Beëindig wederkeer der spellingcommissies

Gisteren presenteerde de spellingcommissie van de Nederlandse Taalunie officieel haar rapport met de al eerder uitgelekte nieuwe voorstellen. Veel is er niet bereikt; de verwarring is alleen maar toegenomen. Spellingdeskundige Molewijk geeft drie suggesties voor een uitweg uit de impasse.

De media hebben aan de voorstellen van de spellingcommissie (kultuur, tese, sjokola, zo-even enzovoorts) al uitgebreid aandacht geschonken. Het is daarom niet nodig er veel over uit te weiden. De voorstellen van zulke commissies zijn trouwens nooit echt interessant; interessant is slechts de wijze waarop ze worden gemotiveerd.

In een debat over wijziging van het een of ander rust de bewijslast op degene die de wijziging bepleit, niet op zijn tegenstander. Wie een spellingwijziging wenst, moet daarom zeggen waarom hij die wil. Maar, zoals ik al op 20 januari in deze krant heb uiteengezet, er bestaat niet één wetenschappelijke publikatie waarin wordt aangetoond dat onze spelling niet deugt en dus veranderd moet worden.

Commissievoorzitter G. Geerts was zelfs zo vriendelijk dit impliciet toe te geven toen hij zei dat er over de Nederlandse spelling alleen 'schijnproblemen' bestaan.

Daarentegen weten we zeker dat de meeste mensen bij het lezen en schrijven gebruik maken van in hun geheugen opgeslagen woordbeelden, zodat zij gebaat zijn bij een spelling die stabiel is. Deze feiten zijn zo algemeen bekend dat ze zelfs worden verwoord in publikaties van mensen die zitting hebben in spellingcommissies!

De kern van Geerts' boodschap was dat er vooral gewijzigd moet worden omdat de commissie nu eenmaal de opdracht had gekregen een “consistente regeling” voor de bastaardwoorden te ontwerpen. En aangezien in sommige bastaardwoorden bijvoorbeeld een c staat en in andere een k, zou verandering nodig zijn. Maar er is daarbij iets aparts aan de hand: de instellingsbeschikking van deze commissie-Geerts is geënt op een leesfout in het rapport uit 1989 van de vorige commissie-Geerts. De beschikking verwijst naar blz. 97 van het rapport waar wordt vermeld dat de spelling haar imago van “onleerbaar”, “inconsequent” en “onlogisch” aan de bastaardwoorden te danken heeft. Hiermee wordt gesuggereerd dat er met de spelling van die woorden iets mis is. Maar er staat nergens dat dit imago (dat in het verleden door een klein clubje taalkundigen is gecreëerd) met de feiten strookt. Pas op blz. 106 echter lezen we dat het imago niet met de feiten strookt omdat de meeste mensen nu eenmaal woordbeeldspellers zijn die vastheid per woord wensen: dus altijd vacant naast altijd vakantie, net zoals we altijd probleemloos wijn naast trein schrijven. Er bestaat, behalve in de breinen van commissieleden, derhalve helemaal geen behoefte aan consistentie. Het jarenlange geploeter van deze commissie om met behulp van een computerprogramma de juiste spelling voor gynaecoloog te vinden is voor niets geweest.

Het is ongelooflijk dat deze leesfout niet eerder is opgemerkt. Verder blijken er in Taalunie-kringen merkwaardige ideeën te leven, bijvoorbeeld dat een woord “vernederlandst” wordt door k's in c's te veranderen. Dat is onzin, omdat het Nederlands al acht eeuwen met c's wordt geschreven. Het woord economie heeft dus een Nederlandse spelling. Het sprookje dat in het Groene Boekje bij sommige woorden naast de voorkeurspelling ook een nakeurspelling is opgenomen om later uit te vinden welke variant de taalgebruiker zou uitkiezen, is ook nog springlevend. Toch hebben inmiddels genoeg leden van de toenmalige commissie-Van Haeringen zóveel onthuld dat we met zekerheid weten dat die commissie zo verdeeld was dat ze ons taalgebied met een dubbelspelling heeft opgezadeld teneinde voor zichzelf een uitweg te creëren.

Ongelooflijk is verder dat afschaffing van het trema wordt ondersteund door een verwijzing naar het rapport Speling in de spelling uit 1988, terwijl daar op blz. 19 juist staat dat de meerderheid er niets voor voelt om dit teken te schrappen. Uit aan andere instanties gevraagde adviezen blijkt dat die zich er niet aan hebben gestoord dat er voor de “chirurgische ingrepen” van de commissie (lees: vernietigende aanslag op het Nederlandse woordbeeld) geen enkele reden bestaat. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, een adviesorgaan van de Taalunie, is zelfs primair geïnteresseerd in een goede publiciteitscampagne om een nieuwe spelling zo vlot mogelijk ingang te laten vinden en wil net zoveel wijzigen als maatschappelijk acceptabel zou zijn. De vraag naar het doel van die wijzigingen komt nauwelijks aan bod.

