Fietslezen

Als puber leerde ik op het jongensinternaat lopend lezen. Op gezette tijden moesten we naar buiten. De hogere klassen liepen altijd rondjes op de zogenoemde grote cour, een groot met straatstenen verhard binnenplein. Als nieuwkomer nam je die gewoonte over. Als je met een spannend boek bezig was, las je daarin al rondjes lopend verder tot de dienstdoende surveillant de klepel van de klok beroerde en je weer naar binnen moest. Zo leerde ik looplezen. De paters van het ernaastgelegen klooster deden het dagelijks in de kloostertuin. Zij noemden het alleen brevieren.

In mijn studententijd leerde ik, wat Remco Campert later eetlezen noemde. Mijn ontbijt nuttigde ik op de ochtendkrant, mijn avondeten op het avondblad. Toen ik ging samenwonen en kinderen kreeg, ben ik met die ongezellige gewoonte opgehouden.

Van letterverslaving heb ik overigens nog steeds last. Als ik per ongeluk eens zonder leesvoer in de trein zit, kan ik - hoewel ik het onbehoorlijk vind - nooit afblijven van de letters in de krant van mijn buurman; vanuit mijn ooghoeken ga ik stiekem mee zitten lezen. Als die het in de gaten heeft, wend ik schielijk mijn hoofd af.

Vele keren heb ik om de krant het eten aan laten branden. Ik sta dan in de keuken eten te koken en hoor de avondkrant door de bus vallen. Ik kan dan niet de neiging onderdrukken om het gas laag te draaien, de krant te gaan pakken, die even door te kijken, een interessant stuk te lezen... tot ik iets ruik of mijn huisgenoten roepen dat er iets aanbrandt.

Elke keer als het me weer overkomt, neem ik mezelf mijn gebrek aan wilskracht kwalijk. Als straf leg ik me dan een oefening op van de antroposoof Rudolf Steiner. Die beveelt ter versterking van de eigen wil aan om behoeften, waarvan de bevrediging zonder schade uitgesteld kan worden, ook daadwerkelijk uit te stellen. Als ik het eten weer eens heb laten aanbranden, spreek ik met mezelf af dat ik een week lang het inkijken van de krant uitstel. Ik hoor hem dan op de deurmat vallen, maar weet weerstand te bieden aan de verleiding om erheen te lopen. Terwijl die krant daar op mij ligt te wachten, eet ik mijn eten op, ruim de tafel af, doe de afwas of breng de kinderen naar bed. Als ik dan de trap afkom en de krant daar nog steeds onaangeroerd en smekend zie liggen, ga ik - om de krant demonstratief te laten zien dat ik echt wel zonder hem kan - eerst een kopje koffie zetten. Als ik mijn neigingen zover heb weten te onderdrukken, lukt ook dat nog wel.

Na het looplezen en het eetlezen, ontdekte ik onlangs het fietslezen. Zoals elke werkdag fietste ik de 24 kilometer naar mijn werk. Omdat ik harder fiets dan de meeste forensen en scholieren op mijn route, moet ik vaak iemand inhalen. Nu moest ik iemand passeren die zwabberend over het fietspad reed. Bellen vond ik niet nodig, ik dacht er wel langs te kunnen. Op het moment dat ik wilde passeren, maakte de fietser een zwaai naar links en werd ik bijna de berm in gedrukt. Geïrriteerd keek ik achterom en zag tot mijn verwondering dat de fietser een boek aan het lezen was; ellebogen op het stuur, boek in de hand, af en toe opkijkend. Hij las bovendien geen niemandalletje, maar een boek van Nietsche.

Ik herkende de fietser, want een tijdje terug was me bij hem exact hetzelfde overkomen. Toen was hij op de fiets Het grote verlangen van Marcel Möring aan het lezen. Ik fietste een stukje met hem op en vroeg hem of hij zo verslaafd was aan letters dat hij het lezen zelfs op de fiets niet kon laten. Dat klopte. Hij had een niet te stuiten drang om boeken te lezen. De avondkrant had hij al ingeruild voor een ochtendblad omdat hij daar altijd minder lang mee bezig was. Lezen op de fiets vond hij niet gevaarlijk. Het fietspad kende hij zo goed dat hij de loop ervan kon dromen. Dit boek van Nietsche (Voorbij goed en kwaad) las bovendien gemakkelijk weg, zei hij. Ik heb hem geadviseerd een spaghettistuur aan te schaffen. Dat kan dienst doen als boekenstandaard, er zitten comfortabele elleboogsteunen aan en het verkleint de kans dat je met boek en al de sloot intuimelt omdat je - als je toch al met je ellebogen op het stuur ligt - gemakkelijker kunt bijsturen.

Hoewel ik bijna twee uur per dag op de fiets zit en letters een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uitoefenen, begin ik niet aan fietslezen. Ik fiets juist om een paar uur per dag van letters verlost te zijn.