My fair lady wordt met veel zwier weer tot leven gebracht; Higgins is fraai, Eliza te Iers

Voorstelling: My fair lady, van Alan Jay Lerner en Frederick Loewe. Spelers: Tony Anholt, Yvonne Brennan Crist, David Henry, Terence Bayler, e.a. Decor: Ralph Koltai. Muziek o.l.v. Glen Clugston. Regie: Frank Dunlop. Gezien: 8/2 in AT&T Danstheater, Den Haag. Aldaar t/m 12/2. Daarna: 14 t/m 20/2 in Rai, Amsterdam, en 1 t/m 5/3 in De Doelen, Rotterdam.

Natuurlijk is Henry Higgins een zelfingenomen prol, zoals hij Eliza behandelt als een ding om mee te experimenteren, zonder eigen gevoelens of trots. Maar een charmante prol, want ze komt uiteindelijk toch bij hem terug. Misschien zou Shaw zijn Pygmalion nu anders hebben geschreven en wellicht zou ook My fair lady nu een iets ander slot hebben dan de musical in 1956 - voor de eeuwigheid - heeft gekregen. Maar het glorieuze succes van schrijver Alan Jay Lerner en componist Frederick Loewe is tot op de dag van vandaag een voorbeeldige show gebleven, scherp geformuleerd en volgestouwd met een onvoorstelbare hoeveelheid klassieke nummers.

De versie, die dezer dagen onder de misleidende noemer original Broadway production een aantal Nederlandse steden aandoet, is een onderneming van de Duitse theaterproducent Wolfgang Bocksch. Zijn procédé is succesvol: in New York laat hij Engelstalige voorstellingen ensceneren die uitsluitend bedoeld zijn voor langdurige tournees door Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland. Het is niet meer dan toeval dat er sinds december ook op Broadway weer een My fair lady is, met de tv-ster Richard Chamberlain als Higgins (en volle zalen).

Net als in Bocksch' vorige produkties bestaat het ensemble ook in dit geval uit Amerikanen, maar vanzelfsprekend zijn de hoofdrollen voornamelijk door Britse acteurs bezet. In deze show draait alles immers om de perfecte beheersing van the King's English, de enige taal die volgens de linguïst Higgins toegang verschaft tot het ware leven. Zodra zijn Eliza zich die taal eigen heeft gemaakt, via het befaamde The rain in Spain, kan ze niet meer terug naar de pittoreske armoede van de sloppen rond Covent Garden.

Higgins, hier gespeeld door de Britse acteur Tony Anholt, is gekneed naar het onvergetelijke voorbeeld van Rex Harrison. Hij heeft een kleiner postuur, maar diezelfde suave arrogantie en een fraaie spreekstem die zich zingzeggend alleraardigst redt in de woord- en rijmrijke zangnummers - op en top upper class. Des te groter is het contrast tussen zijn aangeboren beschaving en het hoorbaar aangeleerde cockney van de Ierse zangeres Yvonne Brennan Crist als Eliza. Ze zingt lieflijk, zoals Ierse zangeressen nu eenmaal vaak zingen, maar haar tongval lijkt nergens naar en maakt haar volkse afkomst tamelijk ongeloofwaardig. In de plat-Londense vaderrol komt David Henry, met de hits With a little bit of luck en Get me to the church, een heel stuk verder.

Maar veel belangrijker van deze produktie - belangrijker ook dan de wiebelende lantaarnpalen en de onzekerheid van de belichter, gisteravond - is de zwier waarmee My fair lady in deze versie weer tot leven is gebracht. In de orkestbak zit een welluidende kapel, die de tintelende muziek volop recht doet, en op het toneel staat een ensemble van dertig man plezierig zijn geloof in de voorstelling te belijden. Hooguit is er, bijna veertig jaar na de wereldpremière, iets veranderd in de gewenste tijdsduur van zo'n produktie: nu de show tot half 12 blijkt te duren, dringt zich de gedachte op dat een kleine coupure in de dialogen hier en daar wel op zijn plaats was geweest.

Volgend seizoen is My fair lady weer in een Nederlandse versie te zien, met Paul van Vliet als Higgins. Deze verzorgde toernee-voorstelling maakt me daar eens te meer nieuwsgierig naar.