VOORBIJGANGER IN HET PARADIJS

De Russische free-lance fotograaf Oleg Klimov (29) verbleef afgelopen herfst zes weken in Nederland. Hij fotografeerde voor deze krant straattaferelen, voetbalsupporters en locomotieven, maar gaf gehoor aan zijn ongeneeslijke heimwee toen begin oktober het parlementsgebouw in Moskou gewelddadig werd ontzet. Klimov vertrok met gemengde gevoelens, zo blijkt uit zijn impressie over de tegenstelling tussen de Russische chaos en de gezapigheid in het 'land van burgers en klerken'.

De ochtend is voor mij altijd belangrijk. Na de duisternis ontwaak je plotseling: met een dubbele kater plus een onbekende vrouw of, het allerergste, met een fris hoofd in volledige eenzaamheid en het verlangen om te beminnen. Het eerste heb ik in Rusland ervaren, het laatste in Nederland.

Het is ochtend. Het regent. De burgers haasten zich in hun auto's naar het werk. We rijden op de snelweg tussen Amsterdam en Rotterdam, tussen de stad van het vrije gedrag en de stad van de arbeid. De radio staat aan. Het nieuws: 'Bij Rotterdam drie kilometer file.'' Verdomme. Vooruit, burgertjes, haast jullie. Trap het gaspedaal in, klerken. Te laat komen mag niet. Discipline is de levensbeschouwing. Tijd is geld. 's Avonds kunnen jullie weer naar het café op de hoek van twee straten. Dan zal er bier zijn en een gesprek over niets.

Maar daarna is het opnieuw ochtend. Het regent wederom. En er is de trein die naar Rotterdam rijdt. Een trein met wagons voor de eerste en tweede klasse. Ik ken echter slechts één klasse, de klasse der rokers, en zoek dus op mijn gemak een aangestoken sigaret, zo'n keurig getekend bordje in een van de coupés. Sigaret in de mond, koffie in de hand. Ik weet niet wat de conducteur me vraagt maar toon hem mijn kaartje.

'I am very sorry. I don't understand you. Here is my ticket.''

'Sorry. You have a ticket for second class.''

'May be. I don't know.''

'You see. This is a car for the first class.''

'Well, I know middle-class only in Holland.''

'... (iets dat ik niet begrijp) Are you communist?''

'No, I am Russian.''

Een veelvoud van ogen kijkt me aan, opkijkend uit hun kranten. 'Idioot'', is de enige uitdrukking die ik van hun gezichten lees, alsof ze idioten alleen uit hun Hollandse kranten hebben leren kennen.

'What I have to do?''

'To pay money.''

Bij God, zo simpel: betaal en je bent eerste klas, hunker ernaar harder te werken en je zult beter leven. Dan kun je je bescheten Volkswagen omruilen voor een chique Mercedes, je eigen stinkende café op de hoek van de straat voor een modieus restaurant. Zo eenvoudig is het, verdomme, gewoon leven in Holland.

Verveling. Bier. Gekke gedachten. 'Ik zou me in jullie wereld in mijn eigen vingers snijden, omdat dit leven mij niet mogelijk is: dit alles elke minuut zien, en weten dat je toch nooit zult worden als zij, dat je er wel bent, temidden van hen, maar tot het eind der dagen 'lelijk, smerig en muf' zult blijven. Ik ben geen communist. Ik ben een buitenstaander.''

Natuurlijk, ook in Rusland begint elke morgen met het werk. Maar daar is het helemaal anders. Daar is er niet zoiets als een 'opbouwende mars' van burgers. Wij kennen slechts een algemene grijze meute, een stroom van mensen die de fabrieken, bedrijven en kantoren in komen of er uit gaan. Afgaande op hun gezichten zijn ze gedoemd tot de eeuwige arbeid. In hun ogen staat daarom de angst en het verlangen naar rust. Hun kleren lijken op hun zielen.

Bij het begin van de opbouw van het communisme was er een sprookje over de dorpsmens Boeratino die, zonder het zelf te weten, met een gouden sleutel een toverachtige stad wist te openen waar het op de straten altijd feest was. Ik heb dat sprookje vaak gelezen. Amsterdam lijkt op die stad uit mijn kindertijd. Elke dag feest, het feest waarover iedereen bij ons in zijn jeugd droomde.

