Treurspel in de industrie maar banken vieren feest

Een cynische paradox: terwijl de Nederlandse industrie met het faillissement van DAF, de verkoop van Fokker en de verliezen van Hoogovens in mineur is, viert de beurs het jaarfeest met gemiddeld ruim dertig procent koerswinst.

Al vorig jaar waarschuwde Rabo-topman Wijffels voor het cynisme van effectenbeurzen: “Wanneer de werkloosheidscijfers oplopen, stijgen de koersen van Wall Street. Dan denk ik: daar klopt iets niet.” In het afgelopen jaar klopte er ook iets niet met de Nederlandse beurs. De beursbarometer van het avondjournaal werkte als het sussende geluid van Colijn. De gerust ingeslapen bevolking wachtte een onaangename verrassing: de beurs ging goed, maar de Nederlandse bedrijven boekten dit jaar niet de verwachte winstgroei.

Aan de andere kant is van crisis geen sprake: er waren dit jaar winstgevende sectoren die de winstval van industriële bedrijven konden opvangen. De verwachtingen voor de industrie zijn een jaar opgeschoven: nu moet 1994 voor het herstel zorgen.

Het bijna afgelopen jaar was het eigenlijk alleen feest voor de banken. En aangezien bankiers niet echt uitbundig mogen zijn - dan vraagt clientèle zich af waarom ze extra geld kwijt zijn voor het betalingsverkeer - was er in den lande weinig feest. Bij banken was de strijd tegen witwassen van crimineel geld en tegen misbruik van voorkennis nieuws. De onverwacht sterk toegenomen winst van de banken zelf was iets voor bij het haardvuur.

De tegenstelling tussen de malaise in industrie en de winsten in het bankwezen leidde halverwege 1993 tot een ogenschijnlijk mooi gebaar tussen overheid en banken: de vorming van het Industriefonds. Deze vreemde eend in de bijt van het zogenoemde risicokapitaal kreeg geen vleugels. Het fonds heeft te weinig geld om grote bedrijven te financieren en starters kunnen ook niet aankloppen: de banken hebben bedongen dat het Industriefonds alleen op marktconforme voorwaarden financieringen aanbiedt.

Nederland blijkt het ondernemen te verleren. Starters zijn er wel - er zijn dit jaar circa 20.000 ondernemingen opgericht - maar volgens onderzoeken van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf zal binnen vijf jaar veertig procent afvallen. Het faillissementsrisico is zo hoog geworden dat er geen risicokapitaal meer te vinden is. Banken staan klaar voor het opzetten van weinig kapitaal vergende handels-, dienstverlenings- en horecabedrijfjes, maar voor Philipsen en Fokkers in spé is geen geld. Uitvinders moeten over rijke ooms beschikken.

Veel Nederlands talent zoekt dan ook zijn heil bij ontwikkelingsafdelingen in grote concerns. Daar wordt nog wel geïnvesteerd, alleen niet in banengroei: afbrokkelende werkgelegenheid werd daarmee het angstspook van 1993. Dr.A.H.E.M Wellink, directeur van De Nederlandsche Bank, waarschuwde in oktober dat Nederland eind 1994 625.000 werklozen zal tellen. Dat is 150.000 meer dan begin 1993. De verhouding tussen werkenden en niet-werkenden (100 versus 84) is volgens Wellink nu al ongunstiger dan tijdens het dieptepunt van de recessie begin jaren tachtig.

Het vreemde is dat de crisis in de werkgelegenheid niet parallel loopt aan de ontwikkeling van de economie als geheel. De Nederlandse economie geniet alle vertrouwen, met een lage inflatie, een gezonde betalingsbalans en een stabiele munt. De barometer voor 1994 van de Nederlandsche Bank is de afgelopen maand nog omhoog gekropen en analisten van ABN Amro schatten de winsten van de beursondernemingen voor het komend jaar op plus 18 procent. De enorme koersexplosie van dit jaar preludeert daar op.

Ondanks die aantrekkende winsten zullen de Nederlandse bedrijven te weinig banen kunnen creëren om de massa werklozen te verkleinen. In Japan en de Verenigde Staten hangt de mate van werkloosheid af van de conjunctuur. In Nederland en ook in de rest van Europa zijn bedrijfswinsten en werkgelegenheid ontkoppelde begrippen geworden.