Het is ontstellend dat dit soort “wetenschap” serieus wordt genomen en in overheidsorganen die over onze moedertaal moeten hoeden wortel heeft geschoten. Ik weet dat een ex-commissielid heeft gezegd dat als er verstandige mensen in een spellingcommissie bijeen worden gezet, er automatisch onverstandige dingen uitkomen. Kortom, de enige mogelijke conclusie luidt dat er aan onze spelling niets, maar des te meer aan spellingcommissie mankeert.

Taal is een van de interessantste verschijnselen op deze planeet. Het is daarom een schande dat de wetenschappelijke taalkundige discipline dit pseudo-wetenschappelijke vergadercircuit over spelling in haar midden duldt.

Taalkundigen die over c's en k's vergaderen, zijn te vergelijken met sterrenkundigen die horoscopen trekken. Beide groepen gebruiken computers, schrijven rapporten en gebruiken jargon, maar boeken nooit enige inhoudelijke voortgang. Het tragische is misschien nog wel dat dit vergadercircuit vaak door slimme mensen wordt bevolkt zodat er een verspilling van intellect plaatsvindt.

Alfawetenschappers behandelen elkaar te vaak als breekbare eieren en zijn tegenover het commissiewezen te lang beleefd gebleven. Het is misschien begrijpelijk dat men elkaar in een tijd van bezuinigingen niet zo snel voor de wolven gooit, maar daardoor zijn we met z'n allen in een toestand gestruikeld waarbij er veel geld aan spellingcommissies wordt verknoeid, terwijl er op sommige alfa-faculteiten nauwelijks geld is om salarissen uit te betalen.

Vlaanderen is een hoofdstuk apart. Hoewel veel Vlamingen wegens anti-Franse sentimenten vroeger voor spellingen als Kristus en konsul hebben gekozen, hebben zij zich toch altijd volwassener gedragen dan Nederlanders. Alle spellingoorlogen die in onze eeuw in het taalgebied hebben gewoed, zijn door Nederlanders begonnen. Tegenwoordig schakelt Vlaanderen steeds meer op de voorkeurspelling over. Illustratief is ook dat het Vlaams-Nederlandse “Comité met C”, opgericht door de schrijver Benno Barnard en mijzelf teneinde te voorkomen dat de voorstellen van de spellingcommissie werkelijkheid worden, in Vlaanderen veel sympathie ontvangt.

Tot slot: wat moet er nu gebeuren? We moeten het niet weer op nieuwe commissies laten aankomen. Ik denk dat er snel een aantal knopen kan worden doorgehakt. 1. De spelling. De door toedoen van de vorige commissies gedestabiliseerde spelling moet weer hechter worden gefixeerd. Daartoe dienen de dubbelspellingen die bij sommige woorden bestaan, op zo'n manier te worden afgeschaft dat er zo weinig mogelijk verandert. Dit kan het beste gebeuren door bij deze woorden de weinig gebruikte nakeurspelling (kultuur, tee) in te trekken zodat de veelgebruikte voorkeurspelling (cultuur, thee) overblijft. Desgewenst kan de spelling van enkele tientallen woorden in overeenstemming met de normale regels worden gebracht (publikatie wordt publicatie in verband met publiceren; cesarisme wordt caesarisme in verband met Caesar).

Bovendien verdient het aanbeveling om de tussenletter n (bessensap) wat vaker te schrijven. Het woordbeeld wordt er niet door aangetast en de huidige regel wordt niet goed nageleefd omdat die niet te leren is. Verdere wijzigingen, zoals bij de tussenletter s, het trema en de genitieven van namen, zijn nergens voor nodig. Afschaffing van het trema zal veel woordbeelden hinderlijk verstoren. 2. De woordenlijst. Deze moet voortaan, net als bij woordenboeken, regelmatig worden bijgehouden door nieuwe woorden op te nemen. De spelling dient echter ook bij herdrukken onveranderd te blijven en, anders dan de Taalunie wil, moeten de woordgeslachten erin opgenomen blijven. 3. Beëindiging van de eeuwige wederkeer der spellingcommissies. Deze commisssies zijn niet nodig en hebben onze spelling lang genoeg kunnen ontwrichten. Om verdere ellende te voorkomen moet de Taalunie de bevoegdheid om zich met spelling bezig te houden, worden ontnomen door het wijzigen of schrappen van artikel 4b van het Taalunieverdrag, waarin ze onder meer de instructie krijgt 'een spelling vast te stellen'. Zolang de verleiding om commissies te benoemen blijft bestaan, is de Nederlandse Taalunie een gevaar voor de Nederlandse Taal. Als deze verleiding echter wordt weggenomen, zal zij zich eindelijk volop kunnen richten op haar eigenlijke taak: de verdediging van de positie van onze taal in binnen- en buitenland.

    • G.C. Molewijk