Lotisico: de eeuwigdurende loterij

De Nederlander heeft ten aanzien van het kansspel een ambivalente houding. Zolang als de staat betrokken is bij de organisatie van loterijen klinken er protesten tegen de 'exploitatie van overheidswege van de speelhartstocht'.

Maar altijd wint het economische argument het toch weer van mogelijke ethische bezwaren. Dat de opbrengst soms ten goede komt aan een nobel doel moet de goklust legitimeren. Nog afgezien van de casino's bieden de Staatsloterij, de Algemene Loterij Nederland, de toto, buitenlandse loterijen en dit jaar ook de legale kraslotto mogelijkheden te over om een gokje te wagen. Onlangs kwam er het Legio Sponsorplan bij, waarmee door het leasen van premie-obligaties fiscaal aantrekkelijk meegedongen kan worden naar de uitgekeerde premies. Vele spelvarianten worden voortdurend verzonnen om de Nederlander ertoe aan te zetten zijn geluk in het spel te beproeven. Binnen dat brede scala aan gok- en loterijmogelijkheden is er één instelling met een even unieke als merkwaardige positie.

Lotisico, de Eerste Nederlandse Maatschappij tot Verzekering van Risico in Loterijen (opgericht in 1902), is de enig overgebleven, en daarmee tevens de oudste particuliere loterij van Nederland. Lotisico genoot grote bekendheid in de jaren twintig en dertig. De beleggingen van het Lotisico-kapitaal waren vanaf de beginjaren al zo succesvol, dat het bedrijf de oprichters een vermogen opleverde. Dankzij Lotisico kon Alfred Haighton (zoon van de oprichter) zijn politieke ondersteuning van tal van fascistische partijen in het Interbellum financieren. En met zijn aandeel uit het Lotisico-vermogen verwierf Haighton zich zelfs een plaats in de litaratuurgeschiedenis door het tijdschrift De Nieuwe Gids te kopen.

Tegenwoordig leidt Lotisico een rustig bestaan. Maar het loterij-bedrijf bestaat en functioneert nog steeds. Lotisico is niet alleen de oudste loterij, het zal zonder twijfel alle bestaande en nog op te richten loterijen overleven. Meer dan negentig jaar bestaat Lotisico nu. Dat lijkt een respectabele leeftijd, maar in het licht van de totale levensverwachting van Lotisico is dat slechts een luttele seconde. “Het is wiskundig berekend dat de loterij van Lotisico pas na vele duizenden jaren beëindigd wordt”, zegt Lotisico-directeur L. Bakker.

Aan het begin van deze eeuw zette J.G. Haighton Lotisico op als een schaduwloterij, gebaseerd op de trekkingen en de prijzen van de Staatsloterij. Lotisico verkocht een 'poliscontract met kansnummer' als lot en een 'premie' als inzet. Een 'contante' polis kostte 150 gulden, een polis op afbetaling kostte ƒ 1,25 per maand, gedurende 15 jaar (225 gulden). Zeker aan het begin van de eeuw waren dat geen geringe bedragen. Maar het grote voordeel in vergelijking met de Staatsloterij was dat de deelnemers hun inzet niet kwijtraakten. Bij elke trekking bleven zij hun kansen houden. Lotisico garandeerde de deelnemers een totaal prijzengeld van 10.000 gulden, het 'verzekerd kapitaal'. De Lotisico-polissen waren gelijk aan de eentwintigste loten van de Staatsloterij, de 'Twintigjes'. Ook de uitkering was een twintigste deel van het prijzengeld. Rente op het uitstaande kapitaal zorgde voor de dekking van het risico.

Nog steeds organiseert Lotisico drie maal per jaar een trekking. De uitkeringen blijven gebaseerd op het prijzenplan van begin deze eeuw. De maximale uitkering van Lotisico is 4246,40 gulden, de laagste is 65 cent. Het prijzengeld wordt afgetrokken van de 10.000 gulden 'verzekerd kapitaal' totdat het bedrag nul is. Naast het verzorgen van de trekkingen (onder notarieel toezicht) is het beheer van het belegde vermogen de hoofdactiviteit van directeur Bakker. Van het rendement moet het bedrijf gaande gehouden worden en moeten de uitkeringen betaald worden.

