Museumbezoek in 1993 sterk gedaald

ROTTERDAM, 6 JAN. Het museumbezoek in ons land is het afgelopen jaar sterk gedaald. Een van de oorzaken daarvoor is de terugloop in het internationale toerisme, zeggen woordvoerders van verschillende grote Nederlandse musea desgevraagd.

Het Rijksmuseum in Amsterdam trok in 1993 936.400 bezoekers, een daling van 23 procent. Volgens woordvoerder Frans van den Avert wordt deze daling vertekend door het overweldigende succes van de Rembrandt-tentoonstelling. “Zo'n grote publiekstrekker komt maar één keer in de 25 jaar voor. Daardoor kwamen we in 1992 op 1.217.572 bezoekers uit, terwijl ons gemiddelde bezoekaantal rond de 950.000 ligt.”

Ook het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft afgelopen jaar rond de 20 procent minder bezoekers (425.541) gekregen. Volgens voorlichter Martijn van Nieuwenhuijzen trok het museum in 1992 522.863 bezoekers. “In de zomermaanden van 1992 heeft de expositie de Grote Utopie voor veel publiciteit en een grote toeloop van het publiek gezorgd. Toch ligt het bezoekersaantal van 1993 niet ver onder ons gemiddelde van 450.000 bezoekers per jaar.”

Het Van Goghmuseum heeft het minst geleden van de algemene daling. In 1993 trok het museum zo'n 100.000 minder bezoekers (753.264) dan in 1992 (850.965), maar kwam wel boven het gemiddelde van 750.000 bezoekers. Ook dit museum heeft in 1992 geprofiteerd van het Rembrandt-jaar, dat verantwoordelijk was voor 35 procent van de bezoekers. Het bezoekersaantal van het museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam vertoonde de grootste daling. In 1992 kwamen er nog 234.435 bezoekers langs de kassa, terwijl dit er in 1993 slechts 150.488 waren. Een van de oorzaken is volgens woordvoerder Erik Beenker het afschaffen van het gratis bezoek aan Rotterdamse musea op woensdag.