WONDEREN

Granada is altijd een stad van dichters geweest. Dat was al zo in de tijd van de Moren. Wie door het Alhambra dwaalt - het Moorse paleis dat hoog op een heuvel ligt - gaat zich vanzelf ook een beetje een dichter voelen. Misschien door het geheimzinnige spel van licht en schaduw. Of door de donkere cypressen in de tuinen. Of door de gedichten die in Arabisch schrift in de muren zijn gegrift, en die wij niet kunnen lezen.

Maar ook in de stad met haar steile straten van hobbelige keien, vol geuren en geluiden, ga je anders kijken, anders denken. Er spelen gedachten door je hoofd die je thuis nooit hebt. En je zegt dingen waar je je anders voor zou schamen.

Een van Granada's beroemdste dichters is Federico Garcá Lorca. Die heeft een keer in een toespraak gezegd: “In Granada ruikt het naar geheimenis - Naar iets dat er niet kan zijn... en er toch is.” *) Een vriend van ons heeft die woorden in een klein boekje van zilver laten graveren, dat hij aan een ketting om zijn hals draagt. Wie een aantal jaren in Granada heeft gewoond, weet het. Het is hier vol geheimen. Vol wonderen. Want het wonderlijke van wonderen is dat ze gebeuren. En dat is niet alleen zo in de stad. Ook in de bergen en velden er omheen.

Zo gebeurde het eens dat een herdersjongen 's morgens heel vroeg zijn geiten in de wildernis liet grazen. Nergens in de buurt was een huis te bekennen. En daar, in een eikeboom, hing opeens een schilderij waar Christus op was afgebeeld. Dat was zo'n groot wonder dat de mensen op die plek een kleine witte kerk bouwden. Er kwam een altaar in, en boven het altaar hangt het schilderij. Een keer per jaar wordt daar feest gevierd. Het schilderij wordt in processie rondgedragen door het veld. De mensen brengen eten mee en zitten op de grond te eten. Er komen mannen op paarden, en langs de weg staan een paar kraampjes waar wijn en gebraden worst wordt verkocht. Een heel rustig feest dat de hele dag duurt.

Vlakbij mijn huis, in de bocht van de weg, is ook een wonder gebeurd. Daar is een nis in de muur met een raampje ervoor. In de nis hangt een reproduktie van een schilderij, ook met Christus. Ervoor staan plastic bloemen in een fles, en altijd brandt er een lichtje dat op olie drijft. Vaak maken meisjes die erlangs lopen het kruisteken. Een oude vrouw zorgt ervoor dat het lichtje branden blijft.

Op een keer vroeg ik haar wat voor wonder daar gebeurd was. Toen vertelde ze me dat haar zoon vijf jaar geleden was geopereerd. Hij had een nieuwe nier gekregen. Vroeger moest hij drie keer per week naar het ziekenhuis om zijn bloed schoon te laten spoelen. Dat was nu niet meer nodig, met die nier. Die had hij, zei ze, door een wonder gekregen.

*Granada huele a misterio, a cosa que no puede ser y sin embargo.... es.