'Mythe' aids in Afrika roeit generatie uit

De aids-epidemie in Afrika treft vooral de generatie die de economische vooruitgang zou moeten trekken. Meer dan de helft van de Afrikanen die nu besmet raken is jonger dan 25 jaar. Armoede, burgeroorlog en religie maken bestrijding van de ziekte moeilijk.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO wonen tien miljoen van de geschatte vijftien miljoen seropositieven van de wereld in Afrika. Het hoofd van het Wereldprogramma Aids van de WHO, dr. Michael Merson, schat dat Afrika jaarlijks 2,5 miljard dollar nodig heeft voor preventiecampagnes die zoden aan de dijk zetten. Het meeste geld moet komen van particuliere hulporganisaties en bedrijven, het WHO-budget voor Afrika bedraagt niet meer dan 90 miljoen dollar. De voorzitter van een aidsconferentie die eerder deze maand in Marrakesh werd gehouden, waarschuwde dat Afrika aan zijn lot dreigt te worden overgelaten. Steeds meer geld voor aids-programma's stroomt naar Azië en Oost-Europa.

Twee Franse onderzoekers, het echtpaar Krynen, hebben de werving van fondsen dit jaar een extra handicap bezorgd door de stelling te lanceren dat aids in Afrika een mythe is en de 'aids-industrie' een plaag die de overige gezondheidszorg verdringt. De Krynens beweren dat aidstests in Afrika onbetrouwbaar zijn omdat ook bepaalde vormen van malaria een positief resultaat te zien geven. Het echtpaar erkent de opvallende stijging van sterfgevallen in Afrika, maar wijt dit aan andere oorzaken als tuberculose, diarree, kanker, nieuwe vaccins of verandering van leefstijl.

Vooraanstaande wetenschappers reageerden verontwaardigd op het verhaal van de Krynens, dat ruime aandacht kreeg in de Britse krant Sunday Times. De London School of Hygiene and Tropical Medicine nam in oktober de zeer ongebruikelijke stap om de artikelen die in de Sunday Times waren verschenen publiekelijk te veroordelen als 'misleidend'. Ze wezen onder meer op onderzoeken als dat op het platteland van Oeganda, waar vanaf 1989 8.500 mensen zijn onderzocht. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat het HIV-virus zorgde voor een twee keer zo hoog sterftepercentage als normaal.

Een van de oorzaken van de snelle verspreiding van aids in Afrika is dat zoveel mensen op de vlucht zijn voor armoede of geweld. In combinatie met prostitutie zorgt de mobiliteit ervoor dat het aids-virus geen land overslaat. In Mozambique kwam tot nu toe vrijwel geen aids voor. Het platteland was tijdens de burgeroorlog volledig geïsoleerd. Dit dreigt te veranderen nu een massale repatriëring van vluchtelingen op gang is gekomen, vooral uit het buurland Malawi waar aids wijdverbreid is.

Dank zij hun mobiele beroep zijn vrachtwagenchauffeurs een erkende risicogroep. Langs de weg die door Tanzania naar Zambia voert bieden smoezelige wegrestaurants chauffeurs eten, drinken, kamers en vrouwen. Een onderzoek vorig jaar wees uit dat eenderde van de chauffeurs en meer dan de helft van de prostituées die langs de weg werkten waren besmet met het HIV-virus. De chauffeurs gebruikten liever geen condooms en besprenkelden hun geslacht met cognac om besmetting te voorkomen. Sommige prostituées dronken als voorzorgsmaatregel dagelijks een houtskooloplossing.

De grootste risicogroep in het gebied ten zuiden van de Sahara zijn jonge vrouwen. In het mijnstadje Francistown in Botswana, gelegen op een kruispunt van wegen naar Zambia, Angola, Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika, bleek 35 procent van de zwangere vrouwen seropositief te zijn. Jonge vrouwen zijn economisch en sociaal afhankelijk van mannen, en mannen zetten het vroegere gebruik van polygamie voort door met meer vrouwen seksuele relaties te onderhouden. Op de aidsconferentie in Marrakesh werd onder meer het fenomeen van de 'suikeroom' aan de kaak gesteld. 'Suikerooms' zijn oudere mannen die schoolmeisjes seksuele diensten vragen in ruil voor een baan of geld om naar school te kunnen blijven gaan. De Zimbabweaanse minister van gezondheid, Timothy Stamps, duidde de 'suikerooms' aan als “dodelijke wapens”. Zimbabwe is in september begonnen met een uitgebreide voorlichtingscampagne gericht op scholieren. Zij krijgen stripverhalen te lezen waarin tienjarige meisjes door hun oom worden benaderd voor seksueel contact. De voorlichters willen bereiken dat kinderen zich bewust worden van het besmettingsgevaar en onderling gaan bespreken hoe ze op de avances kunnen reageren.

Een dergelijke openheid is onmogelijk in de islamitische landen van Noord-Afrika, waar aids taboe is door de associaties die de ziekte oproept met seks buiten het huwelijk, homoseksualiteit en prostitutie, zaken die verboden zijn en officieel niet voorkomen. Marokko heeft één voorlichtingsfilm over aids, maar die wordt niet uitgezonden op de staatsradio en -televisie. De opkomst van islamitisch fundamentalisme in Algerije en Tunesië is een grote belemmering voor de aidspreventie.

In Zaïre stierf een creatieve voorlichtingscampagne een vroege dood door de toenemende politieke chaos. Vanaf 1988 wijdden populaire popzangers songs aan aids, die door zowel schoolkinderen op het platteland als door de wol geverfde bewoners van de hoofdstad Kinshasa werden meegezongen. De verkoop van condooms, die de zorgvuldig gekozen merknaam 'Prudence' droegen, vertienvoudigde. Dit was mede te danken aan een uitgekiende distributie die zorgde dat condooms overal kwamen waar ook coca cola doordrong. In de anarchie die Zaïre sinds 1991 is geworden, is echter de hele gezondheidszorg nagenoeg verdwenen. Aids kan er ongeremd zijn gang gaan.