Tina Modotti, fotografe in Mexico, soldaat in Spanje; Het ritme van kippevel

De vroege foto's van Tina Modotti waren liefdesverklaringen aan Mexico. Ze wist de indruk te wekken dat een poort, een lelie of een serie telegraafdraden zonder haar tussenkomst minder scherp zouden bestaan. Maar toen het communisme bezit van haar nam, werd wat licht en bekoorlijk was vervangen door een plaatijzeren symboliek.

Carol Naggar en Fred Ritchin (sam.): México Through Foreign Eyes - Visto por ojos extranjeros. Uitg. W.W. Norton & Company, 304 blz. Prijs ƒ 110,10.

Margaret Hooks Tina Modotti - Photographer and Revolutionary. Uitg. Pandora, Harper Collins, 277 blz. Prijs ƒ 88,80.

Wie in het tweetalige boek México Through Foreign Eyes - Visto por ojos extranjeros bladert ziet nooit hetzelfde land. De samenstellers Carole Naggar en Fred Ritchin hebben uit honderdveertig jaar fotografie, van 1850 tot nu, zoveel schitterende platen gekozen dat Mexico door een wemeling van de scherpste bijzonderheden steeds opnieuw voor de ogen van de beschouwer verrijst.

Dat keurig uitgespreide overhemd van Maximiliaan met bloedsporen om de kogelgaten; de Fransman François Aubert was in 1867 bij de terechtstelling van de keizer aanwezig.

De Amerikaan Joel-Peter Witkin fotografeerde in 1990 een stilleven van handen, voeten en vruchten, in het midden zit een kind, het is bedolven onder het ooft, een kroon is over z'n ogen gezakt. Het hoort bij een fiesta, maar het lijkt of de bebloede ledematen net zijn losgehakt.

In 1960 ontmoette Ed van der Elsken de vierenzestigjarige muurschilder David Alfaro Siqueiros, die in mei 1940 was betrokken bij de eerste aanslag op Leon Trotski. De Nederlander liet hem voor een reusachtige schildering van politie en arbeiders staan. Siqueiros strekt zijn armen uit naar de fotograaf, de vuisten gebald, net als op dat manhaftige Stalinistische zelfportret uit 1940.

Mexico door vreemde ogen is geen boek om chronologisch te bekijken. Het verzet zich tegen elke samenvatting, steeds gaat het om de details, die ontdekkingsreizigers en beroepsfotografen aan het land hebben ontfutseld.

De witte stoel uit 1975 van de Amerikaanse Linda Connor is niet tot bedaren te krijgen, onder een rieten afdak trilt hij zich bij de felste zon uit z'n omtrek.

Edouard Boubat laat in 1978 de drogende beschaduwde lakens tussen de bomen Frans sierlijk opbollen, Parijs verplaatst naar het Mexicaanse platteland.

Een Indiaan houdt op een schimmige berghelling een klein bijna abstract afgodsbeeld in z'n handen, het witste steen licht op vlak voor het grauwgrijze hemd, dit is 1890, de Amerikaanse antropoloog Carl Lumholtz maakt z'n eerste reis in de meest afgelegen streken van Mexico.

De armen van een poppenspeler, de plankjes en draden zijn op een handpalm en een pols tot rust gekomen. Een paar bladzijden verder steken de witte kelken van twee lelies scheef in de lucht. Een vrijheidsvlag, arbeiders met sombrero's, dit is het werk van Tina Modotti (1896-1942) en nu kan ook Edward Weston (1886-1958) niet ver meer zijn, daar is hij meteen al, een wolkenlucht, een pyramide, een naakt op de rug.

Puntschoenen

Het boek van Naggar en Ritchin geeft aanleiding tot honderden geschiedenissen, dit is er een van, het verhaal van twee geliefden die alsof er niets is gebeurd weer rustig bij elkaar staan. Wat zou Modotti ervan hebben gevonden dat ze ten slotte toch nog in een boek voor de sjiekste salontafel is terechtgekomen?

Haar eerste foto heette Mijn laatste minnaar! Ze moet het model hebben ontdekt bij de schilder en beeldhouwer Germán Cueto die een poppentheater in de Mixcalcostraat had. De foto staat in de monografie Tina Modotti - Photographer and Revolutionary van Margaret Hooks.

Het is een marionet met puntschoenen, een wijde broek, een korte cape en een sombrero, geheel in de stijl van de mannen die de stad aan het begin van de jaren twintig bevolkten.

De pop hangt tegen een muur en kijkt de fotografe vanuit z'n ooghoeken schalks aan. Het zal een uur of twaalf zijn, de zon staat hoog, pal achter de Mexicaan prijkt zijn schaduw op het kalk. De donkere broek vermengt zich met dat zwart. Het is niet meer te zeggen waar de stof in de schaduw overloopt.

