NS-medewerker gaat lobbyen voor Duitse concurrentie

GOUDA, 2 FEBR. Zeventien jaar heeft hij bij de Nederlandse Spoorwegen gewerkt en nu gaat hij weg. Hans de Krom (43) wordt voor de Deutsche Bahn lobbyist in Brussel. In Utrecht laat het voormalig hoofd internationale zaken een gedecimeerde afdeling achter.

Terwijl de Duitse spoorwegen in navolging van Frankrijk en Groot-Brittannië hun internationale contacten uitbreiden, besloten de NS de afdeling internationale zaken van zeven naar twee medewerkers terug te brengen. Internationale contacten is voortaan een zaak voor de 'business units', de nieuwe werkeenheden van de NS.

U vindt dat waarschijnlijk geen verstandig besluit.

“Er is natuurlijk een hoger doel mee gediend. De bezuinigingsoperatie die de NS nu doorvoeren is nodig, wil het bedrijf overleven. Alleen kun je je afvragen of het goed is business units hun eigen buitenlandse beleid te laten voeren. Het bedrijf gaat dan met meer monden spreken.

“Maar misschien werkten wij inderdaad inefficiënt. Toen president-directeur Den Besten kort na zijn aantreden onze afdeling bezocht, overzag hij het kantoor en zei hij dat op Schiphol, waar hij vandaan kwam, niet meer dan één juffrouw was voor dit soort werk. Onze afdeling besteedde er vaak een paar weken aan wanneer de president-directeur de topman van een ander bedrijf ontmoette. Hoe zit dat bedrijf in elkaar, wat speelt er, wat is interessant voor ons. Maar je kunt natuurlijk ook twee agenda's naast elkaar leggen, een tijd prikken en een paar agendapunten verzinnen. Dan kost zo'n voorbereiding een half uur.

“Zelf denk ik niet dat dat goed is, en ook bestaat het gevaar dat de vergaderingen met de twee verenigingen van spoorwegmaatschappijen, de UIC en de ESG, minder gedegen zullen worden voorbereid. Vooral de ESG is erg belangrijk. Daarin zijn alle landen van de EU vertegenwoordigd. Ook had onze afdeling een goede relatie met Brusselse ambtenaren en Europarlementariërs. Als je die contacten allemaal onderhoudt, kun je invloed uitoefenen op het beleid van de EU.”

Maar de voor spoorwegmaatschappijen belangrijkste richtlijn over privatisering is twee jaar geleden al genomen.

“Dat is waar, maar er gaan nog een paar interessante zaken spelen. Ik denk dan aan het mededingingsrecht, het sociaal beleid en het milieubeleid. Onder meer met die onderwerpen zal ik me de komende tijd bezighouden.”

Is het denkbaar dat u in uw nieuwe functie de belangen van de NS schaadt?

“De vraag of een Nederlander op zo'n post een Duits bedrijf kan vertegenwoordigen, is mij vaak gesteld. Volgens mij is het niet de juiste vraag. Ik zie mezelf als iemand met zekere capaciteiten, die daardoor bij een bepaald bedrijf aan het werk kan. En uiteraard ben ik er niet op uit de NS schade te berokkenen. Ik kan me trouwens ook nauwelijks een onderwerp voorstellen waarbij de NS en de Deutsche Bahn wezenlijk van mening verschillen.”

Maar in de nabije toekomst zullen spoorwegmaatschappijen elkaar toch steeds meer gaan beconcurreren?

“Dat is wel zo, ja. Tot nu toe vormden spoorwegmaatschappijen een soort broederbond. Als we in Nederland een bepaald probleem hadden, belde onze afdeling andere maatschappijen op om te vragen hoe zij het oplosten. En dan zeiden zij dat gewoon. Wij zijn op de hoogte van vrijwel alle toekomstplannen van de Deutsche Bahn, en zij van die van ons. Maar erg lang zal dat wel niet meer duren.”

U heeft geen wrok?

“Nee, al moet ik wel zeggen dat het niet gemakkelijk was om ander werk te vinden. Ik ben 43 en heb 17 jaar bij hetzelfde bedrijf gewerkt. Dat ik daar allemaal verschillende dingen heb gedaan, wordt meestal over het hoofd gezien.

“Van mijn afdeling zijn twee mensen vervroegd met pensioen gegaan, één is overgeplaatst en één gaat in augustus met de VUT. Wij hebben als afdeling zo snel mogelijk de gelederen gesloten. We wisten van elkaar waar we mee bezig waren. Dat kweekte een saamhorigheidsgevoel. Bij andere afdelingen zag je dat de groep versplinterde. Mensen keken elkaar aan: ga jij eruit of ga ik eruit? Op zo'n moment wordt er niet meer gepraat, ook niet bij het koffie-apparaat.

“Als bij een bedrijf 4.800 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen, zijn dat evenzoveel mini-drama's. Mensen raken hun wortels kwijt, of er nu een fraai sociaal vangnet is of niet. Je ziet nu dat ook mensen op de hogere posten naar iets anders uitkijken. Want dat gebeurt als je als bedrijf besluit de top uit te dunnen.”