'Wie wijs is, woont waar 't hem bevalt'

De Servische fotograaf Bojan Stojanovic vluchtte in februari naar Amsterdam, wegens zijn prijswinnende foto van de executie van een Bosniër. Derde deel van een serie vraaggesprekken met mensen uit het nieuws van 1993

AMSTERDAM, 31 DEC. “Wil je haar zien?” Met gespeelde achteloosheid legt Bojan Stojanovic (24) een foto van zijn vriendin op tafel. Type M. Monroe. Hij geniet zichtbaar van de kreten van bewondering. “Ik heb haar in het voorjaar ontmoet bij de tramhalte op het Rembrandtsplein. Binnen de kortste keren woonden we samen.”

Het werd hem in zijn geboorteplaats Belgrado te heet onder de voeten toen zijn foto van de executie van een Bosnische moslim door een Servische politieman in Joegoslavische kranten werd afgedrukt. Toen zijn foto in Amsterdam de eerste prijs won in de categorie 'Actueel nieuws' van World Press Photo 1993, besloot Stojanovic politiek asiel in Nederland te vragen. Maar hij werd niet met rust gelaten. In april, een paar dagen voor de uitreiking van de prijs werd Stojanovic door onbekenden in Amsterdam ontvoerd en bijna gewurgd. Hij wist zich te bevrijden door met zijn camara om zich heen te slaan.

Buiten adem neemt hij de dag voor Kerstmis plaats in een hoofdstedelijk etablissement. “Je kunt je auto hier nergens kwijt. Het is zó druk in de stad.” Hij praat over de oorlog in het voormalige Joegoslavië, over het wonen in Amsterdam, en over zijn vriendin. “Joegoslavische mannen zijn niet meer 'in', zeiden haar vriendinnen tegen haar.Ik ben geen van beide en toch houdt ze van me. En ik van haar.”

Ze bewonen een apartement in het centrum van de stad. Hij maakt er graag wandelingen. “Amsterdam is prachtig, de mensen zijn ontspannen.” Elke dag geniet hij van het feit dat als hij een filmrolletje nodig heeft, hij de eerste de beste winkel in kan lopen om er een te kopen. “In Belgdrado moest ik soms uren lopen voor ik een winkel vond.”

Zijn ouders en andere familieleden wonen er nog. Ze bellen vaak. Het belangrijkste onderwerp van gesprek is de vraag of ze nog voldoende te eten hebben. “Als je lid bent van de mafia hoef je je daarover geen zorgen te maken, maar mijn ouders zijn gewone mensen. Ze hebben eenden en kippen, die verkopen ze ook. Een eend kost 50 DM dus hebben ze niet veel te klagen.”

Omdat “iedereen al naar Somalië gaat” vertrok hij onlangs naar Tibet om daar een fotoreportage te maken. Het geld voor de reis had hij verdiend met een fotoreportage van Cambodja waar hij op verzoek van de minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) een maand had rondgereisd. Tot zijn niet geringe verbazing wist niemand in Tibet dat er een oorlog woedde in zijn geboorteland. Toen hij weer in Amsterdam terugkeerde bleken twee weekbladen in het geheel niet geïnteresseerd te zijn in zijn materiaal. “Tibet is geen nieuws, kreeg ik te horen.”

Geen nieuws - hij merkt in gesprekken met vrienden dat dat ook hoe langer hoe meer geldt voor de oorlog die twee uur vliegen hiervandaan woedt. “Mensen zijn oorlogsmoe, het verveelt ze om ernaar te luisteren. Het interesseert ook niemand meer wat er in Genève gebeurt. Tja, ik kan moeilijk een stok pakken om ze tot nadenken te slààn.” Om er even later aan toe te voegen dat hij er ook zo langzamerhand weinig meer van begrijpt, behalve dat de “big business er alle belang bij heeft dat de oorlog doorgaat.”

Toen hij net in Amsterdam was, sliep hij goed. Hij droomde niet van zijn dagen als krijgsgevangene in Kroatië, niet van het 'informatieve gesprek' met de Servische politie dat drie dagen duurde, en niet van zijn gevangenschap die daarop voldge. Hij snapt niet zo goed waarom hij de laatste tijd wel onrustig slaapt. Waarom hij over de dingen droomt die hij heeft meegemaakt. “Ik voel me niet wanhopig als ik wakker word, ik heb ook geen last van nachtmerries maar soms komen in mijn dromen dingen naar boven die ik had weggestopt. Misschien komt het wel om dat ik me hier ontspannen voel.”

Hij schat dat de oorlog “nog zeker een jaar” zal duren. Plannen om dan terug te gaan naar Belgrado heeft hij wel maar dan moeten eerst zijn tegenstanders achter de tralies zitten. Of hij er ook weer wil gaan wonen betwijfelt hij. “Een dom mens zegt: ik woon waar ik geboren ben. Een wijs mens zegt: ik woon waar het me nu bevalt.”