Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Defensie

'Funprofor' wil snel weg van verveling; Profiel van DUTCHBAT

Bijna een week verblijven de manschappen van het elfde bataljon nu in de Kroatische kustplaats Brela. In hun hotel proberen ze zo goed mogelijk het nieuws uit Centraal-Bosnië te volgen, eigenlijk willen ze zo snel mogelijk 'naar boven'. De navelstreng met thuis moet nu maar eens worden doorgeknipt, vindt de kolonel.

Een gespreksonderwerp is er niet, maar nagedacht wordt er des te meer. In hotel Soline in de Kroatische kustplaats Brela staan geen televisietoestellen die de manschappan van 'Dutchbat' kunnen informeren over het NAVO-ultimatum, bombardementen op de belegeraars van Sarajevo of Servische represailles tegen de blauwhelmen. Maar als het zover komt, zit het elfde bataljon van de luchtmobiele brigade midden in vijandig gebied of moet als gevechtseenheid de waarnemers, administrateurs, verbindelaars, genietroepen en truckchauffeurs van Unprofor in Centraal-Bosnië beschermen.

Van grenadier S. Koning hoeft de NAVO niet zo nodig een daad te stellen. “Dat zie ik somber in. Ze praten er makkelijk over in de Tweede Kamer, maar hier lopen genoeg idioten rond die niets te verliezen hebben. Met een fles vodka achter de kiezen gaan ze als de brandweer.”

Koning en zijn maten van het elfde bataljon van de luchtmobiele brigade willen nog steeds zo snel mogelijk “naar boven”. Op naar 'geitenland' en de ijzige Bosnische winter, weg van de verveling en van het vijfsterrenhotel waar ze nu hun dagen doorbrengen. Maar 'Rambo's' willen ze niet zijn. “Iedereen is bang, dat is logisch”, zegt korporaal M. Pals. “Het is leuk op oefening wat door het bos te hobbelen, maar nu kunnen we echt onder vuur komen te liggen en lijken zien. Niemand weet van tevoren of hij dat aankan.”

In hun hotel proberen de manschappen het nieuws uit Centraal-Bosnië zo goed mogelijk te volgen. Kolonel F. van der Hooft van de genie heeft problemen met de geruchtenstroom. “Iemand luistert 's morgens naar Sky Radio, met zijn scheerapparaat half in zijn oor en de airconditioning staat ook nog te loeien, dus hij hoort maar de helft. Voor je het weet vertelt hij het halve hotel dat de NAVO de Serviërs al aan het bombarderen is.” Van der Hooft heeft zijn mannen op het hart gedrukt dat er niks in de plannen verandert zolang hij niets meedeelt, maar hij zou blij zijn als hij in de bergen is “zodat de navelstreng met thuis eindelijk is doorgeknipt”. “We moeten af van die telefoon hier. Zolang ze elke dag naar huis bellen en de zorgen van paps, mams en vriendin delen, zijn ze nog niet helemaal met hun opdracht bezig.” Grenadier Koning is het “in theorie” best met Van der Hooft eens, maar toch: “Als de kolonel straks zijn drie minuten telefoontijd bij mij wil inleveren, zal ik dat niet afslaan.”

Voor de eerste 350 man van 'Dutchbat' is het nog steeds moeilijk te beseffen dat het achter de bergen oorlog is. Wie hotel Soline bezoekt, waant zich eerder op een schoolreisje dan bij een militaire operatie. Een hotellobby vol bijna kaalgeschoren jongens, het haar bovenop de schedel iets langer, soms met een kuifje, een staartje of een motiefje in het kapsel verwerkt. De dagen verstrijken in Brela met uitstapjes, poolbiljart, instructie en drie alcoholische consumpties maximaal. Voor zover dat te controleren is, want enkele kleine baldadigheden zijn tot dusver niet uitgebleven. Al tijdens de eerste nacht zijn de liften buiten werking gesteld, omdat iemand de noodrem eens wilde proberen. Elders is een soldaat erin geslaagd zijn radiator op te blazen. “Boys will be boys”, zegt de hotelmanager over zijn nieuwe gasten.

