Olivier Messiaen vangt vogelgeluiden in notenbalken

Toonmeesters. Deel 1 Messiaen. Zondag, Ned. 3, 21.21-22.30u. (de overige vier delen in de weken daarna, om ongeveer dezelfde tijd).

Moderne muziek is moeilijk. Voor ongeschoolde oren - en die zijn hier in de meerderheid, ook onder muziekliefhebbers - is de meeste moderne ('serieuze' of 'klassieke') muziek bijna onverdraaglijk. Ze klinkt onsamenhangend, onaangenaam en soms zelfs ronduit lelijk. Reinbert de Leeuw is een van de belangrijkste Nederlandse voorvechters van deze muziek. Als pianist en als dirigent van het Schönberg Ensemble, kamermuziekgezelschappen en orkesten probeert hij het publiek in de concertzaal steeds opnieuw te overtuigen van de kracht van de hedendaagse Toonmeesters.

Over vijf van hen maakte De Leeuw samen met Cherry Duyns voor de VPRO een reeks voortreffelijke documentaires. Aan de hand van fragmenten van uitvoeringen, beelden van repetities, gesprekken met de componisten en uitleg over de aard van de noten, proberen Duyns en De Leeuw door te dringen in het wezen van de muziek van achtereenvolgens Olivier Messiaen, Sofia Goebaidoelina, Henryk Górecki, Mauricio Kagel en Galina Oestvolskaja.

Dit rijtje is geen dwarsdoorsnede van het internationale componistendom van dit moment. En dat is het aardige ervan. De documentaires raken niet alleen aan het muzikale universum van de verschillende componisten, maar evenzeer aan dat van Reinbert de Leeuw.

Messiaen is de enige onomstreden toonmeester (naar de aflevering van Górecki, op 16 januari, ben ik erg benieuwd, want je vraagt je af hoe De Leeuw deze charlatan-achtige figuur verdedigt). Het bijzondere van de eerste aflevering is, dat hij werd gemaakt vlak voor de dood van de componist in april 1992. Het is de laatste keer dat Messiaen zijn muziek in het openbaar toelicht.

Behalve gesprekken, bevat de documentaire prachtige beelden van het Alpen-landschap waar de componist inspiratie opdeed (steeds in combinatie met de muziek, die daardoor een extra dimensie krijgt) en van zijn eindeloze wandelingen in de natuur, waar Messiaen vogelgeluiden in notenbalken probeert te vangen, terwijl zijn vrouw met een cassetterecorder het gekwinkeleer vastlegt (volgens Messiaen is de recorder nauwkeuriger, maar zijn eigen notatie zinvoller, omdat zijn selectieve gehoor daaraan een artistieke lading geeft).

Van achter de piano geeft De Leeuw steeds verhelderende analyses van fragmenten van de muziek. Wat betekent religiositeit in Messiaens muziek? Hoe verwerkt hij vogelgeluiden. De manier waarop De Leeuw over de noten spreekt - bewonderend, nieuwsgierig en met een aanstekelijke vanzelfsprekendheid - maakt duidelijk dat deze muziek misschien moeilijk is, maar niet onsamenhangend of onaangenaam.

De laatste van de vijf documentaires, gewijd aan Galina Oestvolskaja, is misschien wel de meest bijzondere. Van haar zien we slechts een glimp, als ze voor De Leeuw de deur van haar appartement in St. Petersburg opent. Er mag in haar woning gefilmd worden, maar zijzelf wil/kan niet voor de camera verschijnen. Zelfs voor foto's is ze doodsbenauwd ('Liever laat ik mijn tanden trekken.') Haar bezwerende, kale, niets verhullende muziek, maakt nieuwsgierig naar de vrouw die deze klanken aan het papier toevertrouwde. “Ik geloof dat je kunt spreken van ware noten”, zegt De Leeuw. Cherry Duyns en hij laten in de Toonmeesters overtuigend zien en horen wat ze daarmee bedoelen.