Deelname aan de loterij is voorbehouden aan eigenaren van Lotisico-polissen. De laatste serie polissen werd vanaf de jaren vijftig uitgeven. En aangezien alle 63.000 polissen inmiddels geplaatst en volgestort zijn (de laatsten in de jaren tachtig), is het niet eenvoudig om aan de vereiste polis te komen. Tot voor enkele jaren verhandelde Broekmans Commissiebank in Amsterdam, handelaar in incourante fondsen, nog wel eens een Lotisico-polis. Maar de kosten vallen inmiddels veel hoger uit dan de mogelijke opbrengsten. Alleen op veilingen verwisselt een heel enkele keer een Lotisico-polis van eigenaar. Het is daarom een selecte groep die met spanning de uitslag van de trekkingen en een eventueel 'Bericht der Prijswinning' afwacht. De polissen zijn in principe alleen aan erfgenamen overdraagbaar, dus het prijzengeld blijft in de familie. Alleen de polissen die indertijd 'aan toonder' zijn opgesteld, kunnen vrijelijk verhandeld worden.

Veel profijt zullen de deelnemers er tot nu toe niet van gehad hebben. Volgens L. Bakker doen nog steeds alle polissen mee aan de loterij. Met andere woorden, nog geen enkele deelnemer heeft het totaal gegarandeerde kapitaal van 10.000 gulden bereikt. “De inleg raak je nooit kwijt, alleen het tijdsbestek, hè. Als je aan het begin van deze eeuw een prijs won, dan stelde dat wat voor. Maar heden ten dage wordt het steeds minder, en laat staan over honderd of tweehonderd jaar. Want het kan tientallen en misschien zelfs wel honderden jaren duren voordat je aan de 10.000 gulden komt. Maar ooit zal op elke polis een prijzengeld van 10.000 gulden worden uitgekeerd.” Van de 63.000 polissen zullen er in de loop der jaren wel de nodige verdwenen zijn door brand, diefstal, of de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. “Ik verwacht dat in de loop der eeuwen het bestand wel wat onvollediger zal worden,” zegt Bakker. “Maar als mijn tijd gekomen is, zal ik mij daar niet druk over maken. Ooit zal het loterijbedrijf zichzelf opheffen, als iedereen zijn 10.000 gulden heeft gekregen. U en ik zullen dat niet meer meemaken, zelfs niet als we tien keer zouden reïncarneren. Als het loterijbedrijf goed gerund wordt, zal het tot in lengte der dagen blijven voortbestaan. Het zal pas na vele duizenden jaren beëindigd worden.”

En in de tussentijd? Dan zal het verschil tussen de uitgekeerde prijzen en het rendement op de beleggingen alleen maar groter worden. En er zullen nog vele directeuren na L. Bakker komen, die met zorg en toewijding de Lotisico-loterijen zullen blijven organiseren, de beheerde gelden zorgvuldig zullen beleggen en daarmee in hun eigen broodwinning zullen blijven voorzien. Lotisico en de polishouders zijn tot elkaar veroordeeld tot in de eeuwigheid, lijkt het. De polishouders kunnen hun polis niet afkopen en moeten wel mee blijven spelen. Als zij zelf het maximale prjzengeld niet binnenhalen, dan zijn het wel hun kinderen, kleinkinderen, of achterkleinkinderen. Want bij overlijden van de eigenaar wordt de polis overgedragen op de volgende generatie. Lotisico heeft zich verbonden net zolang door te gaan totdat iedere polishouder zijn prijzengeld van 10.000 gulden ontvangen heeft. En dat kan, gezien het uitgekeerde prijzengeld nog wel even duren. Ooit zal er é én polis de laatste zijn. Er zullen net zolang trekkingen georganiseerd worden totdat ook voor die laatste polis het totale prijzengeld van 10.000 gulden is bereikt.

De eerstvolgende trekking is op 31 januari.