Als er ditmaal geen kink in de kabel komt, gaat de eerst groep donderdag 'naar boven'. Maar dan moet het uitladen van de twee vertraagde bevoorradingsschepen in Split wel op rolletjes lopen. Als eerste vertrekt het support command, vooral genietroepen, aangevuld met twintig man gevechtstroepen van de luchtmobiele brigade en combat engineers van hetzelfde onderdeel. Het support command voelt zich een beetje gediscrimineerd. “Ze hebben het steeds maar over de luchtmobiele brigade, maar die komen pas later, wanneer wij de logistieke basis in Lukavac hebben ingericht”, zegt I. Hakan, die als Koerd maar liever zonder naamplaatje in Kroatië rondloopt. “Noem me maar 'Roberto de Italiaan'.” De genie mist misschien de glamour van de luchtmobielen, de uitstraling van de rode baret. “Maar zonder ons hebben ze geen eten, geen drinken, geen medicijnen, niets”, zegt Hakan een tikkeltje verongelijkt.

Als de basis in Lukavac is bemand, volgt de tweede stap in de operatie: de aflossing van de 180 man Canadese troepen in de moslimenclave Srebrenica, bevolkt door bijna 50.000 autochtonen en vluchtelingen. Kapitein M. Verweij nam deel aan de verkenningsmissie, die na vele chicanes van Servische zijde uiteindelijk in Srebrenica werd toegelaten. Harde garanties dat de belegeraars alle 570 man van het elfde batalljon zullen doorlaten, heeft hij niet. Mondeling hebben de plaatselijke commandanten toezeggingen gedaan, maar er staat niets zwart-op-wit. Eenmaal in de enclave lopen de troepen weinig gevaar, voorspelt Verweij. Van de meer dan tweehonderd schendingen van de wapenstilstand die dagelijks rond Srebrenica plaatshebben, moet men zich niet te veel voorstellen. “Elk schot geldt als een schending. Meestal gaat het om moslims uit de enclave die hun jachtgeweer van zolder of onder de hooiberg vandaan halen om in de bergen even een actie te doen tegen de Serviers. Dat speelt zich allemaal ver buiten onze observatieposten af.”

Over Zepa, een tweede moslim-enclave met 16.000 inwoners, waar het elfde bataljon een Oekraïens detachement moet vervangen, wil majoor-arts T. Ruikers het thuisfront ook graag geruststellen. Honger is er niet, “wel een beetje gebrek aan mineralen en eiwitten”. Desalniettemin, de genietroepen die in Lukavac worden gelegerd, benijden hun collega's van de luchtmobiele brigade allerminst: “Er zijn luizen, er heerst schurft en je bent omsingeld door Serviërs”, weet een korporaal.

In november kwam minister Ter Beek (Defensie) in conflict met de Nederlandse Officieren Vereniging, die in een brief stelde dat de luchtmobiele brigade onvoldoende getraind en bewapend was voor de taak in Bosnië. Daar is wel iets voor te zeggen: de gevechtseenheid van 'Britprofor' is veel zwaarder uitgerust. De Engelsen genieten in Centraal-Bosnië een grote reputatie: hun bijnaam luidt inmiddels 'Gunprofor', waar de minder manhaftige Spanjaarden het moeten doen met 'Runprofor', de Nederlanders met ''Funprofor' en de Kenianen met 'Sunprofor'.

Maar de mannen van de luchtmobiele brigade willen van die kritiek niets weten. Goed, als het aan hen lag, hadden ze 25 millimeter- geschut meegenomen, maar met een .50 “kan je iemand al heel aardig doodschieten”, zegt korporaal M. Pals. Er volgt een opsomming van de aanwezige geweren, mortieren en pantserwagens. Maar uiteindelijk gaat het om de indruk die je maakt, meent Pals. “We hebben bij de verkenningsmissie al laten zien dat er met ons niet valt te spotten. We zijn gedisciplineerd. Hier sta ik, strak in het pak.”

De rode baretten van de luchtmobiele brigade hebben in Bosnië iets waar te maken. Hun onderdeel is twee jaar geleden met veel fanfare opgericht als het antwoord van de landmacht op het eind van de Koude Oorlog. Wendbaar, professioneel, modern bewapend, inzetbaar in elke brandhaard. Het betreft voor het merendeel dienstplichtigen die hebben bijgetekend, maar ook veel 'burgers' die werden aangetrokken door de flitsende televisiecommercials van de rode baretten: 'Beveilig de stuwdam!'. Maar hoe gehard is de luchtmobiele brigade? 'Bikkels' als de commando's en mariniers - de concurrerende elite-eenheden binnen het leger - dat zijn we nog net niet, meent soldaat P. Borgmann. “De eisen zijn bij de mariniers toch iets zwaarder, ik ben ervoor afgekeurd. Zie je die jongens lopen, dan zit er niks kleiner tussen dan één meter tachtig, en allemaal met armen als boomstammen. Je moet daar coördinaten kunnen lezen, en honderden soorten tanks en vliegtuigen uit je hoofd leren.”

