Vrijdag 31; Gekopieerd kunstbezit

Het prachtige schilderij van Manet, Schets voor de Bar aux Folies Bergère, is eind oktober na 55 jaar verdwenen uit het Stedelijk Museum in Amsterdam. De bruikleengever wilde het doek, dat miljoenen waard is, verkopen.

Ik was het bijna alweer vergeten tot ik onlangs onverwacht met het doek geconfronteerd werd. In de trein. Want de treincoupé is de enige openbare ruimte in Nederland waar het schilderij nog aan de muur te bewonderen valt. 'Openbaar Kunstbezit' staat boven de ietwat vervaalde kopie van het doek. En daarnaast: Edouard Manet, Bar aux Folies Bergère, Stedelijk Museum, Amsterdam, Litho en druk: Van Dooren, Vlaardingen

Van Dooren had iets minder snel verblekende inkten moeten gebruiken, was mijn eerste reactie. Maar zelfs op de verbleekte kopie is het schilderij nog mooi: levendig geschilderd en sfeervol. Dat het doek Nederlandse kunstenaars inspireerde is volkomen begrijpelijk.

De kopie aan de wand van de treincoupé geeft aan hoe we over dit schilderij denken: we beschouwen het als een onderdeel van het openbaar Nederlands kunstbezit. Het staat er zo vanzelfsprekend bij, en, nu we weten dat het er niet meer hangt, zelfs parmantig: Stedelijk Museum Amsterdam.

Maar de Bar van Manet blijkt dus helemaal geen openbaar kunstbezit, het is eigendom van meneer Koenigs, die zo vriendelijk was het in bruikleen af te staan aan het Stedelijk. Dat hij het volste recht heeft zijn eigendom te verkopen, staat buiten kijf.

Toch roept dit plotselinge verlies van iets dat we tientallen jaren als openbaar kunstbezit beschouwden een aantal vragen op. Om te beginnen: waarom staat het doek niet op de lijst met kunstobjecten die het land niet uitmogen omdat ze een uniek onderdeel uit maken van ons culturele erfgoed? De wet tot Cultuurbehoud biedt daartoe een mogelijkheid. Er staat bijvoorbeeld wel een doek van Cézanne op dat museum Boymans-Van Beunigen in bruikleen heeft. Heeft de commissie die voor WVC die lijst samenstelt de Bar over het hoofd gezien? Of hebben ze het niet over het hoofd gezien, maar vonden ze het werk niet belangrijk genoeg? Waarom dan wel de Cézanne?

Heeft de eigenaar het werk misschien snel weggehaald omdat hij gehoord heeft dat de commissie er over vergaderd heeft om het op de lijst te zetten? Dat betekent namelijk dat de Staat het werk moet kopen, en in laatste instantie hoeft dat niet voor de marktprijs, maar voor een door de rechter vastgesteld bedrag. Je bezit kan daardoor veel minder waard worden. Moet de Staat, als ze iets van belang vindt, niet gewoon het volle pond betalen om kunst voor ons land te behouden?

Het enige dat we nu dus nog hebben is de verbleekte kopie van het modern klassieke meesterwerk, in de trein. Maar ook die kopie zal binnenkort verdwijnen, want de Nederlandse Spoorwegen vervangen de oude Openbaar-Kunstbezitprenten voor nieuwe kunstwerken van Rommert Boonstra. Jammer, want gezien ons slinkend origineel openbaar kunstbezit zou het goed zijn als een aantal van die oude Openbaar-Kunstbezitreprodukties in de treinen bleven hangen. Dan hebben we tenminste nog een openbaar gekopiëerd kunstbezit.