Voor de wereld zijn Amsterdam en tulpen synoniem

De toeristenindustrie heeft het jaar 1994 uitgeroepen tot het jaar van de tulp. Op het programma staan grote en kleine tentoonstellingen en andere evenementen, omdat 400 jaar geleden de eerste tulp uit Turkije in Nederland arriveerde. Maar waar komt 'Tulpen uit Amsterdam' vandaan?

Nog levendig staat de Duitse tekstdichter en liedjeszanger Klaus-Günter Neumann zijn eerste bezoek aan Amsterdam voor ogen. Het geschiedde in april 1953; hij was uitgenodigd op te treden tijdens een nachtgala in het Tuschinski-theater, ter huldiging van de in de jaren dertig naar Nederland uitgeweken cabaretleider Rudolf Nelson. Dat de verslaggever van het Algemeen Handelsblad 's anderendaags lovende woorden had voor “de felheid waarmee Klaus-Günter Neumann zijn liedje aan de vleugel zong”, is hem destijds ontgaan. Maar hij koestert een dierbare herinnering aan het uitstapje dat hij de volgende dag naar de bollenvelden maakte. Mooi was dat.

Het moet een jaar of twee later zijn geweest, peinst de reeds lang gepensioneerde Neumann in zijn appartement aan de Kurfürstendamm, dat hij weer eens op zoek was naar ideeën voor nieuwe liedjes. Plotseling schoten hem die tulpen weer naar te binnen. “Ik dacht: dat is nu eens wat nieuws, en schreef iets op over tulpen uit Amsterdam. Ik wist natuurlijk wel dat er uit Amsterdam zèlf helemaal geen tulpen kwamen, maar dat was mij op dat moment egal. Voor de rest van de wereld zijn Amsterdam en tulpen synoniem, en daar ging het me om.”

Tevreden speelde Neumann het nummer voor aan zijn uitgever in Hamburg. “Ach nee, Mensch!”, luidde diens reactie, “die oe-klank in Tulpen klinkt veel te somber. Róóósen, dat vloeit toch veel mooier?” En hoezeer de auteur ook tegensputterde dat er al duizend andere liedjes over rozen bestonden - zijn nieuwe lied verdween in een bureaulade. “Jammer, dacht ik, want zelf vond ik het wel aardig. Maar ik legde me erbij neer en dacht er verder niet meer over na.”

Nu verplaatst het verhaal zich naar Norderstedt, een voorstad van Hamburg, waar de eveneens reeds bejaarde tekstdichter Ernst Bader woonachtig is. Hoewel een recente valpartij in de sneeuw al zijn ribben door elkaar heeft geschud, is zijn geheugen onaangetast gebleven. Bader weet de definitieve versie van Tulpen aus Amsterdam te dateren op 1956. Hij had van het Duitse filiaal van de platenmaatschappij Polydor de opdracht gekregen repertoire te zoeken voor een Nederlandse zanger die in Duitsland carrière hoopte te maken. De man heette Jan Walter, dat was althans zijn artiestennaam, en met die carrière is het nooit iets geworden.

“Ik zocht iets wat met Nederland te maken had”, verklaart Ernst Bader, “want dat leek me de aardigste manier om Jan Walter bij het Duitse publiek te introduceren. Toen stuitte ik op het nummer van Klaus-Günter Neumann. Het was nog te folkloristisch, te landelijk, maar hmmm... Tulpen aus Amsterdam, dat leek me niet zo gek.” Zelf had Neumann echter geen tijd om het te bewerken; als veelgevraagd chansonnier was hij zojuist weer aan een lange toernee begonnen. Terwijl de succesvolle amusementscomponist Ralf Arnie een nieuw melodietje maakte, paste Bader de tekst aan. Gedrieën zouden ze de eventuele auteursrechten delen.

De debuutplaat van Jan Walter sloeg niet aan. In plaats daarvan belandde het lied evenwel op de lessenaars van diverse horeca-ensembles, die blij waren iets voorhanden te hebben bij binnenkomst van Nederlandse gasten - zoals ze Franse klanten altijd begroetten met Parlez moi d'amour. Via via bereikte het vervolgens de geliefde Engelse refreinzanger Max Bygraves, die met Tulips from Amsterdam de hitparade bereikte. “En daardoor kwam het nummer onder de aandacht van prins Philip, de echtgenoot van de Britse koningin”, aldus de inmiddels niet meer te stuiten Ernst Bader. “De prins had op dat moment de supervisie van een grammofoonplaat voor een goed doel en hij heeft toen het orkest van Mantovani - met de singende Geigen, weet u nog wel - gevraagd om er een instrumentale versie van te maken. Zo heeft ons liedje de oversteek naar Amerika gemaakt.”

