RIAGG

Het enige dat in de artikelen van redacteuren Birgit Donker en Anneke Visser over de RIAGGs (NRC Handelsblad, 31 januari) wordt gezegd over de rol van dominees en priesters, is dat mensen niet meer gaan biechten maar hun eigen morele boekhouding moeten voeren.

De kerken tellen in Nederland meer dan vijf miljoen leden, die duizenden pastores onderhouden. De laatste decennia is het merendeel niet opgeleid om kant-en-klaar te interpreteren, maar om te luisteren. Ik woon in een herkenbare pastorie. Nogal wat mensen komen aan mijn deur van wie ik niets weet. Ik luister, geef aan geen therapeut te zijn en verwijs zonodig (via de huisarts) door naar het RIAGG of andere hulpverlening. Instinctmatig voelt men een verband tussen therapie en pastoraal werk (“mijn therapeut is op vakantie en u bent gratis” zei iemand openhartig) en men heeft weet van het ambtsgeheim dat een pastor heeft.

Mij valt op dat mensen die het lef hebben bij je te komen 'biechten' juist bezig zijn met 'hun eigen morele boekhouding'. Het is geen tegenstelling, het versterkt elkaar. Zijn er niet juist biechtplaatsen nodig waar met open vizier, niet moraliserend noch professioneel-therapeutisch, gesproken kan worden? In dat kader is de rol van moderne goed-opgeleide pastores in de wijk niet te versmaden. Het lijkt me wijs, zover mogelijk, met dit netwerk te rekenen en niet een oubollig beeld in stand te houden van pastores. De meeste dragen geen zwarte kousen, duwen niet ongevraagd geloof, interpretatiekaders of moraliteiten door de strot, maar zijn wel bereid symbooltaal en desgewenst gebedstaal te hanteren, omdat zij geloven.