Hooks beschrijft hoe Modotti na een mislukt huwelijk in 1923 met de fotograaf Edward Weston naar Mexico-stad was vertrokken. Een latijns land sprak voor haar vanzelf. Ze was in Udine, Italië geboren en werkte daar om het gezin te onderhouden al jong in een fabriek. In 1913, toen ze zestien was, reisde ze alleen naar haar vader en zuster in San Francisco die daar de overtocht van de hele familie probeerden voor te bereiden.

In de Italiaanse wijk raakte ze aan het toneel, ging naar Hollywood, speelde als een exotische femme fatale met veel Spaanse krullen een paar kleine rollen bij de stomme film en leerde Weston kennen. Hij liet zijn vrouw en vier kinderen voor haar in de steek, en zij gaf het acteren op, te oppervlakkig. Ze sprak ook Duits, wat aan de keel-r in al haar talen te horen was. In haar vroegste jeugd had ze met haar familie om de werkgelegenheid een paar jaar in het zuiden van Oostenrijk gewoond.

Eenmaal in Mexico werd ze de assistent van de toen al bekende fotograaf en leidde ze de studio. Langzamerhand nam ze ook een deel van het echte werk over en begon met een Graflex, een grote camera, zelf foto's te maken.

Over de marionet schreef Weston aan een vriend dat hij die heel graag zelf had willen signeren en zoiets kwam in zijn leven niet vaak voor. Toch hadden zijn meestal half abstracte beelden nauwelijks invloed op zijn vriendin. Hij naderde een naakt soms zo dicht dat de huid het hele oppervlak van de foto vulde. Het werk van Modotti was van meet af aan veel grilliger.

Tientallen breedgerande hoeden, schuin van boven gezien, een optocht, het is of je geritsel hoort op de plekken waar twee hoeden door plaatsgebrek tegen elkaar botsen.

Een ezeltje, het is van de schil van een ui en een paar stokjes gemaakt, het torst schijfjes salami en vier bloemen op z'n rug en toch is heel dat wankele evenwicht van het officiële lastdier en zijn vracht tot uitdrukking gekomen.

Het ritme van traptreden die naar beneden wijken, van fonkelende glazen naast en achter elkaar, het ritme van het kippevel op een borst vlak naast de wang van een drinkende jongen.

En dan die zee van ruimte onder de hoog geheven balk op de schouder van de arbeider.

Of het allersimpelste: de hamer die kruiselings op een sikkel is gelegd. Deze twee zijn niet voor de foto even bij een ijzerhandel gekocht, aan de slijtplekken is te zien dat ze nog dagelijks dienst doen, ze moeten van een paar arbeiders zijn geleend.

Aderen en eelt

Toen Tina Modotti dit stilleven maakte, had Edward Weston haar verlaten. Hij was naar Los Angeles teruggegaan. Zij werkte nu geheel alleen en hoorde tot de communistische kring rond de muurschilders Siqueiros en Diego Rivera. Het was Modotti's grote trots dat ze met de verkoop van haar eigen foto's in haar onderhoud kon voorzien.

Al in de tijd van Weston kreeg ze steeds meer belangstelling voor de Mexicaanse revolutie. Op een treinreis sliep hij op de zachte kussens van de eerste klas terwijl zij in een andere wagon op het hout tussen de Indianen lag. Toen hij was verdwenen paste ze ook de meeste onderwerpen van haar foto's bij haar nieuwe geloof aan.

Handen van arbeiders met veel aderen en eelt. Een sikkel met een maiskolf. Een vrouw met een vlag. Een krachtige vuist met een minstens zo krachtige hamer.

Hooks zegt er niet veel over, maar Modotti's beginwerk in dienst van de grote revolutie laat al zien wat haar ten slotte zou fnuiken.

Voor het zo ver is zijn haar foto's liefdesverklaringen aan Mexico. Ze weet dan werkelijk de indruk te wekken dat een poort, een lelie of een serie telegraafdraden zonder haar tussenkomst minder scherp zou bestaan. Zodra het communisme bezit van haar heeft genomen barricadeert ze haar talent.

Modotti zag niet dat een hamer, een vlag of een vuist zich niet straffeloos laten fotograferen. Wat licht en bekoorlijk was werd vervangen door een plaatijzeren symboliek. De bombast van de rode leer verpletterde ieder beeld.

De fotografe was bevriend geraakt met de Cubaan Julio Antonio Mella, die door de dictator Machado zijn land was uitgezet. In Mexico bereidde deze student in de rechten de revolutie op Cuba voor. Op 10 januari 1929 werd Mella neergeschoten terwijl hij met Modotti op straat liep. Hij stierf 's nachts in het ziekenhuis.

Toen de politie ten onrechte vermoedde dat Tina Modotti bij Mella's pogingen was betrokken, probeerde de pers haar te wurgen. Justitie had haar in beslag genomen brieven, dagboek en de nog door Weston gemaakte naaktfoto's aan de kranten doorgespeeld. Toen er een jaar later een aanslag op de Mexicaanse president Ortiz Rubio werd gepleegd, kwam Modotti opnieuw in het nieuws.