Drs. C.A.J. Herkströter geeft leiding aan dé winstmaker in Nederland: de Koninklijke/Shell Groep. In 1992 genereerde de groep drie miljard gulden méér winst dan de 46 andere grote beursondernemingen bij elkaar. Herkströter heeft vergeleken bij de rest van de industrie niet te klagen. Energie voldeed dit jaar als een van de weinige sectoren aan de verwachtingen en boekte 12 procent meer winst. Bovendien verwachten analisten dat in de energiesector de winststijging nog toeneemt naar 16 procent. Toch kan Herkströter de winst plus het uitzicht op nog meer winst niet omzetten in banen voor West-Europa of Nederland. Onlangs zei hij in zijn personeelsblad: “Er bestaat een grote zorg over werkloosheid en het zou onmenselijk zijn als ik die zorg niet zouden delen. Als bedrijf kunnen wij echter niet doen alsof wij ons niets hoeven aan te trekken van de sterke verandering. Wij moeten accepteren dat wij personeel gaan verliezen, waarschijnlijk vooral in stagnerende markten.” Shell heeft plannen om in Nederland circa 2500 van de 16.000 banen te schrappen.

Ook mondiale spelers als Unilever en Akzo zijn voor de werkzekerheid niet langer bastions. Toch demonstreerden zij in het afgelopen jaar in financiële zin de voordelen van hun omvang. Met zijn voedings-, was- en toiletmiddelen zat Unilever in allesbehalve gemakkelijke marktomstandigheden, maar de groei van de resultaten bleef mooi op peil. De vooruitzichten zijn onveranderd gunstig: blijvende groei en als de Amerikaanse economie aantrekt nog meer verbetering. Akzo zal in 1993 zijn winst waarschijnlijk niet verbeteren, maar vergeleken met andere chemieconcerns mag de prestatie uit Arnhem gezien worden. De sterke sector geneesmiddelen en de Amerikaanse divisie vormden een buffer tegen de Europese malaise. Branchegenoot DSM heeft die beschutting niet en duikt dit jaar en waarschijnlijk ook in 1994 in de verliezen.

Dit jaar was voor de beginnende Philips-aandeelhouder een feest met een koersexplosie. In de bedrijfsvoering loopt Philips echter elk jaar tegen een nieuwe probleem-divisie op: vorig jaar consumentenprodukten, dit jaar professionele produkten. De lagere rente speelt Eindhoven gelukkig in de kaart en met een aantrekkende conjunctuur zijn de verwachtingen voor Philips in 1994 hooggespannen.

Daarmee komt 1993 naar voren als het jaar waarin de internationals hun waarde bewezen. In de jaren tachtig ontstond met het RSV- en Ogem-drama een afkeer van grote concerns, maar nu blijken de groten vaak beter dan hun kleinere concurrenten in te kunnen spelen op de wereldmarkt. De internationals van nu zijn wel anders dan de conglomeraten van toen: vrijwel allemaal op deelgebieden gespecialiseerde bedrijven, met minder produkten op meer markten, die voortdurend kijken of minder presterende onderdelen verkocht en veelbelovende aangekocht kunnen worden. Philips loopt nog achter bij deze Shell-, Unilever- en Akzo-strategie: het concern is nog bezig schulden te verminderen en slechtlopende onderdelen klaar te stomen voor verkoop.

Als nieuwe international dient Reed Elsevier zich aan, ontstaan uit de dit jaar gefuseerde Britse en Nederlandse uitgevers. Eigenlijk gaf de winstgevendheid van Elsevier geen aanleiding voor internationale concernvorming: het concern draagt de gele trui als winstmaker. Reed Elsevier en ook de Nederlandse nummer twee, Wolters Kluwer, zitten boven het klassegemiddelde en dat is van uitgevers al uitstekend. Naast energie en bankwezen maakten de uitgevers de winstverwachtingen voor 1993 waar: gemiddeld 12 procent stijging. Voor volgend jaar ligt 16 procent winstgroei in het verschiet. Door in deze gouden jaren de strategische fusie met Reed aan te gaan, kan Reed Elsevier uitgroeien tot een Unilever onder de uitgevers.

Veel Nederlandse beursfondsen hebben die vrije keuze tot concernvorming niet. Zij zijn door verliezen of slinkende winsten gedwongen tot fusie over te gaan. KLM bij voorbeeld: de luchtvaartmaatschappij zal in plaats van de verwachte tientallen miljoenen verlies over dit jaar, honderden miljoenen in het rood schieten. Ook voor volgend jaar verwachten de analisten voor de KLM geen zwarte cijfers. Bij de zware verliezen bleek het in de luchtvaart moeilijk onderhandelen. De Europese luchtvaartfusie onder de koosnaam Alcazar liet KLM aan haar neus voorbij gaan. Beleggers en overheid zullen de KLM met nieuw kapitaal te hulp moeten schieten.