Ik hou van Amsterdam, met zijn hippies en mooie vrouwen. Holland, met zijn burgers en zijn eeuwige koeien op de velden, laat me koud. Maar Amsterdam is een fantastische stad waar je altijd twee verlangens zult ervaren: denken en liefhebben. Als ik op een begrafenis zou zijn van een doorsnee Amsterdammer en men mij zou vragen een treurrede te houden, dan zou ik zeggen: 'Zijn hele leven luisterde hij naar muziek en parkeerde hij auto's. Elke morgen las hij kranten en elke avond bedreef hij de liefde. Hij was een Amsterdammer.''

Ik bedoel: een 'doorsnee Amsterdammer', dat wil zeggen, geen echte katholiek of overtuigde protestant, maar iemand die van voetbal houdt en meer gelooft in de koningin dan in God de Heer. Een doorsnee Amsterdammer, een doorsnee Hollander, een doorsnee mens.

De middenklasse in Nederland is de laatste kring van de burgerlijke hel. De allergrootste en allerprettigste kring, dat wel, de droom van de kleinburger. Een kring, waar de liefde weliswaar niet meer voortbrengt dan ijdelheid en verveling. Maar ook een kring waar je de mogelijkheid hebt om voor je geld te werken, een kring ook waar het café de kerk volledig heeft vervangen. In deze kring bestaat geen verschil tussen het droge land en de zee, tussen realisme en ijlen, tussen heldendom en misdaad, tussen leugen en waarheid. Ik zie bij jullie slechts het compromis, het compromis in de natuur en de maatschappij.

Rus zijn daarentegen betekent bijna altijd excentriek zijn, een beetje krankzinnig ook. In Rusland kan de onbegrensde vrijheid daarom uitmonden in anarchie en de onbezonnen liefde in een obsessie. In Rusland gaat het geniale verstand zo over in onverstand. In Rusland kan een misdadiger een nationale held worden.

De angst verlamt Rusland ondertussen nog steeds. De angst van de kleinburger, die in elke land in de meerderheid is. De angst van de mensen die 'gewoon willen leven'. De angst van de politicus dat hij zijn invloedssfeer verliest. De angst van de zakenman dat hij failliet gaat. De angst van de president dat hij aan het kruis genageld wordt. De angst, kortom, die van mensen slaven maakt. 'Vrij zijn van angst is het geluk van de mens'', zei een dwangarbeider in Siberië me tien jaar geleden eens. Wij kregen daarna weliswaar de vrijheid, maar de angst bleef. Het Kremlin - het heiligdom van het heilige Rusland - is daarom nog steeds een kerkhof van zelfmoordenaars. Van hieruit wordt een revolutionaire politiek van staatsgrepen, sluipende coups, onverstandige programma's en navenante beloftes gevoerd. Het is een kerkhof waar de graftombe (het mausoleum van Lenin, red.) een tribune is gebleven voor nieuwe politiek met dodelijk afloop.

En hoe is het bij jullie? Jullie hebben een middenklasse. En een koningin, die altijd gelijk heeft maar geen verantwoordelijkheid draagt voor haar gelijk. In Rusland heeft elke vrouw zo'n volmacht, maar het gebeurt heel zelden dat de man haar dan ook 'koningin' noemt. Bij jullie is de politiek gezellig. Ze lijkt op een of andere manier op de kaart van een goed restaurant: het is belangrijk wie met wie en wanneer heeft gedineerd, wat de premier te eten heeft gekregen. En als bij Gods gratie bekend wordt wie met wie slaapt en hoe zich dat weerspiegelt in de politiek (of in de eetlust van de kleinburger), dan wordt er in de 'brede massa's' en de wandelgangen van het parlement gesproken over een crisis en het aanstaande ontslag van de eerste gezichten van het land.

Ik weet het niet, maar misschien kan een klein land daarom groot zijn. Misschien worden grote landen daarom klein. Een 'onbevoegd mens' komt daar niet achter.