Weer kon niemand bewijzen dat ze ook maar iets met deze aanslag te maken had. Toch werd ze nu als staatsgevaarlijk het land uitgezet.

Begin februari 1930 vertrok ze met het stoomschip Edam naar Europa. Ze had haar Graflex bij zich. Het was de bedoeling dat ze in Rotterdam aan de Italiaanse autoriteiten zou worden uitgeleverd. Die kregen haar niet in handen. Modotti kon in Nederland gaan en staan waar ze wilde. Met haar communistische landgenoot Vittorio Vidali reisde ze naar Berlijn, waar ze begin april aankwam.

Apparaat

Margaret Hooks beschrijft Modotti's omzwervingen heel uitvoerig. De lezer krijgt de kans de Graflex, het belangrijkste apparaat in haar leven, onder de meest uiteenlopende omstandigheden te volgen.

In Berlijn kan ze haar camera nauwelijks gebruiken. Er zou in de Verenigde Staten speciaal een film voor moeten worden besteld en ook het juiste papier om de foto's af te drukken kan ze niet krijgen. Een kleinere camera wil ze niet. Die is meer geschikt voor vlugge straattaferelen. Zij wil elk onderwerp goed voorbereiden en moet het hebben van een zorgvuldige compositie.

Zij fotografeert niet veel, maakt in opdracht van Moskou een paar gevaarlijke reizen en stemt ten slotte toe als Vidali haar begin 1931 voorstelt voorgoed naar de Sovjet-Unie te gaan, waar zoals hij zei, de rode soldaten met trotse en intelligente gezichten op hun revolutionaire liederen marcheren en waar zelfs de gewapende jeugd en de kinderen de politiek bespreken.

Tina Modotti bracht het ver binnen de communistische bureaucratie. Ze raakte betrokken bij de Internationale Organisatie voor Hulp aan Revolutionairen. Met haar leven in Mexico had ze daarvoor uitmuntende papieren. Voor de Latijns-Europese afdeling las en vertaalde ze artikelen uit Spaanse, Italiaanse en Portugese kranten. Ook onderhield ze het contact met naar Moskou gevluchte buitenlandse intellectuelen.

Niet bekend

Volgens anderen, die haar in Moskou hadden ontmoet, fotografeerde ze niet meer. Men had haar gevraagd of ze de officiële fotograaf van de partij wilde worden, maar dat had ze geweigerd. Concha Michel, een communistische vriendin van Modotti uit haar Mexicaanse tijd, vertelde Hooks in 1980 dat Tina aan de revolutie alles had opgeofferd, alles, behalve haar gevoel voor schoonheid.

Misschien is het voor haar een bevrijding geweest dat ze in 1936 samen met Vidali door de partij naar Spanje werd gestuurd om de republikeinen in hun gevecht tegen Franco bij te staan. Haar camera en foto's liet ze in Moskou achter.

Ze werd lid van het vrouwelijke bataljon van het vijfde regiment en deed onder de schuilnaam Maria het meest uiteenlopende werk.

Toen Franco-gezinde verpleegsters een republikeins ziekenhuis probeerden binnen te dringen om het voedsel te vergiftigen kreeg zij de leiding van de keuken. Zij evacueerde een kinderziekenhuis toen de patiënten met dum-dumkogels door de fascistische troepen onder vuur werden genomen. De distributie van voedsel, de verzorging van gewonden, het opsporen van vluchtelingen ver achter het vijandelijke front, overal was zij bij betrokken.

Zij ontmoette de fotografen David Seymour en Robert Capa, die haar ware identiteit kenden. Hun pogingen om haar over te halen weer te gaan fotograferen liepen op niets uit.

“Nee”, zei Maria, “je kunt geen twee dingen op hetzelfde moment doen.”

Toen Franco begin 1939 de oorlog had gewonnen, keerde Tina Modotti als Carmen Ruz Sánchez naar Mexico terug waar zij op 6 januari 1942 in een taxi aan een hartaanval stierf.

Voor haar dood vonden nog enkele gebeurtenissen plaats die haar leven en werk samenvatten. Ze hebben de kracht van fictie en vormen het hoogtepunt van de monografie.

Volgens Hooks schaamde Modotti zich na jaren van partij-discipline over haar verleden. Zij was bevriend geraakt met Elidia de los Rós, een Spaanse vluchtelinge, die zij als een dochter behandelde. Tijdens een uitstapje had een vriendin haar camera meegenomen en plotseling wilde Modotti de zwangere Elidia fotograferen. Zij moest een grote strooien hoed opzetten, ga eens bij die boom staan, nu iets terug, nee, daar, ja, zo is het goed. Elidia moest allerlei poses aannemen zonder te weten dat een bekende fotografe tegenover haar stond.

Vidali was vanuit Spanje met Modotti naar Mexico gereisd. In de lente van 1942 werd hij door de Mexiaanse politie gearresteerd.

Thuis vernielde Tina Modotti alle documenten die voor Vidali belastend konden zijn, zelfs de foto's van Elidia de Los Rós, de afdrukken en de negatieven.