Van Ittersum: affaires schaden imago van beurs; 'Buitenwereld laten zien dat we ons straatje kunnen schoonmaken en -houden'

De gebeurtenissen van het afgelopen jaar hebben voorzitter Boudewijn baron van Ittersum van de Vereniging voor de Effectenhandel duidelijk gemaakt dat het normbesef op de Amsterdamse effectenbeurs de laatste tijd aan erosie onderhevig is: “Een belangrijk thema dit jaar was de herbevestiging van de normen. Nog niet zo lang geleden moest iedereen die handelde hier op de vloer zijn, kende men elkaar persoonlijk. Als eentje iets deed wat niet kon, dan hoefde hij de volgende dag niet meer terug te komen. Nu de kring van mensen die handelen sterk is uitgebreid en de fysieke aanwezigheid is verminderd, is die sociale controle er nauwelijks meer. Daardoor zijn we verplicht de normen te expliciteren.”

Het jaar 1993 was voor de beurs van Amsterdam het jaar van de schandalen. Terwijl de aandelenkoersen record na record braken, vielen zelden zoveel kleine effectenhuizen - Rutgers, Regio Effect en Nusse Brink - om als dit jaar. De ooit veelgeprezen beurshandelaar J.Th. Vermeulen viel diep door een zware straf van de beurs, nadat hij eerder was ontslagen bij Van Meer James Capel waar moedermaatschappij Hongkong-bank een grote schoonmaak hield. De veelgeplaagde ING Bank kwam opnieuw in opspraak, nu door de malversaties van twaalf effectenhandelaren enkele jaren terug bij de toenmalige NMB. De aandelenhandel beleefde bovendien een primeur toen bekend werd dat jarenlang onopgemerkt drugsgeld witgewassen bleek te zijn bij een commissionair: Nusse Brink.

De affaires wierpen een schaduw over het glanzende beursjaar, waarin de aandelenkoersen record na record braken. De faillissementen, overtredingen van beursregels en criminele geldstromen deden het imago van de beurs geen goed. Het is de vraag of de Amsterdamse beurs de aandelenhandel onder controle heeft en in staat is om misstanden afdoende aan te pakken. Het hele systeem van 'zelfregulering', waarbij de beurs zelf zijn leden controleert, lijkt te worden ondergraven door het beeld dat de Amsterdamse beurs een speeltuin is voor criminelen en knoeiers.

Van Ittersum verzet zich heftig tegen de suggestie dat de beurs machteloos staat tegenover uitwassen op de beursvloer: “De affaires werpen inderdaad een smet op de goede naam van de beurs. Maar het schadelijkste voor de beurs zou zijn geweest, als we daar niet rigoureus en adequaat tegen hadden opgetreden. Naar mijn gevoel is de beurs in staat geweest om deze zaken niet onder de mat te stoppen, om niet als zachte heelmeesters op treden, maar de problemen direct aan te pakken. De taak van de beursorganisatie is om hier adequaat op te reageren, de buitenwereld laten zien dat je je straatje kunt schoonmaken en -houden.”

Nusse Brink had in 1991 al zodanige problemen met aandelenposities, dat de beurs moest ingrijpen. Waarom heeft de beurs Nusse Brink toen niet onder verscherpt toezicht gesteld, maar het gelaten bij reguliere controles?

“Je kunt altijd achteraf zeggen: als ik geweten had wat daar allemaal in het verborgene speelde, dan had het beurscontrole-bureau het anders gedaan. Het aantal controles is niet opgevoerd, maar er is wel extra aandacht geschonken aan de veertiendaagse meldingen door Nusse Brink. Als een aantal gegevens gecontroleerd wordt, moet op zichzelf het risico beperkt zijn. Het systeem is in dit geval niet bestand gebleken tegen oneigenlijk gebruik. De oorzaken daarvan worden nu geanalyseerd en aan de kaak gesteld.”

Waarom heeft de beurs niet al in april ingegrepen, toen Nusse Brink een omvangrijke premie-overeenkomst met Van den Broek (dochter van Van Meer James Capel) niet kon verantwoorden?