Tegen de avond houdt het op met regenen, maar het asfalt is nog vochtig.De lantarens en reclamelichtjes weerkaatsen in de eindeloze grachten van Amsterdam en lijken de stad zo in tweeën te delen, aantonend waar het land is en waar het water. Ik hou ervan om 's avonds door Amsterdam te wandelen, mezelf opwarmend met gin. Ik voel de grens tussen het rationele en irrationele nog, tussen het water en het droge. Tijdens dat 'stappen' dringt zich in het begin een moment op waarop het handig is zomaar een café in te gaan om er naar muziek te luisteren en nog een glaasje naar binnen te slaan.

Later op de avond zijn homobars me sympathiek. Daar is harde muziek (zoals in Rusland) en je kan er verduiveld mooie vrouwen ontmoeten, die daar zijn omdat ze er klaarblijkelijk op vertrouwen dat er van de kant van de mannen geen claims zullen zijn. Zij vermoeden dus niet dat er ook 'onbevoegde mensen' kunnen zijn, die wel degelijk over vrolijke vrouwen dromen. Er is iets Russisch aan deze bars. Ik weet niet wat, misschien het pathologische.

Er zijn gezonde en zieke landen. Niet zozeer in de onvolmaaktheid van de politieke structuren, als wel in hun levensbeschouwing. Zo zijn er ook gezonde en zieke mensen: zoals Poesjkin en Blok, Rembrandt en Van Gogh. Holland is een land van schilders. Rusland is een land van schrijvers. De Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn kon daarom onlangs, zijn baard strelend, voorspellen dat Rusland terugkeert naar het het tijdperk der paarden. Collega Vladimir Vojnovitsj voorzag vervolgens, zijn tiende whisky drinkend, dat Solzjenitsyn binnenkort Moskou op een wit hobbelpaard zal binnenrollen.

Nee, in het land van de schilders is het beter. Want in het nieuwe Rusland zijn nu te veel mensen die geen verse levensbeschouwing hebben weten aan te nemen (het sprookje over het welvarende kapitalisme) maar ook nooit hebben geloofd in de stralende toekomst die ze tien jaar geleden hebben voorspeld. Zij zijn te Russisch om in het Westen te leven en toch ook Russen die zich in het eigen Rusland emigranten voelen. Die Russen plegen revolutionairen of misdadigers te worden. Dergelijke Hollanders vindt je hooguit temidden van junks en zwervers.

Naar de duivel ermee, met alles naar de duivel. Ik wil naar een andere bar, wil andere gedachten.

'Alstublieft, een gin.''

'Hi, where are you from?''

'Hi, I'm from Liberia''.

'Is that somewhere in Africa?''

'No. It is a republic in the previous Soviet Union. The sixteenth.''

'How much republics you have there?''

'Fifteen dependent republics and that one Liberia. It was imagined by Saint-Simon. He was my friend.''

'I don't understand you. Have you some problems with English over there?''

'And with French too. The point is that my friend was a Frenchman who didn't speak Russian.''

'I don't understand you.''

'I tell you only that Karl Marx didn't speak Dutch but you have built communism with girls in the Red Yard.''

'Nonsense!''

Mijn 'lieve Hollandse burgertje' - hij heeft een zijden das om, doffe ogen van het bier en rolt continu een Hollands sigaartje - legt me, in voor mij onbegrijpelijk Engels uit, wat de Wallen in Amsterdam zijn: een nationale schande, een georganiseerde puinhoop voor de toeristen, maar geen bezienswaardigheid.

Persoonlijk bevalt de prostitutie mij wel. Me dunkt, mannen voelen in het algemeen iets voor snollerige vrouwen. Alcohol en vrouwen: dat lucht op. Dronkenschap en ontucht: dat is de diepe eenzaamheid van de mens. De Wallen zijn een opluchting zonder belofte of onmiddellijke straf. Het is over het algemeen niet verplicht om daar te praten. Je kan er alles zonder woorden krijgen. Zij weet dat 'you gonna fuck her'. Dat is eerlijker dan eindeloos te herhalen 'she was so crazy' en tegelijkertijd heel goed te weten dat de vrouw in zulke gevallen over de man pleegt te zeggen dat hij een 'son of a bitch' is. Als het om betrouwbaarheid gaat, is het eenvoudiger. Betrouwbaarheid wordt slechts door de doden bewaard. Alleen de doden behoren ons in hun geheel toe. Sorry dat ik als een cynicus spreek. Maar ik zeg slechts: als ik een held zou zijn uit een roman van George Orwell, dan zou ik vijf jaar kamp krijgen wegens deze buitenechtelijke seks. We zijn echter in Holland en niet op de eilanden van Orwell.

