Vreemd te moede

Wat voorafging: Onder de vele gasten van Dierenhotel Kroonjuweel bevindt zich een wit konijn, dat in gezelschap is van zijn secretaris. Het witte konijn maakt in het dierenhotel kennis met de keizerin-moeder van Gozo. Het konijn is helemaal weg van de keizerin en geeft een groot feest voor haar.

Het witte konijn voelde zich blij en droevig tegelijk en hij begreep niet hoe dat kon. Daarom praatte het witte konijn een tijdje tegen zichzelf: “Ben je een vrolijk konijn? Ja, ik ben een vrolijk konijn. En ik ben steenrijk. En ik heb schitterende, sneeuwwitte vacht. Nou, dan ben je dus geen verdrietig konijn. Nee, eigenlijk niet. En toch moet ik huilen.”

Door die laatste zin kreeg het konijn zo'n medelijden met zichzelf dat hij echt een beetje moest huilen. Maar omdat hij niet wilde dat de keizerin-moeder het zag, zei hij met een klein stemmetje: “Ik heb rook in mijn ogen. Ik ga buiten even een luchtje scheppen.”

“Het is hier ook zo warm. Ik wil ook even naar buiten. Stoort het u als ik met u meeloop, meneer Alfons?” vroeg de keizerin-moeder.

“Neen, neen, neen. Het tegendeel is waar”, antwoordde het witte konijn.

Toen ze een stukje gelopen hadden, gingen het witte konijn en de keizerin-moeder in een duinpan zitten. De maan scheen en de lucht was vol sterren. In de verte hoorden ze de zee ruisen. “Het is mij weer zo vreemd te moede”, zei het witte konijn tegen de keizerin-moeder.

“Mij is het ook zo vreemd te moede”, zei de keizerin-moeder en ze vervolgde: “Ik kan wel dansen van vreugde maar ik kan ook wel wenen.”

“Dat heb ik nu ook! Is dat niet wonderlijk?” riep het witte konijn uit.

“Alles lijkt net een droom. Het feest. En de sterren. En de maan. En de ruisende zee. En dan nog die bruine ogen ...”, vervolgde de keizerin-moeder.

“Ik heb rode ogen”, zei het witte konijn.

“Dat kan ook heel mooi zijn”, zei de keizerin-moeder.

“Vindt u dat echt?” zei het witte konijn.

“Ik meen het echt”, zei de keizerin-moeder.

Het hart van het witte konijn begen sneller te kloppen. “Ik moet u iets bekennen”, zei het witte konijn. “Ik ben verliefd geworden.”

“Wat leuk voor u, meneer Alfons. Ken ik haar?” zei de keizerin-moeder opgetogen. Het witte konijn voelde zijn adem in zijn keel stokken en toen kwam het hoge woord er ineens uit: “Ja, u kent haar. Ik ben verliefd op de keizerin-moeder van Gozo!” Hierna viel er een diepe stilte die alleen verstoord werd door het verre gekrijs van de meeuwen boven zee. (wordt vervolgd)