Kan het ook zonder muziek?

Stilte en cultuur hangen nauw samen. Ik ben bepaald niet de eerste die dit opmerkt, al zijn er tegenwoordig nog al wat mensen, vooral relatief jonge, die er anders over denken.

Dat goed georganiseerd geluid ook produktief kan werken bij het scheppend denken en studeren, omdat het als afleider dient voor een te gericht menteren, is een andere zaak. Overal elders begint ongevraagde muziek tot een ware ramp te worden. In een groot deel van de wereld schuwen mensen stilte als de pest, zelfs betrekkelijke stilte. In de steden kun je bijna nergens meer lopen of je krijgt muziek opgedrongen, in dorpskernen en winkelcentra van kleinere toeristische steden (in Friesland onder andere), in warenhuizen, winkels, in winkelstraten met hun open, energieverspillende deuren, door de telefoonhoorn als je even moet wachten; verder voor terrassen en op straathoeken - in Amsterdam beginnen ook die straatmuzikanten, al of niet met versterker en hysterische kopstemmen die countrymuziek moeten suggereren, een ramp te worden, in veel cafés kun je nauwelijks meer met elkaar praten vanwege het pokkelawaai en voor de rest is het muzak wat de klok slaat en als het mooi weer is de bloeddruk opjagende bassen uit de open autoraampjes. En als het klassieke muziek was? Dan zou je er al even gek van worden omdat het populair klassiek zou zijn dat je evenmin zou willen horen. Maar daar blijft het niet bij.

Wij zijn altijd gretige reizigers geweest; maar de laatste decennia is het mij nauwelijks meer mogelijk zonder Ohropax te reizen, te slapen of te lezen, bij perioden dan. Heb je in de woestijn van Arizona of in de Australische bush een ideaal plekje gevonden om in een onvoorstelbare stilte naar het hoge gehuil van de coyote of de zingzang van de dingo te luisteren, op het laatste moment komt er natuurlijk een andere motorhome of camper naast je staan die je veilige nabijheid zoekt en die meteen de radio, de airconditioning of de stroomgenerator aanzet. In Baja California, Mexico, bij de spelende grijze walvissen, idem. Op safari in de Masai Mara, Kenia, zet er op een avond een groepje in het kampement gezellig de autoradio aan, deur open als een leeuwemuil. Een dorpje aan de rivier in de binnenlanden van Thailand niet ver van de Gouden Driehoek: feest in het boeddhistenklooster dat tegen de berghelling is gebouwd en voor de horden van meest jonge monniken schalt de hele lieve dag lang Westerse popmuziek over het dal, niks stilte en meditatie. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Snelboten over de rivier in het binnenland van Borneo, de gammele bussen op Sumatra tijdens een dagenlange reis - als je het vliegtuig neemt zie je niets -, de luxe bussen in Maleisië en langs het Great Barrier Rif in Australië, allemaal hebben ze video en radio aan boord en al deze trajecten heb ik met Ohropax in mijn oren afgelegd. Hutten aan de ideale stranden van de Stille Oceaan, altijd is er wel een restaurant in de buurt dat koleremuziek uitstraalt - voor zover er al een bungalowpark te vinden is zonder muziek - en natuurlijk altijd knoerthard afgesteld zoals in ontwikkelingslanden gebruikelijk is. Zachte muziek - bijvoorbeeld kerstmuziek - komt uit de luidsprekers langs de gaanderijen van de weinige goed onderhouden koloniale hotels in Indonesië; de deur er voor afsluiten helpt niet, want ze zijn van dun hout en hebben doorwaaispleten onder en boven. Maar als je heel erg geluk hebt - het is ons tweemaal overkomen, op een metrostation in Mexico City en in Sydney - hoor je klassieke muziek uit de luidsprekers komen en je gelooft je oren niet, ook al is het Mozart die geacht wordt iedereen huppelig te maken en de mensen haastig te doen lopen.

Kom je terug in Amsterdam en je wilt met vrienden over je ervaringen en aanvaringen praten, is er nauwelijks nog één restaurant te vinden waar geen muziek gedraaid wordt. Principieel loop ik daar dan in, maar het gevaar blijft levensgroot dat ze halverwege de maaltijd toch de klankdoos aanzetten.

Daarom vraag ik het tegenwoordig beleefd vooraf; soms verontschuldigt men zich, zeggende dat de clientèle in het algemeen teringmuziek op prijs stelt, en eenmaal noemde men mij heel vriendelijk een restaurant in de buurt waar geen muziek gedraaid werd, het enige, maar dat bleek afgeladen vol.

Buiten was de stad vergeven van gehoorgestoorde straatmuzikanten, de taxichauffeur wenste zijn radio niet uit te doen, alleen wat zachter te zetten, omdat hij net als huisschilders, tegelzetters en stratenmakers recht had op pokkemuziek tijdens werkuren en de volgende dag zaten we in de tram naast iemand met een walkman op z'n bolle hoofd waaruit het bekende rapgehengst kwam; toen we vroegen of de muziek of wat er voor doorging niet wat zachter kon, zei hij “nee” en toen ik vroeg waarom niet, we hoefden toch niet allemaal naar zijn muziek te luisteren, zei hij “rot op”. Dat deden we dus maar en gingen voorin de tram zitten, alwaar we twintig minuten lang blootgesteld werden aan het wezenloze zeropositieve getetter dat uit de intercom kwam, zodat we er bijna gestoord van werden en vervolgens totaal gestoord.

Mon Dieu, délivrez-moi du modèle, et de la musique avant toute chose!

    • Sybren Polet