Jullie opstandige ontuchtigen en kleinburgerlijke moralisten hebben in jullie midden zelfs een compromis gevonden, zoals jullie ook een compromis vonden tussen de zee en het land. Dat is het grote Holland. Als ik in de grote Sovjet-Unie homo was geweest, had ik een garantie op verblijf in de gevangenis gehad.

Want wij, voormalige Sovjet-mensen, weten niets van compromissen. Voor de post-sovjetmens is het buitenland net zo'n droom over het leven na de dood als het paradijs waaruit tenslotte ook nog nooit iemand op de zondige Russische aarde is weergekeerd. De post-sovjetburgers zijn bereid welke nationaliteit dan ook aan te nemen, of welke godsdienst dan ook, als ze maar een beetje van een paradijselijk leven kunnen genieten.

Dat is gevaarlijk voor jullie, lieve burgertjes, die de vrijheid propageren in het kader van de maatschappelijke wetten. Want deze post-sovjetburgers zullen allereerst jullie 'paradijselijke tuin' vernietigen. Ze zullen iedereen aanranden. Want ons is geleerd het portret van de leider te beminnen en het communisme op te bouwen. Op die plaatsen, waar bij ons de portretten der dictators hingen, hangen bij jullie de beeltenissen van de materiële welvaart waarmee de voorspoed wordt gecultiveerd. Bij jullie wordt op de slapheid van de mens gespeeld. Bij ons werd de slapheid in de kampen fysiek gesmoord. We waren jullie volksvijand. Maar zowel bij jullie als bij ons was er één doel: de mens laten werken.

Bij God, hoe vaak denken jullie dat Rusland niet meer is dan een wilde taiga waar bruine beren wonen. Ja, zo kan het belichaamd worden. Maar waarom erkennen jullie nooit dat jullie natuur veranderd is in een park, dat jullie in jullie decoratieve huisjes in een dierentuin wonen.

Té Russisch zijn is verschrikkelijk. De Russen verdroegen het communistische bewind simpeler en streden ook met het fascisme eenvoudiger. Ze hadden een hoogstaande obsessie. Daar is het moeilijker om 'gewoon te leven'. Té Russische zijn betekent lyricus zijn. 'Lyricus zijn is verschrikkelijk en aangenaam tegelijkertijd. In het verschrikkelijke en aangename houdt zich een afgrond schuil, waar je in kan vliegen zonder dat er iets achterblijft...'' (Aleksandr Blok).

Iedereen is dronken, alweer dronken. Maar laten we nog één bar opzoeken, de laatste bar. Er zijn geen grenzen meer. Aan het Rusland, een straat in Amsterdam, is een café: Rusland. Daartegenover staat een chique hotel. Ik moet, nee, ik ben verplicht daar langs te gaan. Ik ben toch Russisch? Maar waarheen? Het hotel? Nee, het café is beter. Daar is geen bier, maar alleen thee. Er hangt een portret van Gorbatsjov en er zijn drugs. Drugs zijn een fokkend substituut van de Russische obsessie. Tien gulden heb je nodig om een stickie te rollen. De nachtelijke koelte van Amsterdam heeft mij lucht gegeven. Mijn gedachten zijn rustig geworden. Ik hoor het geklots van de boten, komend uit verre landen waar mensen dom en gelukkig sterven. Uit een rood raam zwaaien half-verplichtende meisjes me toe, me ontucht belovend. Maar alles laat me onverschillig.

Pas de volgende dag doe ik een triviale ontdekking op het terrein van de Hollandse levensbeschouwing: malt-bier, vetloos vet en getekende vrouwen. Ik besluit alleen nog maar malt-vodka te drinken (water uit de kraan) en me voortaan louter met de masturbatie bezig te houden.

P.S. Zoals mijn Russische vriend van Hollandse afkomst ooit eens zei: 'Rusland is een hoerig land.'' Dat is net zo waar als: 'Holland is een land van souteneurs.'' Een klein land van handelaren, omringd door de zee. Want eenmaal terug, op het vliegveld Sjeremetjevo-2 in Moskou, schenken ze geen malt-vodka. De barman serveert me iets anders: 'Drinkbare alcohol, product of Holland.''