VOORKEURSSTEMMEN

In NRC Handelsblad van 23 december wordt over de verkiezing met voorkeurstemmen geschreven dat, als de drempel hiervoor voldoende wordt verlaagd, een kandidaat die tienduizend voorkeurstemmen weet te vergaren automatisch is verkozen.

Ik weet niet of behalve de politieke redactie ook de leden van de Tweede Kamer denken dat dit zo is, maar het is onjuist. Een kandidaat die boven de drempel uitkomt is alleen dan verzekerd van een zetel als de lijst waarop hij of zij voorkomt een voldoende aantal zetels heeft behaald om alle kandidaten van de lijst die boven de drempel zijn uitgekomen aan een zetel te helpen en dit hoeft niet zo te zijn.

Eigenlijk is het zelfs in de huidige situatie, waarin de drempel de helft van de kiesdeler is, theoretisch mogelijk dat zo'n kandidaat niet gekozen is, maar dit blijkt in de praktijk mee te vallen. Bij een drastisch lagere drempel zal het vast wel eens misgaan. Dat er nu geen problemen zijn komt ook omdat in de praktijk de overgrote meerderheid van de kiezers op de lijsttrekker stemt of op een kandidaat die door een voldoend hoge positie op de lijst de voorkeurstemmen niet nodig heeft om verkozen te zijn.

Het paradoxale is dat het risico dat er iets mis gaat vergroot wordt als de maatregel om de drempel te verlagen veel succes zou hebben. Als de kiezers er massaal van zouden afzien blindelings op de lijsttrekker te stemmen en in plaats daarvan met smaak hun stem op een lager geplaatste kandidaat op de lijst van hun keuze zouden uitbrengen, zou de gelijkmatiger verdeling van de stemmen over de lijst er zeker toe leiden dat niet alle kandidaten die boven een lage drempel uitkomen gekozen zijn. Zo'n vaart zal het in werkelijkheid wel niet lopen, maar een zetelgarantie is ook niet reëel.