Oosteuropese jongeren: idealen, hamburgers en oude tijden

Op de kerstmarkt van Warschau staat Ewa Bandyra te kleumen in een van de pastelkleurige ruwhouten huisjes. Zij verkoopt kerstboompjes met gekleurde steentjes op de neerhangende zilverkleurige takken. Klanten zijn er nauwelijks. “Morgen zal het beter worden”, zegt Ewa. “Dan gaat de markt echt open.”

Ewa (30) werkt als boekhouder op een kantoor, maar nu helpt ze haar man Arkadiusz (30). De winkel in halfedelstenen die zij bezaten lag helaas te ver uit het stadscentrum en is vijf maanden geleden bankroet gegaan. Nu slijten ze de inventaris op straat.

Het is vier jaar geleden dat de geschiedenis van Oost-Europa in een stroomversnelling raakte. Maar na die maanden van euforie over de val van de Berlijnse Muur, de dood van Ceausescu, de opening van de grenzen en de toevloed van Westerse consumptiegoederen, kwam de ontnuchtering. Democratie is er gekomen, maar in gerechtigheid en welvaart deelt lang niet iedereen. De prijzen voor voedsel, energie en huisvesting stegen met krankzinnige snelheid. De verzekerde werkplek, hoe slecht ook gehonoreerd, was niet langer verzekerd. Het leven kreeg, met name in de grote steden, meer kleur en smaak, maar op straat tiert de misdaad welig.

De teleurstelling over de nieuwe maatschappelijke orde van Oost-Europa is de afgelopen maanden in Polen en in de Oostduitse deelstaat Brandenburg vertaald in klinkende overwinningen van links, dat wil zeggen: de voormalige communisten. Afgezien van de voormalige partijleden neemt hier een 'verloren generatie' wraak: de werklozen, gepensioneerden, de ouderen, diegenen kortom die de economische hervormingen het hardst heeft getroffen.

Maar hoe ervoeren de jongeren de omverwerping van het systeem waarin ze zijn opgevoed? Wat zijn hun dromen en angsten? Willekeurige gesprekken uit Praag, Sofia en Warschau.

Elwira Nowakowska (19) studeert journalistiek in Warschau en hoopt economisch journaliste worden “om mensen te helpen die geen geld hebben”. De grootste problemen die ze in het huidige Polen ziet, betreffen de gebreken in de wet: zelfs de grondwet is nog niet in orde, er is een bloeiend zwart of grijs circuit, werklozen met een uitkering verdienen er rustig bij, ouders verwaarlozen hun kinderen omdat ze alleen aan geldverdienen denken. “De sociale pathologie groeit”, gelooft Elvira, “misbruik van alcohol, van drugs, er ontstaat langzamerhand een echt lompenproletariaat. De samenleving is zich daar nauwelijks van bewust.”

Samen met zijn vriendin Elena Dobreva is Ivano Ivanov (25) twee winkeltjes begonnen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Van naald tot draad, heten ze. De zaken gaan boven verwachting, binnenkort wordt het derde filiaal geopend. Ze hebben geluk gehad. Ze leenden geld van Ivano's ouders en adverteerden in vrouwenbladen. Met succes. Ook al is Bulgarije een economische ramp, Elena en Ivano zijn voorlopig vol goede moed.

Marcin Grabarczyk (25) heeft zijn architectuurstudie bijna voltooid. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkt hij tegelijkertijd op een particulier architectenbureau in Sofia. “Ik denk wel dat er nog allerlei moeilijkheden kunnen komen”, zegt Marcin, “maar ik ben me er goed van bewust dat de toekomst helemaal van mijzelf afhangt.”

De economische shock-therapie die enkele jaren geleden door de toenmalige minister van financiën Balcerowicz werd toegepast was volgens Marcin niet erg prettig, maar van de nieuwe linkse regering verwacht hij ook niet veel goeds. “We zitten op een dood spoor, zo gaan we weer terug naar de oude tijden”, vreest hij.

Marcin ziet niettemin zijn persoonlijke toekomst met vertrouwen tegemoet. “Ik heb veel gelegenheid mijn horizon te verbreden. Vorig jaar ben ik in Luxemburg geweest voor een project op het gebied van binnenhuisarchitectuur.” Hij geniet van het leven zoals het nu is: reizen, naar de schouwburg, de film. Daar zal hij in de toekomst minder tijd voor hebben, denkt Marcin. “Dan moet ik werken.”

Emil Pavlov (26) is ingenieur. Hij werkt bij een Bulgaars staatsbedrijf voor motoren, waar hij 4.000 leva (ongeveer 240 gulden) per maand verdient. Hij weet niet of hij daar wel kan blijven. Emils hoop is gevestigd op zijn jongere broer, een computeringenieur. “Die schrijft prima software-programma's. Maar hij weet niet hoe hij ze moet verkopen. Hij verdient het om naar het Westen te gaan”, gelooft Emil, “daar zal hij zeker heel welvarend worden.” Zelf denkt hij er niet over om te emigreren.

Alexander Hajna moet gerekend worden tot de meest dynamische jongeren in Tsjechië. Hij is 24, studeert Engels en economie, voorziet in zijn levensonderhoud door tolk- en vertaalwerk en streeft ernaar na zijn studie een masters te halen. “Daarna ligt de toekomst open”, lacht hij. “Het liefst wil ik bij een groot internationaal bedrijf werken, je weet wel, iets dat groot en doortrapt is, zoals Philip Morris, waar je hard moet werken en waar het vervelend is. Ik wil moeilijke dingen doen.”