“Dit is inderdaad een van de discussiepunten en er zijn verschillende visies over hoe dat gelopen is. Wat ik wel wil zeggen is dat het er niet bij gebleven is op dat moment.”

Dat is in het rapport van het controlebureau niet terug te vinden.

“Ik ga niet in op de vraag welke actie is ondernomen. We bekijken nu de gang van zaken bij Nusse Brink, hoe het controlebureau heeft gefunctioneerd en de tegenpartijen in die betrokken transacties. Dat is een onderdeel van elke evaluatie.”

Directeur Nusse heeft de afgelopen jaren een spoor van vernielingen achtergelaten: eruit gegooid bij ABN, eruit gewerkt bij commissionair De Haan, problemen bij commissionair Keijser. Hoe is het mogelijk dat hij in 1990 toch nog een eigen effectenkantoor kon beginnen?

“Toen ik hier kwam was er een soort van ballotagesysteem: je moest 18 handtekeningen verzamelen, dan kon je hier lid worden. Net zoals bij de tennisclub. Je moest keurig een kopje koffie drinken en een net pak aandoen. We hebben een paar jaar geleden gezegd: dat kan niet meer voor een volwassen markt. We zullen een toetsing moeten toepassen op de leden: deskundigheid, betrouwbaarheid, vakkennis. Een nieuw beurslid wordt 14 dagen 'voorgehangen'. Elk lid dat bezwaar wil maken, kan dat doen. Een toetsingscomissie fungeert sinds de tweede helft van de jaren tachtig en adviseert het bestuur bij benoemingen.”

Toen de heren Nusse, Brink en Misdorp als directeuren aantraden, fungeerde dit systeem dus al?

“Ja. Ik denk dat wel degelijk onderkend is dat het geen sterk team was. In het geval-Nusse Brink heeft de toetsingscommissie gezegd: Brink heeft weinig ervaring, daar moet een derde man bij die met name de 'backoffice' en de administratie gaat doen: Misdorp. Ik dacht dat Misdorp wat dat betreft een behoorlijke staat van dienst had. Ons probleem is dat als wij iemand willen afwijzen voor het lidmaatschap, we wel zwart op wit moeten hebben dat de de persoon in kwestie niet deugt. Anders roep ik een oude werkgever en zeg ik hem: ik heb iets gehoord. Die roept dan weer: heb ik dat gezegd?

“De criteria zijn deskundigheid en betrouwbaarheid. Deskundig is dit soort lieden wel, ook op een wijze die ik niet zo graag zie. En voordat je iemand kan afwijzen op grond van onbetrouwbaarheid, moet je echt iets bewijzen. Dat kan je niet uit je duim zuigen, dat moet vanuit de leden komen. De regel was hier altijd dat als een werknemer weggaat, de nieuwe werkgever bij de oude moet informeren wat er aan de hand is. Gebleken is dat er te weinig van terecht komt. We hebben geprobeerd om beursleden te verplichten schriftelijke informatie te geven over oud-werknemers, maar met het arbeidsrecht als argument heeft een aantal leden gezegd: je kunt ons niet verplichten de hele doopceel van sommige leden op tafel te leggen. Dat hele proces, daar ben ik niet tevreden over, ik heb ook afgesproken dat we binnen de mogelijkheden van het arbeidsrecht er opnieuw naar kijken.”

Wat gaat er gebeuren om het witwassen via de beurs aan te pakken?

“Wij hebben bij Nusse Brink niets gevonden dat op witwassen wees. Het enige wat wij geconstateerd hebben op het moment dat bewindvoerder Harbrink Numan daar namens ons werd aangesteld, is dat die de volgende dag belde en zei: Jezus, jullie sturen me naar een kantoor toe, maar ik ben mijn leven niet helemaal zeker, wat ik hier allemaal zie gebeuren. Toen hebben we hem bewaking verschaft, althans gevraagd wat ie nodig had om zijn werk te kunnen doen. Ik heb begrepen dat er pistolen werden getrokken of gedreigd met, dat er banden werden doorgesneden.

