Theo Thijssen krijgt museum in Amsterdam

AMSTERDAM, 31 DEC. Een doorgewinterd liefhebber van de schone letteren zal wel eens stilhouden op de hoek Reestraat-Prinsengracht in de Amsterdamse binnenstad, “Fijnerd, lieverd” horen en terugstamelen: “Pas op, val niet”. Op die manier en op die plek neemt Rosa Overbeek immers afscheid van Kees Bakels in Kees de jongen van Theo Thijssen. Maar hoeveel van zulke fijnbesnaarden zouden er rondlopen?

Toch genoeg om een museum te vullen, denkt de stichting Theo Thijssen. Uiterlijk in september wil het bestuur het geboortehuis van de schrijver openstellen voor publiek. De 37 mbegane grond van Eerste Leliedwarsstraat 16 zal dienst doen als expositie-ruimte, in het voorhuis komt een boekwinkeltje. Amsterdam krijgt daarmee zijn tweede museum gewijd aan één schrijver. Sinds 1910 is het geboortehuis van Eduard Douwes Dekker ingericht als Multatuli-museum.

Nu is Eerste Leliedwarsstraat 16 nog een bouwput, straks is het pand in zijn oude staat hersteld en kan de stichting het voor een schappelijke prijs van de gemeente huren. Een particuliere schenking van 50.000 gulden is het startkapitaal waarmee in elk geval de huur kan worden opgebracht. Het Amsterdams Historisch Museum heeft vitrines ter beschikking gesteld. De voorzitter van de stichting, de neerlandicus dr. R. Grootendorst, hoopt alleen nog op een subsidie voor de inrichting van het museum dat “moet draaien op vrijwilligers”.

Vijftig jaar geleden overleed de onderwijzer / schrijver die vooral bekend is geworden met zijn Kees de jongen, een verhaal waarvan het mooiste deel zich afspeelt in de fantasie van hoofdpersoon Kees Bakels. Het boek heeft de 'zwembadpas' onsterfelijk gemaakt en postzegels als de 'Schuine Kapi' en de 'Grote Pers'. En de buurt. Kees de Jongen speelt zich, evenals alle andere verhalen van Thijssen, af in de buurt waar de schrijver zelf opgroeide, het westelijk deel van de binnenstad en de Jordaan.

Het is niet voor niets dat de stichting in 1988 het boekje Het Amsterdam van Theo Thijssen subsidieerde, met wandelingen en excursies door deze buurt. Deze maand kwam het eerste deel van zijn verzameld werk gereed, verzorgd door Grootendorst en historicus drs. P.P. de Baar.

Grootendorst (“Ik ben een taalbeheerser, geen letterkundige. Theo Thijssen is een hobby”) behoorde in 1987 tot de oprichters van de stichting. Eerste daad was het aanbrengen van een gevelsteen op het geboortehuis. Later, in 1989, toen bekend werd dat de gemeente het pand in het kader van de stadsvernieuwing wilde afbreken, werd de steen demonstratief verwijderd door de kleindochter van Thijssen. Een korte, maar krachtige politieke lobby deed de gemeenteraad op zijn besluit terugkomen.

Meer niet. Het museum krijgt geen subsidie van de overheid en zal dus op eigen kracht, en op die van de 'Vrienden van Theo Thijssen', moeten overleven. Dus is het museum “natuurlijk” niet de hele week geopend. “Twee, drie dagen per week”, denkt Grootendorst. Het moet “gewoon een plek worden voor mensen die zich voor hem en zijn werk interesseren.” Geen bedevaartsoord voor Theo-Thijssen-freaks. Grootendorst heeft geen behoefte aan zacht-verlichte vitrines met daarin de Wandelstok van de Schrijver.

Er komen vooral boeken, eerste drukken, bijzondere uitgaven en boeken over Thijssen. In de kelder van Grootendorst wacht de tafel van Thijssen op een plaats in het museum. De kleindochter van Thijssen heeft nog een boekenkast van haar opa staan, vervaardigd door meubelmaker en schrijver Jan Mens. Een grote collectie is het niet, zegt Grootendorst. Kan ook niet in zo'n klein kamertje.

Als de aandacht voor de figuur van Theo Thijssen eenmaal is bestendigd, zal het museum zijn blik verruimen. Er kunnen tentoonstellingen worden ingericht over het onderwijs van rond de eeuwwisseling - Thijssen was meer dan twintig jaar lang onderwijzer in Amsterdam en later bestuurder van de onderwijzersbond.

Grootendorst rekent niet alleen daarom op belangstelling van scholen. In schooluitgaven zijn inmiddels, naast het algemeen erkende meesterwerk Kees de Jongen, ook Het grijze kind en De gelukkige klas verschenen. Bovendien ziet Grootendorst wel wat in een buurtmuseum. “De Jordaan heeft nog niets op dat gebied.” Het Amsterdam van Theo Thijssen zal als richtsnoer dienst doen voor wandelingen door de Jordaan. Daarbij denkt Grootendorst aan samenwerking met het Multatuli-museum, gelegen in de Korstjespoortsteeg, vlakbij het geboortehuis van Thijssen.

Verder wil hij er niet te zwaar aan tillen: “Het museum is maar bijzaak voor de stichting. Het gaat ons in de eerste plaats om het verzameld werk en dat ligt er nu. Toevallig konden we het pand goedkoop huren, en we dachten, ach, laten we dat dan maar doen.”