Behalve in de luchtvaart hadden ook directies in de papierindustrie nauwelijks beleidsvrijheid. BT, KNP en VRG fuseerden dit jaar nadat duidelijk werd dat de papiermarkt zou inklappen. In de branche halveerde dit jaar de winst.

Ook in de transportsector halveerden de winsten. De klap was hier niet verwacht, zoals in de papierindustrie. Voor HES, Frans Maas, Pakhoed en Smit Internationale zal het echte winstherstel in 1994 moeten komen.

Ook Nedlloyd presenteerde dit jaar opnieuw tegenvallers. Het rederij- en transportconcern hoopt in 1994 te profiteren van conjunctureel herstel, maar door scherpe concurrentie in het wegvervoer zal de onderneming opnieuw niet bij de koplopers kunnen behoren.

Ook stroppen in de vliegtuigindustrie. Begin dit jaar leek het alsof Nederland Fokker verkwanselde aan Daimler-Benz. Dit sentiment blijkt niet terecht. Achteraf gezien lijkt Nederland met slim koopmanschap een verliesmaker naar de buren te hebben doorgesluisd. Daimler-Benz heeft nog weinig plezier gehad van zijn nieuwe kind. In plaats van in 1993 uit het dal te komen, zoals analisten vorig jaar verwachtten, dook Fokker dit jaar in de verliezen (circa 150 miljoen gulden). Daar staat tegenover dat Fokker de stagnatie in verkoop van de F50 enigszins wist te doorbreken en bovendien met zijn F70 en F100-toestellen nog één van de weinige onder de vliegtuigfabrikanten is die iets verkoopt. Maar ook Fokker kan nog niet op 1994 toasten als het jaar van de zwarte cijfers, dat wordt volgens topman E.J. Nederkoorn pas 1995.

Door de verkoop van Fokker bekroop velen in het voorjaar het gevoel dat de Nederlandse industrie teloor gaat. Een gevoel dat versterkt werd door vrachtwagenfabrikant DAF. In de herfst van vorig jaar voorspelden analisten nog een winst voor DAF in 1993 van rond de 40 miljoen gulden. De tragedie is bekend: DAF ging failliet en de beurs kent DAF's plaats niet meer.

Ook Hoogovens kreeg een plaats in het treurspel. Met sanering op sanering moet Hoogovens zich de banken van het lijf houden. Het staalconcern bokst op tegen verziekte Europese verhoudingen in de staalindustrie, waarin Zuideuropese regeringen onrendabele bedrijven subsidiëren. De tol die Hoogovens dit jaar voor die strijd zal betalen zal honderden miljoenen verlies bedragen. Het einde van de veldslag is, ondanks het recente Brusselse compromis over beëindiging van de staalsubsidies, niet in zicht.

Na een crisis hervond industrieel conglomeraat Begemann door de lucratieve verkoop van dochter Bredero Price en grote orders voor RDM de weg terug, terwijl Stork opvallend stabiel de problemen in de industrie pareerde.

Het idee van algehele malaise in 1993 blijkt dan ook niet juist. Zo werden in de bouw betere zaken gedaan, zij het dat marktleider HBG te maken kreeg met groeivertraging. Ook in de drank- en levensmiddelenindustrie zal het jaar niet negatief worden besloten, al konden de producenten niet helemaal aan de verwachtingen voldoen. Flesjes- en potjesincidenten zullen Heineken en Nutricia het jaar minder feestelijk doen besluiten.

Voor de dit jaar getroffen sectoren papier, chemie, consumenten- en kapitaalgoederen liggen voor 1994 grote winststijgingen in het verschiet. Ook de detailhandel (Koninklijke Bijenkorf, Peek & Cloppenburg) kan weer uit het dal komen, terwijl energie en uitgevers sterke groeiers blijven. Dat zal komend jaar een sterk tegenwicht vormen voor verliezen bij KLM of Hoogovens.

En de financiële conglomeraten? Voor hen in 1994 geen groot feest. Zij hebben dit jaar hun rol mogen vervullen als voorloper op de winstontwikkeling in de industrie. Komend jaar worden er bij de banken/verzekeraars gematigde groeicijfers verwacht.

Deze ontwikkeling vormt een vingerwijzing voor de winsten in industrie, handel en dienstverlening na 1994. Dan breekt een tijd aan van matige groei. Dat is de tol van een maatschappij die grote groepen mensen langs de zijlijn laat staan en daarmee het winstpotentieel van bedrijven ondermijnt.