Schaaksponsor mag tevreden zijn met kandidaten

GRONINGEN, 31 DEC. Het PCA-kwalificatietoernooi heeft zeven kandidaten opgeleverd die PCA-voorman Garri Kasparov niet onwelgevallig zullen zijn. De kwalificatie van uitgesproken favorieten als Anand, Adams, Kamsky en Kramnik zal het prestige van de alternatieve WK-cyclus zeker geen kwaad doen. Maar ook met de verrassende plaatsing van een voor het oog van de wereld kleurloze grootmeester als Goelko valt te leven. Het zal de overkoepelende sponsor, hardware-gigant Intel, in ieder geval deugd doen dat Goelko en Kamsky het aantal Amerikaanse PCA-kandidaten op twee brengen. De enige kandidaten waarvoor nog een verhaal verzonnen dient te worden zijn de zeker niet onverdienstelijke grootmeesters Romanisjin en Tivjakov. Met Nigel Short zullen deze zeven komend jaar beginnen aan een reeks matches die in 1995 een uitdager moeten opleveren voor PCA-wereldkampioen Garri Kasparov.

Getreurd werd er allerwegen om de uitschakeling van smaakmaker Alexei Sjirov. Na zijn debacle in de FIDE-cyclus rende de eindeloos creatieve Let zichzelf andermaal in tomeloze aanvalsdrift voorbij. Treurnis was er ook om Jeroen Piket. De theoretische kans die hij nog had, zou moeten beginnen met een overwinning op Oll. Kort na de opening werd al duidelijk dat die uitslag een illusie was.

De kandidaat die de PR-mensen van de PCA met de meeste vreugde zullen begroeten is Viswanathan Anand, die met Michael Adams de eerste prijs deelde. De immens populaire en charismatische Indiër combineert zijn supersnelle spel met een vlotte babbel en een aangename televisiepresentatie. Anand sloeg zijn slag in de eerste toernooihelft. In rap tempo vergaarde hij de noodzakelijke plus-vier score en deed daarna geen stap teveel. Zelf reageert hij lakoniek op de inhoudsloze partijtjes waarmee hij de buit binnen haalde. “Het was jammer dat Rentero, de bloeddorstige baas van het toernooi in Linares, hier niet was, anders had ik een van die partijen aan hem kunnen opdragen.”

Anand, die zich net als Adams, Kamsky en Kramnik ook al voor de FIDE-kandidatenmatches kwalificeerde, vindt het nog te vroeg om een van beide wereldkampioenschappen boven het andere te verheffen. Wel is hij duidelijk gecharmeerd van de financiële perspectieven die de PCA biedt: “Je kunt het prijzengeld nauwelijks vergelijken. Het is hier zo veel meer. Verder is de PCA voor mij ook nog een vraagteken. Het enige wat ik kan zeggen is: 'Wat heb ik te verliezen?' Ik kan moeilijk bezwaar maken tegen het geld dat ze hier beschikbaar stellen.”

De keuze van de PCA om vooralsnog bijna uitsluitend evenementen te organiseren die lucratief zijn voor een twintigtal topschakers getuigt volgens Anand niet van een cynische instelling, maar veeleer van realiteitszin. “Het gaat niet om wat de spelers willen. Als er genoeg geld voorhanden was konden we kijken hoe we het konden verdelen. Het gaat er hier om hoe we meer geld kunnen aantrekken. Of we bijvoorbeeld eindelijk een doorbraak kunnen creëren op de televisie.” Anand schiet in de lach als hij toevoegt: “Voordat ik snooker had gezien zou ik ook gezegd hebben dat schaken geen kans maakt op TV. Nu denk ik dat het me niet zou verbazen wanneer het ineens wel aansloeg.”

Ook vindt hij niet dat de PCA zich op een al te gemakkelijke wijze in de kijker probeert te spelen door alleen rendabele wedstrijden te organiseren. “Op zich is dat een goed punt. Als de PCA zich op de borst zou slaan voor het organiseren van het WK zou dat totale onzin zijn. Ik denk dat ze er trots op zijn dat ze een goede sponsor hebben gevonden die meer dan tien miljoen gulden in schaken wil stoppen. Dat is niet eerder gebeurd. Wanneer een prestigieuze firma als Intel na verloop van een paar jaar tevreden is, dan kunnen de mogelijkheden alleen maar exploderen. Dan zal het prestige van het schaken enorm stijgen.”

Anands wens om de PCA het voordeel van de twijfel te geven wordt gedeeld door het gros van zijn collega's. Slechts een enkeling stelt zich principieel op en verwijt spelers als Anand dat zij wel erg gemakkelijk overstag zijn gegaan voor de verzoeking van het grote geld waarmee Kasparov hen lokte. De 24-jarige Indiër reageert fel wanneer die beschuldigingen van onethisch gedrag ter tafel komen: “Ik begrijp absoluut niet hoe iemand dit als een ethische kwestie kan zien. Als India in oorlog zou zijn met een land en ik zou daar toch naar toe gaan vanwege het geld dan zou ik iets onethisch doen. Maar is het onethisch als je ergens gaat werken waar beter betaald wordt? Misschien was de oorspronkelijke afsplitsing onethisch, dat weet ik niet. Maar verder is er niets onethisch aan. De FIDE is een organisatie om schaken te promoten. Niet een nationale organisatie waar je trouw aan moet beloven. Je kunt gerust met schaken stoppen als je wil. Wat mij betreft bestaat die ethische vraag helemaal niet.”

Anand gokt op beide WK's om een reden die veel prozaïscher is: “Mijn eigen idee is dat het een mooie verzekering is om in twee cycli te spelen.”