Rechtstreeks uit Duitsland was Tulpen aus Amsterdam inmiddels ook gearriveerd op het bureau van Lammy van den Hout, directeur van de Brusselse muziekuitgeverij World Music. Van den Hout, enkele jaren geleden bij het oversteken van een boulevard door een automobilist van het leven beroofd, was een uit Nederland afkomstige crooner, die in de muziekindustrie voor een aanzienlijk lucratievere toekomst had gekozen. Eigenhandig, onder het pseudoniem Erik Franssen van Aleda, vervaardigde hij zonder veel hoofdbrekens een Nederlandse vertaling die het Duitse origineel dicht benadert. Daarna zocht hij contact met een Nederlandse platenmaatschappij; dat was in dit geval toepasselijker dan het nummer eerst in Vlaanderen op de markt te brengen.

De voormalige vocalist Herman Emmink weet nog uit zijn hoofd op welke datum hij Tulpen uit Amsterdam voor de firma Phonogram, in een opnamestudio in Hilversum, op de plaat heeft gezet: 14 mei 1957. Maar hij voegt eraan toe onmiddellijk grote bedenkingen te hebben gekoesterd tegen de tekst. Zodanig dat hij zelfs weigerde zich te wagen aan het enige couplet van het hele lied, waarin sprake is van een zekere Jan uit de polder die wegens zijn vertrek naar Den Haag afscheid moet nemen van zijn Antje, maar daarbij belooft haar bij het uitbreken van de lente tulpen uit Amsterdam te zullen toesturen. “Dat was zoiets kreupels, dat sloeg werkelijk nergens op. Ik heb gezegd: laat me dàt in godsnaam niet zingen. Het is toen vervangen door het la-la-la van een koortje. U hoort mij op de plaat alleen maar een paar keer het refrein zingen.”

Hoewel er tot zijn spijt nimmer een tulp naar hem is genoemd, stond Emmink sindsdien naar eigen zeggen bekend als “de tulpebol” - een epitheton dat hij echter uiterst blijmoedig met zich heeft meegedragen: “Ze kunnen na 35 jaar beter één liedje van je onthouden hebben dan dat ze er 35 andere hebben vergeten. Het moet de simpelheid van de tekst en de melodie zijn geweest, die het lied heeft doen aanslaan. Natuurlijk is me vaak nagedragen dat ik een sufferd ben, die niet eens weet dat er in Amsterdam helemaal geen tulpen worden gekweekt. Maar, zei ik dan altijd: ze worden er wèl uit de parken gejat als ze daar groeien.” Dat hij in 1962 nog eens een 'tegenlied' op de plaat heeft gezet (Stuur me geen tulpen uit Amsterdam) beschouwt hij reeds lang als een jeugdzonde.

Tulpen aus Amsterdam heeft de tekstdichters Neumann en Bader en de componist Arnie intussen een redelijk onbezorgde dag opgeleverd. “Als vegetariër leid ik een sober bestaan”, verklaart Ernst Bader, “en als ik óók nog zonder elektriciteit zou kunnen, zou ik van het nummer kunnen leven.” Zo staat het in Frankrijk bekend als Un bouquet d'Amsterdam, terwijl er in Japan een disco-versie van is gemaakt en het ook in Zimbabwe, Rusland en Zuid-Afrika het vaste café-repertoire blijkt op te luisteren. De Nederlandse jazz-historicus Herman Openneer werd ermee begroet in een kroeg in een oude wijk van Boedapest: “Daar zaten een violist en een pianist. Het was het enige Nederlandse nummer dat ze kenden, zeiden ze.”

Een dag na ons gesprek belt Herman Emmink terug, want hij vergat nog te vermelden dat hij sinds 1986 een maandelijks programma voor de Wereldomroep presenteert, gericht op Nederlanders in Canada, Australië en elders. En raad eens hoe dat programma heet?

Als de lente komt, dan stuur ik jou

Tulpen uit Amsterdam

Als de lente komt, pluk ik voor jou

Tulpen uit Amsterdam

Als ik wederkom, dan breng ik jou

Tulpen uit Amsterdam

Duizend gele, duizend rooie

Wensen jou het allermooiste!

Wat mijn mond niet zeggen kan

Zeggen Tulpen uit Amsterdam!

Collectie: K.D. Poll

    • Henk van Gelder