Spaanse vakbonden zijn op zoek naar zichzelf

MADRID. 4 FEBR. Gistermiddag om precies vijf uur zaten ze weer op de witte bank in Moncloa, het werkpaleis van minister-president Felipe González. Nicolás Redondo, de bijna gepensioneerde secretaris-generaal van de socialistische vakbond UGT, en zijn veel jongere collega van de communistische vakbond CCOO, Antonio Gutiérrez. Van een beleefdheidsbezoekje was geen sprake, zo verklaarden de vakbondsleiders na afloop eensgezind. Gezellig was het evenmin, want ondanks de algemene staking die een week geleden door de bonden werd georganiseerd hield de minister-president voet bij stuk. De regering en het parlement zullen de gewraakte hervormingen op de arbeidsmarkt doorzetten.

De gang naar Moncloa van de twee vakbondsleiders is hard op weg een uitgesleten ritueel te worden. Redondo in zijn trui, met het boordje open en zonder das. Zijn populaire CCOO-collega Gutiérrez hult zich voor de gelegenheid wel in das met vlot colbert, als om het contrast met de maatpakken van hun gesprekspartner enigszins te overbruggen. Net zoals hun kleding, waren ook de argumenten waarmee de vakbondsleiders langs kwamen niet anders dan de voorgaande maanden. Aan de rechten van de Spaanse arbeiders mag niet gesleuteld worden, crisis of geen crisis.

Niettemin klinkt de echo van de donderende preken die het vakbondskader hield nog maar zwak na. Spanje is teruggekeerd tot de orde van de dag en die is niet veel anders dan voor de staking. De werkloosheid is nog steeds hard op weg naar de 24 procent, het absolute record in Europa. Van economisch herstel is nog geen sprake. En de regering zet de plannen door voor het vereenvoudigen van ontslagprocedures, het invoeren van stage-contracten en het decentraliseren van het overleg over arbeidsovereenkomsten.

Alleen als de bonden en werkgevers het eens worden over een andere aanpak dan valt er wellicht nog wel iets in de regelingen te veranderen, zo is van regeringszijde verklaard. Maar daar ziet het niet naar uit. José Mará Cuevas, de voorzitter van de werkgeversorganisatie CEOE, hield zich tot dusver zorgvuldig op de vlakte. Natuurlijk, ook na de staking bleven de onderhandelingen gewoon doorgaan, zo verklaarde de voorman fijntjes. Alleen was het wel te hopen dat vakbonden in het vervolg definitief afzagen van algemene stakingen om hun gekibbel met de regerende sociaal-democraten uit te vechten. Was de staking immers niet uitgelopen op een totale mislukking?

Een “mijlpaal in de geschiedenis”, dat was het volgens vakbondsleider Gutiérrez. Een totale overwinning van de vooruitgang op de reactionaire krachten in Spanje. De dag na de staking hadden de vakbondsmannen het hun achterban nog eens met klem verzekerd. “Deze arrogante regering kan niet langer de individuele en collectieve rechten van de arbeiders blijven negeren”, zo sprak Nicolás Redondo dreunend vanaf de kansel. De manifestatie verliep volgens het vaste scenario dat de vakbonden voor dit soort gelegenheden in de kast hebben liggen: protesterende menigte trekt op vanaf het Plaza de la Cibeles naar de Puerta del Sol; daar wacht het vakbondskader hen op en verklaart dat het plein eigenlijk te klein is voor alle kameraden (doorschuiven alstublieft!); vervolgens langdurige toespraken tegen het regeringsbeleid, afgewisseld met applaus.

Het is de vierde maal geweest dat de vakbonden het wapen van de algemene staking hebben ingezet sinds 1982, het jaar dat de sociaal-democratische PSOE aan de macht kwam. En de plaat is inmiddels aardig grijs gedraaid, zo is de opvatting van een groeiende groep Spanjaarden. De staking van 1988, volgens velen een aanmerkelijk groter succes dan die van vorige week, betekende een breuk tussen de regerende PSOE en de bonden. Sindsdien is het ruzie binnen de socialistische familie.