“Ik kan absoluut niet zeggen of het witwassen zich op de beurs voordoet, en in welke mate. In gesprekken met handelaren komt naar voren dat het toch wel erg ingewikkeld is om geld wit te wassen via de effectenhandel. Voordat je dat geld echt wit hebt ben je wel even bezig. Die effectenhandel, voor zover het grote fondsen betreft, is toch vaak genoteerd en er staat een registratie achter die verder gaat dan het gewone betalingsverkeer. Het zijn transacties waaraan op zichzelf weinig verdiend kan worden. Ik zie dus geen enkel economisch argument waarom we er niet hard achteraan zouden gaan.

“Wat mij ongelofelijk hindert is de kreet, dat de effectenhandel een heel zwakke of gevoelige plek vormt in het witwassen. We hebben vanaf het begin tegen de officier van justitie gezegd: alles wat jullie ons aan handvaten kunnen geven willen wij gebruiken bij ons toezicht. De officier heeft gezegd dat hij daar dankbaar kennis van nam, en dat als hij daar in bepaalde gevallen aanwijzingen voor had, hij dat met ons zou bespreken. Daar wacht ik nog steeds op. Het is bij mijn weten nog nooit voorgekomen dat justitie op grond van een onderzoek naar drugshandelaren bij ons heeft aangeklopt met de boodschap dat ze iets hadden aangetroffen dat erop duidt dat gelden via de effectenhandel werden witgewassen.

Bij de controle kom je toch op het punt dat je cliëntenbestanden moet kunnen bekijken, als je iets wilt doen in de witwassfeer. Sinds het van kracht worden van de Wet persoonregistratie in 1989, hebben we niet meer het recht om cliëntengegevens te zien. Daar schoppen we al lange tijd tegen aan.''

Misbruik van voorwetenschap is al langer een probleem, vooral sinds dit enkele jaren geleden strafbaar is geworden. Van de onderzoeken naar onder meer Bols Wessanen, Medicopharma, Grasso en Pakhoed-Furness heeft de buitenwereld niets vernomen.

“Ik beschouw het zeker als een probleem dat vele zaken onderzocht worden en toch weinig concrete resultaten zichtbaar zijn. Het is een ingewikkelde zaak om te bewijzen, met name als het om buitenlandse transacties gaat. Er is heel lang de stemming geweest - in Duitsland maar ook hier - dat je er eigenlijk helemaal niet aan moet beginnen. Je stelt iets strafbaar, maar als het ongrijpbaar is verlies je daar alleen maar mee. Toch hebben we dat niet gedaan omdat we vinden dat het voor de eerlijkheid van de markt wenselijk is, maar het blijft worstelen met de materie.”

Wat vind u van het zoveelste uitstel in de HCS-zaak?

“Heel naar, überhaupt ben ik heel kritisch - en betrokkken - over het lang voortduren van onderzoeken en zaken. Maar toch, de zorgvuldigheid gaat voor de snelheid. In het geval van HCS vind ik het heel lang duren. Degenen die klagen, die onderwerp van onderzoek zijn (J. van den Nieuwenhuyzen, L. Melchior en E. Albada Jelgersma en het effectenhuis Suez, red.), zijn ook wel degenen die weer om een nieuwe expertise vragen, weer een nieuw rapport. Dan moeten ze ook niet nog klagen dat het zo lang duurt.”

Door de verschillende affaires is de zelfregulering weer ter discussie komen te staan. Moet de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) niet meer verantwoordelijkheden krijgen als onafhankelijke instantie, vergelijkbaar met de toezichthouder SEC in de VS?

“Als je de markt gaat reguleren, wilt proberen dat helemaal dicht te timmeren met regelgeving, dan vermoord je de markt en je zult het bovendien niet helemaal dichtslaan. Dan komen we dus in de Amerikaanse situatie, lawbooks met meer dan 1.000 artikelen. Artikel 1.001 kan ik ook verzinnen, die slaat weer een gat in de rest. Je kunt van het Amerikaanse systeem zeggen wat je wilt, maar de schandalen komen daar naar buiten in een omvang die natuurlijk ongehoord is. Ik denk dat dat toch komt doordat de SEC verder van de markt staat. Niet alleen bij mij maar ook bij de leden is de inzet dat de STE nooit aan de bak komt. We willen het met elkaar doen, zodat er niet gecorrigeerd hoeft te worden.”