Fusie Hengelo/Enschede dreigt te falen

HENGELO/ENSCHEDE, 9 FEBR. De gemeenten Enschede en Hengelo dreigen de voorgenomen fusie tussen deze twee steden af te blazen. Beide steden zijn boos over een kabinetsbesluit aangaande de fusie, dat volgens hen slechts uit loze beloften bestaat.

In Den Haag heeft men verbaasd op de commotie gereageerd. De dubbelstad is gewoon “te ongeduldig”, aldus staatssecretaris van binnenlandse zaken De Graaff-Nauta. De kwestie speelt rond een extra financiële bijdrage die de toekomstige dubbelstad wil hebben. De gemeenteraden van Enschede en Hengelo hebben 11 januari een principebesluit tot fusie genomen, maar het samengaan afhankelijk gesteld van de uitslag van een nog te houden referendum en een extra structurele bijdrage van het rijk.

Volgens de gemeenten kan de fusie alleen doorgaan als de twee steden samen jaarlijks 45 miljoen gulden meer uit het gemeentefonds krijgen dan de 230 miljoen die zij nu samen ontvangen. De steden zeggen het extra geld nodig te hebben voor verbetering van de infrastructuur en de aanleg van nieuwe bedrijfsterreinen.

De gemeenten hebben zich vooral boos gemaakt over een brief die de staatssecretaris begin deze week, na overleg met het kabinet afgelopen vrijdag, aan hen stuurde. In deze brief geeft de bewindsvrouw een opsomming van mogelijke (Europese) subsidiepotjes waaruit de dubbelstad zou kunnen putten. Daarnaast zegt ze dat de gefuseerde stad waarschijnlijk recht heeft op tien miljoen gulden extra omdat ze in een andere 'grootteklasse' zal vallen en bovendien recht kan doen gelden op extra middelen die alle gemeenten sinds de gemeentelijke herindeling krijgen.

Verder wijst De Graaff Nauta op een aanstaande verandering in de toewijzing aan gemeenten uit het gemeentefonds. Die komt er waarschijnlijk op neer dat in de toekomst aan de (vier) grote gemeenten in Nederland meer geld wordt uitgekeerd. Alhoewel ze samen pas nummer vijf in de rangorde zijn, zouden Enschede en Hengelo daarvan ook kunnen profiteren, is de boodschap.

Al die zaken waren echter al bekend, zegt een kwade burgemeester W. Lemstra van Hengelo. “Wij zijn zeer teleurgesteld. De brief biedt niets nieuws.” Van de 45 miljoen extra die de gemeenten claimen, had De Graaff-Nauta al tien miljoen toegezegd, aldus Lemstra.

De gemeenten willen juist dat het rijk met die andere 35 miljoen over de brug komt. En ze willen het snel. “Want als het niet van dit kabinet komt, dan komt het waarschijnlijk nooit meer”, zegt Lemstra onomwonden. “Een nieuw kabinet zal sterke bezuinigingen doorvoeren, dus daar heb ik weinig vertrouwen in.” Lemstra gelooft niet in uitstel van de beslissing. Hij vindt dat de gemeenten ook een moreel recht hebben op het geld. “Den Haag mag wel eens een politiek signaal geven dat ze aanmoedigen wat wij doen. Wij steken onze nek ook uit.”

Als het kabinet niet vóór begin maart met de verlangde toezegging komt, zien de gemeenten zich gedwongen in ieder geval het voor mei geplande referendum uit te stellen. Lemstra: “We moeten de bevolking vóór de gemeenteraadsverkiezingen kunnen informeren.”

De staatssecretaris heeft inmiddels laten weten dat een snelle toezegging onmogelijk is omdat ze wil wachten op het onderzoek naar mogelijke wijzigingen in het gemeentefonds. De Raad voor de Gemeentefinanciën komt daar op 16 maart mee naar buiten, het kabinet wil proberen aan de hand daarvan nog deze regeringsperiode een besluit te nemen. Volgens de Graaff-Nauta kunnen op dit moment geen verdere toezeggingen worden gedaan.

Uit uitlatingen van J. Maasland, hoofd van de afdeling financiële organisatie binnenlands bestuur van het ministerie blijkt dat Enschede en Hengelo weinig hoop hoeven te koesteren over een goede afloop op lange termijn. Zelfs als wordt besloten tot een herverdeling van gelden uit het gemeentefonds ten gunste van de grote gemeenten vindt Maasland 35 miljoen extra voor de dubbelstad wel erg veel. “Waar moet dat vandaan komen?”

De dubbelstad gaat haar pijlen nu richten op de vaste Kamercommissie voor binnenlandse zaken. De Tweede Kamer zou het kabinet moeten dwingen een ander standpunt in te nemen. Kan de Kamer het kabinet niet van mening doen veranderen, dan ziet Lemstra de toekomst van de dubbelstad 'somber' in. “Ik vrees dat ik moet zeggen: het is nu of nooit.”