Persoonlijke verhoudingen zijn daarbij niet onbelangrijk. Het is een publiek geheim dat UGT-voorman Redondo en de minister-president niet door één deur kunnen. Redondo wist zich als arbeider met veel inspanning en idealisme omhoog te werken tijdens de moeilijke periode van de dictatuur. Aanvankelijk maakte hij carrière binnen de PSOE, maar halverwege de jaren tachtig volgde de overstap naar de socialistische vakbond UGT. Binnen de PSOE boterde het al niet tussen de wat hoekige, traditionele Redondo en González, die in zijn ogen uitgerust moet zijn met alle trekken van een salonsocialist. Als partners in het sociale overleg kregen de voormalige strijdmakkers pas echt een hekel aan elkaar. Naar verluidt weigert Redondo de minister-president al jarenlang aan te kijken.

Het was vooral de dreigende taal van Redondo die de afgelopen maanden de toon zette, waarbij onwillekeurig de indruk ontstond dat hij aan de vooravond van zijn pensioen zijn gepolijste rivaal nog eenmaal wilde laten voelen wat de sterke arm van de arbeider al niet vermag. Dat de vakbondssecretaris de laatste weken voortdurend werd aangesproken als de hoogstverantwoordelijke voor het recente miljardenfaillissement van een aan de UGT gelieerde woningbouwcoöperatie, kan daarbij als een persoonlijke tragedie gelden. Redondo, de weinig flexibele, maar niettemin onkreukbare vechter voor sociale rechten, zag er de afgelopen dagen steeds beroerder uit.

Het vertrek van de secretaris lijkt symbolisch voor de identiteitscrisis die de Spaanse vakbonden met veel machtsvertoon trachtten te verhullen. Doortrokken van de oude traditie van maatschappelijke tweedeling, tijdens de Franco-periode bovendien nog eens versterkt met de functie van een democratisch alternatief, waren de bonden een machtsfactor van belang. Het pappen en nathouden tussen de sociale partners, de democratische consensus-cultuur, kwam daarbij minder tot ontwikkeling.

De recente onderhandelingen die werden gevoerd over de aanpassingen van de Spaanse arbeidsmarkt vormden daar geen uitzondering op. Vijf maanden lang praatten regering, bonden en werkgevers over de hervorming op de arbeidsmarkt zonder enig resultaat. Toen de regering met steun van negentig procent van het parlement uiteindelijk eenzijdig een aantal maatregelen afkondigde stonden de bonden al enigszins met lege handen. Nu bovendien ook een algemene staking vergeefs lijkt geweest zijn de machtsmiddelen uitgeput.

Dat een bond geen politieke partij is is een pijnlijk besef voor de Spaanse vakbonden. En dat een deel van de vroegere macht is overgeheveld naar het parlement is wellicht nog pijnlijker. Hoewel van de discussie weinig naar buiten komt, zijn er signalen dat ook binnen de vakbond discussies worden gevoerd tussen de hard-liners en de pragmatici. Daarbij speelt op de achtergrond het Arthur Scargill-syndroom: een algemene staking om een regering de nek om te draaien kan zich evengoed tegen bonden zelf keren. CCOO-voorman Gutiérrez haalde Scargill zelfs letterlijk aan in een eerder gepubliceerd interview in El Mundo. “Als we dezelfde weg op gaan verliezen ook wij ons gezicht tegenover de werkgevers en de regering”, aldus Gutiérrez.

“De bonden moeten af van hun traditionele rol met bijna paramilitair georganiseerde stakingen”, zo verklaarde eerder de Spaanse zakenman Carlos Ferrer, voorzitter van het Europese werkgeversoverleg. “Meer dienstverlening voor hun leden. En creatiever meedenken hoe de herstructurering van bedrijven en de economie moet plaatsvinden.”

De bonden overleggen vandaag hoe ze zullen reageren, nu de troefkaart van de staking weinig gevolg heeft gehad. De hervorming van de arbeidsmarkt is maar een deel van de maatregelen waar de regering de komende maanden met de bonden en werkgevers over wil praten. De loon- en pensioenmaatregelen en een aantal andere kwesties waarover een sociaal pact gesloten moet worden zijn minstens even belangrijk. Dat de onderhandelingen moeizaam zullen verlopen staat vast. Maar de boodschap van González aan de bonden is duidelijk: er kan gepraat worden, maar het is uiteindelijk de politiek die de knopen doorhakt.