WITOLD LUTOSLAWSKI 1913 - 1994; Smaakvol componist

De Poolse avantgarde-muziek maakte in de jaren '60 grote furore: Schäffer schreef schrikbarend gedurfde experimenten en Penderecki overdonderde met huilende clusters. Maar de welluidendste en smaakvolste orkestmuziek werd gecomponeerd door Witold Lutoslawski, gisteren op 81 jarige leeftijd overleden in zijn geboorteplaats Warschau. Lutoslawski, die verschillende malen in ons land was en het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest dirigeerde, kreeg in tal van landen onderscheidingen en eredoctoraten.

Witold Lutoslawski schreef muziek als een elegante cape met hoge kraag en fraai bijpassende handschoenen, misschien iets te veel fluweel. Zo sprak hij ook in perfect en precieus Oxford-Engels. In de jaren '60 bezocht ik meermalen het Herfstfestival van Warschau, de belangrijkste ontmoetingsplaats tussen Oost en West en grotendeels zijn schepping. Zijn aanwezigheid daar vorig jaar september was zijn laatste publieke optreden.

Heel goed herinner ik me van destijds een bezoek aan Lutoslawski samen met de zangeres Cathy Berberian - ik bezwoer haar naar Nederland te komen want deze stem en deze voordracht was precies wat de moderne muziek bij ons nog miste - en met de meesterfluitist Severino Gazzeloni. Van hem kreeg ik les, gewoon in zijn hotelkamer.

Lutoslawski's werkkamer herinnerde aan die van Strawinsky: alles schitterend geordend, een grote werktafel vol vellen papier met een notenbeeld zonder krassen of vlekken, als het ware geschreven met de pink omhoog. Ik vertelde hem dat ik veel plezier beleefde aan zijn kleine pianostukjes. Maar dat viel slecht: “Daar schaam ik nu voor, ik deed het voor het geld dat ik toen zo hard nodig had en zou zoiets nu nooit meer schrijven.”

Ook zijn vroegere grote Bartók-achtige orkestmuziek - in het buitenland veel gespeeld - was voor hem niet meer aan de orde: “Ik zoek naar mobiele vormen, want wat we nodig hebben zijn operationele processen, voor een versoepeling van de muziek. Cathy kon dit beamen, haar man Luciano Berio experimenteerde daar immers ook mee in zijn Circles.

Lutoslawski bleek met Schäffer de meest geïnformeerde componist in Polen. Maar terwijl Schäffer werkelijk van alles uitprobeerde, beperkte Lutoslawski zich tot een scheutje Boulez, een lepeltje Ligeti en een paar druppeltjes Earle Brown. Want hij bewonderde vooral diens Available Forms voor groot orkest: ingenieus en bloedmooi.

Altijd gingen de gesprekken over de vorm: “Eens hoorde ik door de radio het Pianoconcert van John Cage en ik was als door de bliksem getroffen. Opeens begreep ik dat je ook kunt uitgaan van het totaal, werkend naar detail toe en niet, zoals altijd gebruikelijk, vanuit het detail naar het totaal.”

In Rotterdam sprak Lutoslawski ter inleiding van zijn elegante Pianoconcert, maar het ging over het eerste deel van het Eerste pianoconcert van Brahms. In een sonatevorm verwacht men een beperkt aantal thema's, maar Lutoslawski had onderzocht hoeveel nieuwe gegevens Brahms achtereenvolgens lanceerde: zeer veel en dat gaf te denken. Ik vond het een merkwaardige lange weg van Boulez naar Brahms.

Overal waar Witold Lutoslawski kwam dwong hij respect af door zijn grote kennis en originele invalshoeken. Maar ik vond zijn latere werken te mooi zonder meer en hield het meest van die mobiele partituren uit de jaren '60 zoals de Trois Poèmes d'Henri Michaux. Het is muziek met klagende roepen als van een school meeuwen in de verte. Lokroepen, melancholiek. Poolse melancholia: een grote traditie sinds Chopin.