bestaat helemaal niet zoiets als een 'Nederlands' schaap - het Neerlands bloed zit vol vreemde smetten - en veel Nederlandse schapen zijn net zo atletisch als de Britse die trouwens ook vaak 'in onmacht' raken. Verwentelen is een eigenschap van de typische wolrassen. Er is maar één kortwollig Europees ras dat nooit verwentelt: het Wiltshire Horn schaap.

Niet alleen duiven kunnen waterdrinken zonder het hoofd in de nek te leggen zoals men van kippen gewend is (3/2), ook zandhoenders en vechtkwartels kunnen dat, schrijft een redacteur van 'Vogels'. Ook zijn er nogal wat vogels die 'oppompen' of 'dopen en kopheffen' naar het uitkomt. De indruk is dat op 'oppompen' wordt teruggevallen als een plas water erg ondiep is en de beheersing van het kunstje zou daarom (evolutionair) kunnen samenhangen met een schaarste aan water.