Eén ding is duidelijk: binnen de landmacht is de luchtmobiele brigade de toekomst. Borgmann: “We bestaan nog maar net, hebben geen traditie, maar dat is iets dat moet groeien.” Natuurlijk is er enige afgunst bij de andere onderdelen, die aandacht, geld, mensen en materieel hebben moeten inleveren om het nieuwe legeronderdeel te realiseren. Daarom is het ook onvermijdelijk dat elders de spot wordt gedreven met de 'lichtdebiele brigade', zoals de bijnaam luidt. Dat ze nog geen eigen helikopters hebben, die centraal staan in het concept van een luchtmobiele brigade, speelt in die spot een voorname rol.

Maar wat is een helikopter meer dan een taxi, werpen de rode baretten tegen. 'Abseilen' - waarbij een soldaat zich langs een touw uit een helikopter naar beneden laat glijden - kan iedere rode baret. En de voorbereiding voor Bosnië laat niets te wensen over. Korporaal M. Basten is diep ongelukkig, omdat een krant hem bij zijn vertrek in de mond heeft gelegd dat zijn maten onvoldoende getraind zijn: “Ik zei alleen maar dat we tijdens de laatste weken voor ons vertrek wel iets meer hadden mogen doen.”

Fysiek was de opleiding niet mals, maar dat is ook waarvoor de recruten hebben getekend. “Elke dag iets anders. Dan weer scheur je met speedboten over de Maas, de volgende week marcheer je over Engelse heuvels, weer een week later loop je bij min twintig te klappertanden ergens in Duitsland”, zegt combat-engineer P. Trum, een van de mensen die vanuit andere eenheden aan de luchtmobiele brigade zijn toegevoegd wegens hun bijzondere deskundigheid. Grenadier Koning geeft van zijn kant toe dat je aan al die survival-trainingen in de burgermaatschappij weinig hebt. Maar hij wil dan ook verder in het leger, onderofficier of officier worden. En als dat niks wordt? Dan heeft hij een paar mooie jaren gehad en begint hij als burger weer opnieuw.

Het is vijf uur. Het support command en de mannen van het elfde bataljon stromen samen op de pier voor het hotel voor het dagelijkse appel. Terwijl de mannen zich in het gelid voegen, doen de pelotonscommandanten hun stijve dansje: een stap, een draai, weer een stap, een saluut. De leiding heeft opnieuw weinig mee te delen. Of de heren niet naakt willen zwemmen in het zwembad, want er lopen ook dames rond in het hotel. Vanavond is er een klaverjasdrive en zwemrugby. Vijf minuten, dan is het ritueel voorbij en gaat ieder zijns weegs.

Strak oogt het appel niet, maar dat is bij het Nederlandse leger zelden het geval. Wat andere naties vaak voor gebrek aan discipline aanzien, maakt het leger nu juist zo geschikt voor VN-opdrachten, waar het aankomt op onderhandelen en improviseren. Zo denkt het Nederlandse leger er althans zelf over. Sergeant Trum is nog steeds uitermate verguld met de verbazing van de Amerikanen bij 'Noble Falcon', een VN-oefening in Duitsland, waarbij de Amerikanen Kroaat, Serviër of Bosniër speelden. Trum kreeg de opdracht een stevige defensiewal te maken. “Anderen zetten drie regentonnen met wat prikkeldraad neer, maar ik vond een oude steengroeve. Met die stenen en wat autowrakken en een flinke moddergreppel ervoor kwamen die Yanks er met hun tank absoluut niet doorheen. Zij schelden: 'What the fuck did you build here? Who gave you the order?' Maar dat is typisch het Nederlandse leger, iedereen kan beslissingen nemen en denkt mee, tot het laagste niveau.” Dat kan volgende week wel eens goed van pas komen.