Alexander komt uit de Hongaarse minderheid in Kosice, in het oosten van Slowakije, spreekt vloeiend Hongaars, Slowaaks en Tsjechisch, en is erin geslaagd om na de deling van het land Tsjech te worden. Heel belangrijk, want anders zou hij als buitenlander worden behandeld en plotseling veel meer collegegeld moeten betalen. “Maar ik zou dus ook in Boedapest kunnen gaan zitten”, bedenkt hij zich, “als het maar iets moeilijks is, privatisering of zo.”

Alexander is zich er scherp van bewust dat hij tot de bevoorrechte leeftijdsgroep hoort die kan profiteren van de veranderingen na 1989. “Mensen boven de 35 die niet dynamisch zijn of geen goede contacten met het communistische regime hadden kun je afschrijven. De nog ouderen, de gepensioneerden, zijn de echte verliezers.”

Bij de verkiezingen van vorig jaar heeft Alexander op de ODS gestemd, de partij van premier Václav Klaus, een man die meer in snelle economische hervormingen is geïnteresseerd dan in legalistische scherpslijperij. Klaus was de man die de Slowaakse premier, Vladimr Meciar, vorig jaar voor het blok heeft gezet: of een functionerende federatie met Tsjechië, of scheiding van de staat. Geen schemerige tussenoplossing.

Alexander gelooft dat Klaus gelijk heeft gekregen: “Als je de negatieve punten naast de positieve legt, dan geven de laatste de doorslag. Tsjechië doet het veel beter dan Slowakije, het doet me een beetje pijn het te zeggen, maar de Slowaken zijn met hun minderwaardigheidscomplex toch de domme jongens in de klas. Als de twee landen bij elkaar waren gebleven dan zouden er enorme problemen zijn gekomen over het in stand houden van verliesgevende fabrieken. We mogen blij zijn dat de Tsjechen hard willen werken en dat we deze fluwelen scheiding hebben gehad.”

Veel geld verdienen is wel een leuke gedachte, maar ik wil geen slaaf worden van mijn werk”, zegt Dagmar Bousková (20), derdejaars rechten aan de Karelsuniversiteit in Praag. Ze spreekt vlekkeloos Engels, met een Amerikaans accent. “Misschien ga ik na mijn studie nog wel filosofie studeren in Amerika. Waarschijnlijk kom ik ergens in de non-profitsector terecht.” Dagmar doet nu al parttime werk voor de CVSE, de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die ze assisteert als er vergaderingen in Praag zijn. “Ik ben vooral geïnteresseerd in werk waar ik andere mensen kan helpen en mijn talenkennis kan gebruiken.” Behalve Tsjechisch, Slowaaks en Engels spreekt ze Russisch, “wat Duits”, en is ze ook bezig haar Frans op te halen.

“Recht”, vindt David Fojtik (20), derdejaars rechten en tweedejaars economie, “is de basis van de hele samenleving, daarom ben ik dat ook gaan studeren. Recht reguleert alles. Als ik ergens een hamburger koop die niet goed is, kan ik de verkoper van die hamburger voor het gerecht slepen. Maar rechten kun je niet begrijpen zonder economie”, vindt hij. Daarom is hij dat er bij gaan studeren. David wil rijk worden. “Natuurlijk, geld is niet alles, maar het is wel goed het te hebben.”

In café U Kalendu, gelegen pal naast het nieuwe hotel Grand aan de Moldau, kost een halve-literglas bier nog geen 50 cent. Een paar kilometer buiten het centrum van Praag gelegen, is dat een plaats die Tsjechen zich nog wel kunnen permitteren. Ze komen er graag, jong en oud, want in de hoek zitten vijf mannen van middelbare leeftijd op gitaar, banjo, bas en een trommel uit alle macht de deuntjes te spelen die in heel Midden-Europa uitnodigen tot zang en dans.

David Kuska (22) is cynischer dan veel van zijn leeftijdgenoten. Hij studeert Engels, maar heeft, voor hij ging studeren, twee jaar door Europa gereisd. Hij heeft gewerkt als barkeeper en verdient nu bij als gids. Van zijn ouders krijgt hij 600 kronen per maand (nog geen veertig gulden). David vraagt zich af of Tsjechië wel op de goede weg zit, in de richting van wat hij noemt de “Pepsi-McDonalds-cultuur”. “Of je nu in Thailand, in Rome of in Praag komt, overal zien je dezelfde restaurants. Zelfs de hogere middenklasse spreekt hier af bij McDonalds. Dat is een soort statussymbool geworden.”

Silvia Ivanova (19) ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Ze werkt als serveerster in een klein particulier restaurant in het centrum van Sofia. Ze heeft internationaal toerisme gestudeerd en heeft als ideaal om een baan te krijgen in een groot hotel. “En als dat niet lukt zijn er wel andere baantjes te vinden in het toerisme”, denkt ze. “Ik kan altijd nog gaan werken als gids.”

Irena Mizerová (19), tweedejaars rechten, heeft nog geen idee wat ze met haar studie gaat doen. Irena is terughoudender dan haar vrienden. Haar vader, een ingenieur, is lid van de communistische partij geweest. “Er zijn mensen die je daarop aanzien”, zegt ze, “alsof ik daar schuld aan heb.” Een vriendin die haar daarover verwijten had gemaakt had Irena voorgehouden dat zeker de helft van de mensen lid van de partij was om aan een bepaalde baan te komen. “Ik kan niet zeggen dat mijn vader een slecht mens is. Goed, hij was communist, en we verschillen heel vaak van mening, maar in de eerste plaats is hij toch mijn vader.”

Het is tien uur: de muzikanten pakken hun spullen in. Het café gaat sluiten. De mensen moeten morgen weer vroeg beginnen. Verder met de opbouw van hun leven. Verder met de opbouw van een nieuwe generatie die geen weet meer zal hebben van het communisme.