EEN PATRIOT OF EEN STER IN AMERIKA

Van de Rode Machine is niets meer over. Niet één van de tweeëntwintig ijshockeyers die twee jaar geleden namens het GOS de olympische titel veroverden, is bij de Winterspelen in Lillehammer aanwezig. Zeventien spelers bezweken de afgelopen jaren voor de dollars van de Noordamerikaanse National Hockey League. Desondanks is de jonge formatie van de befaamde coach Viktor Tichonov een van de favorieten voor de gouden medaille. Afgelopen zaterdag won Rusland zijn openingswedstrijd. In de Olympic Hall van Gjovik was het team Noorwegen vrij gemakkelijk de baas: 5-1.

Rusland verkeert politiek en economisch in een ernstige crisis. “En daarom”, zei teammanager Robert Tsjerenkov vorige week na aankomst in Lillehammer, “hunkeren mijn miljoenen landgenoten naar iets om te vieren. Onze ijshockeyers weten dat beter dan wie ook. Ze willen hier in Noorwegen schitteren, voor de thuisblijvers bij de televisie, voor hun familie en hun relaties.”

Maar Tsjerenkov, tevens voorzitter van de Russische ijshockeybond, was realistisch genoeg om daar nog even fijntjes iets aan toe te voegen: “Ze hebben natuurlijk ook hun eigen toekomst in gedachten. De scouts van de NHL en de rijke Westeuropese clubs zitten met hun notitieboekjes op de tribune of voor de televisie.” De motivatie kan niet beter bij de Russen, die in Moskou of Leningrad als topsporters in tegenstelling tot vroeger nauwelijks nog privileges hebben.

Ze spelen voor hun leven, de pupillen van de 65-jarige trainer Tichonov, op wiens bruine gezicht zelden een glimlach is verschenen. De oude meester heeft naar eigen zeggen zeker momenteel ook weinig reden om vrolijk te zijn. “De laatste jaren”, vertelde hij in Gjovik somber, “ben ik liefst dertig spelers aan de NHL of het Westen kwijt geraakt. En aan die uittocht komt maar geen einde.”

'Professor' Tichonov, vanaf de jaren zeventig coach van de (Sovjet)ploeg, omschreef zijn groep cynisch als “een kweekvijver” voor het internationale profcircuit. “Maar”, liet hij daar op volgen, “die plas dreigt op te drogen.” Volgens insiders is daarvan echter nog geen sprake. De Zweedse topper Peter Forsberg, bijvoorbeeld, toonde zich juist optimistisch: “De spelers van Tichonov zijn weliswaar jeugdig en onervaren”, meldde de Scandinaviër, die onlangs (voor tien miljoen dollar) een contract tekende bij de Canadese NHL-club de Quebec Nordiques, “maar ik zou niet verrast zijn als de Russen met tien nieuwe super-spelers komen van wie je nog nooit hebt gehoord.”

En ook Tichonovs assistent, Igor Dmietriev, is niet zo somber als zijn baas. “Er is nog talent genoeg in Rusland, maar dat mag je eigenlijk niet te vroeg voor de leeuwen gooien. Helaas gebeurt dat nu een beetje”, zei hij na het duel tegen Noorwegen. Het trainersduo had tot kort voor de Spelen stilletjes de hoop dat het met succes nog een beroep kon doen op twee veteranen, Andrei Khomoetov en Vjatjeslav Bikov. De twee, die in Albertville '92 tot de gouden ploeg behoorden, moesten echter afzeggen omdat hun Zwitserse club nog voor de nationale play-offs in actie moesten komen. Clubbelangen gaan voor - zeker in Noord-Amerika, waar de NHL zich niets aantrekt van het olympische feest en de competitie afwerkt. Vandaar ook dat van de honderdvijftig Russische ijshockeyers in het buitenland er maar een paar in Noorwegen aanwezig zijn.

Een van hen is de 22-jarige Alexi Koedakov. Hij speelde twintig wedstrijden voor de Toronto Maple Leaves, maar kreeg met aanpassingsproblemen te maken en degradeerde noodgedwongen naar de farmclub Saint John. Van zijn nieuwe club kreeg hij toestemming mee te doen in Noorwegen, maar hij is allerminst zeker van een vaste plaats in het keurkorps. In de eerste ontmoeting bleef de nummer negen zelfs opvallend vaak op de bank.

Hulpcoach Dmietriev zei na afloop aanvankelijk heel beleefd: “Alexi is jong, zijn tijd komt nog wel.” Later voegde hij daar veelzeggend aan toe: “Rusland heeft geen behoefte aan een star uit Amerika, maar aan werkvolk met ijver en vaderlandsliefde.”

De selectie is dan ook keihard geweest. De laatste proef legden de kandidaat-olympiërs vorig weekeinde af bij de zogenoemde 'Sweden Hockey Games'. Het ging er pittig aan toe, hoewel Rusland in het toernooi alles verloor behalve het duel tegen Canada (6-5). Een Zweedse reclamemaker had met grote letters World Class achter op de shirts van de Russen laten aanbrengen. “Maar die tekst kwam bepaald niet overeen met ons spel”, bekende teammanager Tcherenkov. “Dat gaf ook niet, het ging in feite nog om niets.”

Tichonov legde in Zweden de laatste hand aan de samenstelling van zijn definitieve ploeg voor Lillehammer. De ex-kolonel in het Rode Leger ontzag daarbij niets en niemand, zijn wil was wet. Tichonov, volgens kenners wegens zijn tactisch briljante vondsten “de beste ijshockeycoach uit de geschiedenis”, liep zaterdag als een koning door de ijshockeygrot in Gjovik. Ogenschijnlijk heeft hij niets geleden van de harde mentale klap die hij twee jaar geleden moet hebben gekregen. Kort na de Olympische Spelen won Rusland destijds het WK verrassend een keer niet en moest hij plaats maken voor Boris Mikhailov. De laatste slaagde er in '93 in de wereldtitel te heroveren, maar inmiddels is hij toch weer vervangen door Tichonov.

Tichonov, die in Ravil Goesmanov en Valeri Karpov zijn sterkste spelers heeft, is volgens Noorse kranten vermoedelijk bezig aan zijn afscheidstoernooi, “de laatste slag van de kolonel”. Veel naar Noord-Amerika vertrokken ex-internationals vinden dat een goede zaak: Ze hebben de trainer vaak scherp bekritiseerd om zijn meedogenloze aanpak. “Mensen die niet weten wat familie, vrienden en relaties zijn, zijn types voor Tichonov”, zeiden ze. En ze herinnerden vriend en vijand eraan dat hij in een grijs verleden de zoon van Jozef Stalin les heeft gegeven. “Zegt dat niet genoeg?”

Maar van de ijshockeybond van zijn land mag hij blijven. Zeker als zijn uitgeholde team er, zoals de Rode Machine van weleer, in slaagt concurrenten als de Verenigde Staten, Canada, Finland, Tsjechië en Slowakije te weerstaan en voor de vierde achtereenvolgende olympisch kampioen te worden.